<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:4890</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-11-01T09:50:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">536207</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBMNE:2022:3298" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2022:3298</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:4890">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:4890</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-09T09:51:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:4890 Rechtbank Midden-Nederland , 23-11-2022 / 536207</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:4890:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis na bewijsopdracht. Gebruiker auto moet de verzekeringskosten en een gedeelte van de belastingkosten betalen. Van een deel van de belastingkosten is niet aangetoond dat deze ziet op belasting voor de gebruikte auto.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:4890:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Midden-Nederland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/16/536207 / HL ZA 22-75</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 23 november 2022 (bij vervroeging)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij in conventie,</para>
      <para>verwerende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>advocaat: mr. M. Jonk te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij in conventie,</para>
      <para>eisende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>advocaat: mr. E.A.S. van Spanje te Bussum.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het vonnis van 31 augustus 2022 (hierna: het tussenvonnis) en de daarin genoemde stukken; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van [gedaagde] met producties 8 en 9; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van [eiser] . </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het tussenvonnis is geoordeeld dat [gedaagde] aan [eiser] een bedrag van € 30.000,00 moet betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente (punt 4.1 tot en met 4.6 van het tussenvonnis). Verder is geoordeeld dat de gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen (punt 4.7 van het tussenvonnis). </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] krijgt in conventie grotendeels ongelijk. Hij moet daarom de proceskosten van [eiser] vergoeden. De proceskosten van [eiser] worden tot op heden begroot op € 129,74 voor de kosten van dagvaarden, € 1.301,00 voor het griffierecht en € 1.442,00 voor het salaris advocaat (2 punten van liquidatietarief III). De proceskosten zijn in totaal € 2.872,74. De nakosten worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In het tussenvonnis is geoordeeld dat [eiser] geen schadevergoeding, gebruiksvergoeding en waardevermindering voor de Audi R8 aan [gedaagde] hoeft te betalen (punt 4.8 tot en met 4.11 van het tussenvonnis). [gedaagde] heeft verder de gelegenheid gekregen te bewijzen welke kosten hij heeft gemaakt voor de verzekering en belasting van de Audi R8 in de periode vanaf 1 september 2020 tot en met 24 februari 2021. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft onder verwijzing naar facturen en bankafschriften gesteld dat hij <?linebreak?>€ 1.339,92 heeft betaald voor de verzekering van de Audi R8 en - in de maanden van 2021 - <?linebreak?>€ 171,72 voor de belasting. [eiser] heeft deze kosten niet betwist, zodat [eiser] deze kosten van in totaal € 1.511,64 aan [gedaagde] moet betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft onder verwijzing naar een bankafschrift gesteld dat de belastingkosten over de maanden van 2020 € 378,67 zijn. Het verweer van [eiser] tegen deze kosten slaagt. Op het bankafschrift staat dat er een bedrag is overgemaakt naar de belastingdienst, maar bij de omschrijving en het kenmerk staat alleen ‘ [A] ’ met een nummer. Uit het bankafschrift blijkt niet dat het gaat om belasting voor de Audi R8. [gedaagde] heeft ook niet toegelicht waarom niet zijn eigen naam althans zijn eigen voorletter bij het kenmerk staat. [eiser] hoeft het bedrag van € 378,67 daarom niet aan [gedaagde] te betalen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De wettelijke rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft verder wettelijke rente gevorderd. De wettelijke rente is een schadevergoeding vanwege vertraging bij het betalen van een geldsom, verschuldigd over de tijd dat [eiser] met de betaling in verzuim is geweest. [gedaagde] heeft niet gesteld of aangetoond wanneer [eiser] in verzuim is met het betalen van de verzekering- en belastingkosten van de Audi R8. Uit de conclusie van antwoord van [gedaagde] blijkt niet ondubbelzinnig dat hij ook verzekering- en belastingkosten vordert. [eiser] heeft gesteld dat hij op de mondelinge behandeling werd geconfronteerd met deze kosten en dat - als hij eerder van deze kosten had geweten - hij dan wel wat had willen regelen. [gedaagde] heeft vervolgens na de mondelinge behandeling zijn kosten gespecificeerd. De omvang van de betalingsverplichting van [eiser] staat pas met dit vonnis vast. [gedaagde] heeft redelijkerwijs niet van [eiser] mogen verwachten dat [eiser] de verzekering en belasting eerder zou betalen dan de datum van dit vonnis. De wettelijke rente zal daarom vanaf de dag na de datum van dit vonnis worden toegewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft in reconventie meer dan € 100.000,00 gevorderd, welk bedrag hoofdzakelijk bestond uit schadevergoeding, gebruiksvergoeding en waardevermindering voor de Audi R8. Een bedrag van € 1.511,64 te vermeerderen met wettelijke rente voor de verzekering- en belastingkosten zal worden toegewezen. Omdat partijen over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld in reconventie, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten in reconventie te compenseren. Dat betekent dat beide partijen hun eigen proceskosten dragen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 30.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 8 maart 2022, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot dit vonnis vastgesteld op € 2.872,74, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 voor het salaris advocaat, te vermeerderen met € 85,00 aan salaris advocaat en met de explootkosten als [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] om aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 1.511,64, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van de dag na de datum van dit vonnis, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten tussen partijen, </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. F.C. Burgers en in het openbaar uitgesproken op <?linebreak?>23 november 2022.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>