<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:4695</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-08T10:50:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22_1175</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:4695">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:4695</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-07T09:16:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:4695 Rechtbank Midden-Nederland , 18-11-2022 / 22_1175</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:4695:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gehandicaptenparkeerkaart. Afgewezen ogv medisch advies. Eiser voldoet niet aan voorwaarden; verklaart zelf meer dan 100 meter te kunnen lopen. Fysio bevestigt dat. Vw had geen nader onderzoek hoeven doen. Ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:4695:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 22/1175 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , uit [woonplaats] , eiser </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (verweerder)</title>
    <para>(gemachtigde: M. Akkersdijk).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de aanvraag om een gehandicaptenparkeerkaart van eiser.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 27 september 2021 afgewezen omdat uit het medisch onderzoek blijkt dat het loopvermogen van eiser meer is dan 100 meter. Met het bestreden besluit van 11 januari 2022 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De rechtbank heeft het beroep op 16 september 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder. </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="bold">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De rechtbank beoordeelt de vraag of verweerder de aanvraag van eiser om een gehandicaptenparkeerkaart heeft kunnen afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat verweerder de aanvraag heeft kunnen afwijzen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Waar heeft verweerder zijn besluit op gebaseerd?</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Verweerder baseert de afwijzing van de aanvraag op een medisch advies van Oreon van 24 augustus 2021. In dit advies concludeert de arts dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor een gehandicaptenparkeerkaart omdat zijn loopvermogen meer is dan 100 meter.<footnote-ref linkend="_e7fa489f-dfec-4c20-8f0b-032200f186a6" /> De arts baseert haar standpunt op een eigen verklaring van eiser dat hij maximaal 100 tot 200 meter kan lopen en een verklaring van de fysiotherapeut van eiser dat eiser tijdens de behandeling een loopafstand had van ruim 300 meter op een loopband. Tijdens de zitting heeft verweerder uitgelegd dat de arts geen verdere medische informatie heeft opgevraagd over eiser, omdat zij voldoende informatie had voor haar conclusie. <?linebreak?><emphasis role="italic">Wat is het standpunt van eiser?</emphasis></para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>8. Eiser vindt dat het medisch advies onzorgvuldig is en dat verweerder zijn besluit daarom niet op dit advies mocht baseren. De arts oordeelt dat eiser meer dan 100 meter kan lopen maar dat is niet het geval. Eiser wil graag een second opinion. Dat het eiser sporadisch is gelukt om meer dan 100 meter te lopen op de loopband bij de fysiotherapeut door over zijn grenzen te gaan wil niet zeggen dat hij in staat is om “normaal” 100 meter te lopen. Het advies van de arts is verder ten onrechte niet gebaseerd op een lichamelijk onderzoek. </para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">Wat is het standpunt van verweerder?</emphasis>
    </para>
    <para>9. Verweerder vindt dat er geen reden is om aan het medisch advies te twijfelen. De arts heeft met eiser zelf gesproken en ook met zijn fysiotherapeut. Tijdens de gesprekken zijn de medische aandoeningen van eiser besproken. Tijdens de bezwaarfase is eiser in de gelegenheid gesteld om aanvullende medische verklaringen over te leggen waaruit blijkt dat hij géén 100 meter kan lopen, maar dat heeft hij niet gedaan. </para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">Heeft verweerder de afwijzing mogen baseren op het medisch advies?</emphasis>
