<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:5120</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T15:19:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/540942 / FA RK 22-1117</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JIN 2023/27 met annotatie van mr. A.M.E. Derks</rdf:li>
          <rdf:li>RFR 2023/64</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:5120">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:5120</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-25T13:17:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:5120 Rechtbank Midden-Nederland , 14-11-2022 / C/16/540942 / FA RK 22-1117</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:5120:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bodem en provisionele voorziening. Verzoek om kinderalimentatie ineens wordt afgewezen. Volgens art. 1:402 lid 2 BW kan bedrag wekelijks, maandelijks of driemaandelijks vaststellen, niet ook als som ineens.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:5120:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Familierecht</para>
    <para>Locatie Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 	C/16/540942 / FA RK 22-1117 (bodemprocedure)</para>
      <para>		C/16/540943 / FA RK 22-1118 (provisionele voorziening)<?linebreak?></para>
      <para>Kinderalimentatie </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 14 november 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vrouw]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de vrouw,</para>
      <para>advocaat mr. G.H. Zijlstra,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de man]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de man.</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift van de vrouw met bijlagen, binnengekomen op 27 juni 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het bericht van de vrouw van 15 juli 2022 met bijlagen; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het bericht van de vrouw van 25 oktober 2022 met bijlage.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van <?linebreak?>31 oktober 2022. Daarbij waren aanwezig: de vrouw met haar advocaat. De man was ook opgeroepen, maar hij is niet verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft aan [minderjarige] , de zoon van partijen, gevraagd wat hij van het verzoek vindt. De rechtbank heeft na de zitting, op 4 november 2022, nog een brief van [minderjarige] ontvangen.<?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar de procedure over gaat </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen zijn met elkaar getrouwd geweest. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Zij hebben samen een kind: </para>
        <para>- <emphasis role="underline">[minderjarige]</emphasis>, geboren op [2006] in [geboorteplaats] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het kind woont bij de vrouw.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Eerder heeft de rechtbank op 15 juli 2009 beslist dat de man een bedrag van € 530,- per maand aan kinderalimentatie aan de vrouw moet betalen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Vervolgens heeft de rechtbank op 8 augustus 2012 de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie op nihil gesteld, met ingang van 8 augustus 2012.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De vrouw verzoekt <emphasis role="underline">in de bodemprocedure</emphasis>:<?linebreak?>- de man primair te veroordelen om de kinderalimentatie voor [minderjarige] , door haar berekend totdat [minderjarige] 18 jaar wordt op een bedrag van € 30.125,55, ineens te voldoen, dan wel te bepalen dat de man, bij wijze van voorschot op de tot dat moment te betalen kinderalimentatie, een bedrag van € 30.125,55, of een ander door de rechtbank in goede justitie ineens te bepalen bedrag, dient te voldoen;</para>
      <para>- subsidiair te bepalen dat de man zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] met € 772,45 per maand, maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van 20 januari 2022, althans met een zodanig bedrag en met ingang van een zodanige datum als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vrouw verzoekt <emphasis role="underline">als provisionele voorziening</emphasis>:<?linebreak?>- om bij tussenbeschikking met ingang van de tussenbeschikking en voor de duur van dit geding de man te veroordelen om een voorschot op de ineens vast te stellen kinderalimentatie van € 30.125,55 te betalen, althans een zodanig bedrag en met ingang van een zodanige datum als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren;</para>
      </parablock>
      <para>- subsidiair te bepalen dat de man met ingang van de datum van de tussenbeschikking en voor de duur van dit geding zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] met € 772,45, althans een zodanig bedrag en met ingang van een zodanige datum als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="underline">De beslissing in de bodemprocedure</emphasis>
