<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:4717</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-08T12:22:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 22/1054 en 22/1056</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:4717">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:4717</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-06T14:43:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:4717 Rechtbank Midden-Nederland , 11-05-2022 / UTR 22/1054 en 22/1056</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:4717:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>mondelinge uitspraak, WMO, pgb, geen aanleiding om te oordelen dat een pgb van drie uur per week onvoldoende is, info van de huisarts is ontoereikend voor de door eiseres geeiste 14 uur pgb, beroep ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:4717:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: UTR 22/1054 en 22/1056</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 mei 2022 in de zaken tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres 1] , uit [woonplaats] , en </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres 2]
        </emphasis>, uit [woonplaats] , eiseressen</para>
      <para>(gemachtigde: mr. Th.H. Meeuwis),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad</emphasis> (verweerder)</para>
      <para>(gemachtigden: M. van Manen en I. Badrising).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Zitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de beroepen van eisers tegen de bestreden besluiten van verweerder van 3 januari 2022 op 11 mei 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseressen, hun gemachtigde, hun moeder en de gemachtigde van verweerder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak op de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank hierna onder de beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>1. Deze uitspraak gaat over de beslissingen op bezwaar van 3 januari 2022, waarmee aan beide eiseressen een persoonsgebonden budget (pgb) tijdelijk is toegekend voor drie uur per week. Dat betekent dat in deze uitspraak niet wordt geoordeeld over de zorg in natura (ZIN) die in een ander besluit is toegekend en ook niet over de pgb-vaardigheid van de moeder van eiseressen. Dat wordt in de bestreden besluiten immers niet tegengeworpen. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden in deze zaken is of verweerder terecht drie uur per week pgb heeft toegekend.</para>
    <para />
    <para>2. Eiseressen hebben aangevoerd dat het pgb voor drie uur per week volstrekt onvoldoende is en dat er in plaats daarvan een pgb van veertien uur per week nodig is.</para>
    <para />
    <para>3. De gemeente heeft tijdens de zitting toegelicht dat het toekennen van drie uur pgb per week een tijdelijke maatregel was om de tijd te overbruggen, in afwachting van het lopende medische onderzoek. De doelen die daarbij zijn gesteld zien op begeleiding en enkele specifieke doelen in het kader van ondersteuning en zelfredzaamheid. Dit is gebaseerd op het onderzoeksrapport van Oreon van 20 mei 2021 en de nadere toelichting van Oreon van 10 juni, 23 juni en 7 juli 2021 op de vragen van verweerder. De rechtbank acht het zorgvuldig van verweerder dat ze de overbruggingsmaatregel hebben getroffen. Daarnaast is er geen enkele aanleiding om te oordelen dat een pgb voor drie uur per week onvoldoende is. De informatie van de huisarts die eiseressen hebben overgelegd is volstrekt niet toereikend om te onderbouwen dat er veertien uur pgb noodzakelijk is. Ook wat er tijdens de zitting is besproken kan niet tot een ander oordeel leiden. Dat eiseressen zelf ervaren meer tijd nodig te hebben voor de gestelde doelen is niet voldoende om tegenover het advies van Oreon te zetten.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank oordeelt dat verweerder het pgb voor drie uur per week heeft mogen toekennen. Eiseressen krijgen daarmee geen gelijk. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>5. De beroepen zijn ongegrond. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.</para>
    <para />
    <para>6. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2022 door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Bazaz, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>