    </para>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De rechtbank zal het subsidiaire verzoek van de vrouw toewijzen en beslissen dat de man een bedrag van € 772,45 per maand aan kinderalimentatie aan de vrouw moet betalen voor [minderjarige] , vanaf 20 januari 2022. Dit betekent dat het primaire verzoek van de vrouw wordt afgewezen. De rechtbank zal deze beslissing hierna uitleggen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De reden voor de wijziging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank kan de kinderalimentatie opnieuw berekenen als de omstandigheden zijn gewijzigd.<footnote-ref linkend="_ee8d9b05-aaba-440b-bf59-22aeaa6a348f" /> Dat is hier het geval. De vrouw heeft in haar verzoekschrift gesteld dat de draagkracht van de man is gestegen en toegelicht dat zijn transportbedrijf goed loopt en hij onlangs een erfenis heeft ontvangen na het overlijden van zijn vader. Volgens de vrouw is de man in staat om met een maandelijks bedrag van € 772,45 bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] . </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Het primaire verzoek</emphasis>
          <?linebreak?>3.3.	De rechtbank zal het primaire verzoek om te bepalen dat de man een som ineens aan de vrouw moet betalen als kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] afwijzen. Uit artikel 1:402 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat de rechter bij de vaststelling van de kinderalimentatie ook moet bepalen of dit bedrag wekelijks, maandelijks of driemaandelijks moet worden voldaan. De rechtbank ziet om die reden geen ruimte om te bepalen dat de kinderalimentatie als som ineens moet worden voldaan. De door de vrouw aangehaalde jurisprudentie ziet op de afkoop van partneralimentatie of op zaken waarbij partijen in onderling overleg hebben afgesproken dat de kinderalimentatie als som ineens wordt voldaan. Deze zaken wijken dus af van de onderhavige zaak, waarbij de vrouw via de rechter wil afdwingen dat de man aan haar een som ineens aan kinderalimentatie voldoet. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De vrouw heeft bovendien onvoldoende gesteld om de betaling van een som ineens te kunnen rechtvaardigen. De vrouw heeft gewezen op het incasso risico omdat de man in het buitenland verblijft dan wel zal verblijven, maar de rechtbank vindt dit onvoldoende om het verzoek tot betaling van kinderalimentatie in de vorm van een som ineens toe te kunnen wijzen, te meer nu niet op voorhand kan worden vastgesteld dat de omstandigheden van partijen over de hele periode tot de meerderjarigheid van [minderjarige] het door de vrouw verzochte bedrag aan kinderalimentatie rechtvaardigen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het subsidiaire verzoek</emphasis>
          <?linebreak?>3.5.	De vrouw heeft gesteld dat zij behoefte heeft aan een door de man aan haar te betalen kinderalimentatie. Zij heeft bovendien gesteld dat de man hiervoor draagkracht heeft (zie hiervoor rechtsoverweging 3.2). De man heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek. Om die reden zal de rechtbank bepalen dat de man met ingang van 20 januari 2022 een kinderalimentatie van € 772,45 per maand aan de vrouw moet betalen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De alimentatie moet vooruit worden betaald </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De rechtbank zal beslissen dat de man de kinderalimentatie steeds vóór de eerste dag van de maand moet betalen. Het gaat namelijk om een bijdrage in de kosten die in die maand gemaakt zullen worden en dan zou het te laat zijn als de alimentatie pas later in die maand wordt betaald.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Provisionele voorziening</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Gelet op het feit dat de rechtbank nu een beslissing in de bodemzaak heeft genomen, wordt de door de vrouw verzochte provisionele voorziening bij gebrek aan belang afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal de beslissing ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaren, zoals is verzocht. </para>
        <para>Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijzigt de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie, zoals die was vastgelegd in de beschikking van 8 augustus 2012, en bepaalt dat deze kinderalimentatie vanaf 20 januari 2022 € 772,45 per maand bedraagt;  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de man vanaf vandaag deze alimentatie steeds vóór de eerste van de maand moet betalen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>wijst de verzoeken van de vrouw voor het overige af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. M.A.A.T. Engbers, (kinder)rechter, in samenwerking met D.B.T. Koster, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 november 2022.</para>
      </parablock>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
                <para>Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_ee8d9b05-aaba-440b-bf59-22aeaa6a348f" label="1">
    <para> Artikel 1:401 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>