    </para>
    <para>10. De rechtbank vindt dat verweerder zijn besluit mocht baseren op het medisch advies van Oreon. Het is vaste rechtspraak dat verweerder van de juistheid van een deskundigenadvies zoals het medische advies van Oreon mag uitgaan als dat advies op een onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze informatie geeft, tenzij er concrete aanknopingspunten bestaan voor twijfel aan die juistheid.<footnote-ref linkend="_e9089fff-06a0-49f0-b936-370480a145ad" /> Hoewel het medisch advies zeer summier is vindt de rechtbank dat aan deze voorwaarden is voldaan en dat er geen reden is om te twijfelen aan de juistheid van het advies. De arts heeft met eiser besproken wat zijn aandoeningen zijn en hoe die aandoeningen hem beperken in het dagelijks leven. Eiser heeft zelf verklaard dat hij tussen de 100 en 200 meter kan lopen. Verder heeft de arts contact opgenomen met de fysiotherapeut van eiser. De fysiotherapeut heeft ook verklaard dat eiser meer dan 100 meter kan lopen. Tijdens de behandeling zou eiser een loopafstand hebben gehad van ruim 300 meter waarbij hij tegen een helling opliep. Omdat eiser en zijn behandelend fysiotherapeut beiden verklaarden dat eiser meer dan 100 meter kan lopen vindt de rechtbank dat de arts geen nader onderzoek heeft hoeven doen naar de medische situatie of het loopvermogen van eiser. Dat eiser nu ontkent dat hij zou hebben verklaard dat hij meer dan 100 meter kan lopen, maakt dat niet anders. Ondanks dat eiser door verweerder meerdere keren de kans is geboden om nieuwe medische stukken in te dienen waaruit zou blijken dat het medische advies van Oreon niet zou kloppen, heeft hij daar geen gebruik van gemaakt. Eiser heeft in de bezwaarfase nog wel een patiëntenkaart van zijn huisarts aan verweerder toegestuurd, maar daaruit kan niet worden afgeleid dat eiser geen 100 meter kan lopen. Ook in beroep is eiser niet met nieuwe medische stukken gekomen. Eiser heeft daarom ook in beroep niet aannemelijk gemaakt dat er aan de juistheid van het medisch advies moet worden getwijfeld. </para>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>11. De rechtbank vindt verder dat het feit dat er geen lichamelijk onderzoek is gedaan door de arts ook niet maakt dat de afwijzing van de aanvraag onjuist of onzorgvuldig is. Uit de Regeling gehandicaptenparkeerkaart<footnote-ref linkend="_7890ce5c-de8c-4913-9233-4bce3759f697" /> blijkt dat een geneeskundig onderzoek moet worden gedaan voordat de aanvraag wordt af- of toegewezen, maar er staat niet in dat dit ook een fysiek onderzoek moet zijn. Dit staat wel met zoveel woorden in het Protocol gehandicaptenparkeervoorzieningen van de Vereniging van Indicerende en Adviserende Artsen (het VIA-Protocol), maar dat protocol heeft het karakter van een hulpmiddel voor de geneeskundige beoordeling en de adviserend geneeskundige is daarom niet gehouden om alle in het protocol genoemde aandachtspunten te behandelen en te bespreken in zijn rapport. Verweerder heeft op de zitting uitgelegd dat in de coronatijd aan alle aanvragers van een gehandicaptenparkeerkaart toestemming is gevraagd om hun aanvraag te behandelen zonder het uitvoeren van een fysiek onderzoek. Dit is gedaan omdat deze aanvragen anders pas behandeld konden worden als een fysiek onderzoek door een arts weer mogelijk was, wat veel vertraging zou opleveren voor de aanvragers. De rechtbank vindt deze werkwijze gezien de bijzondere omstandigheden niet onredelijk. Dat eiser nu stelt dat hij geen toestemming heeft gegeven vindt de rechtbank gezien de uitleg van verweerder onaannemelijk. <?linebreak?></para>
    <parablock>
      <para>12. Verweerder mocht de aanvraag van eiser daarom afwijzen met verwijzing naar het medisch advies van Oreon. </para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">Conclusie en gevolgen</emphasis>
      </para>
      <para>13. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat verweerder de aanvraag van eiser mocht afwijzen en dat eiser dus op dit moment geen gehandicaptenparkeerkaart krijgt. De rechtbank ziet geen aanleiding om alsnog een second opinion te gelasten. Er zijn geen feiten of omstandigheden die daartoe aanleiding geven. <?linebreak?></para>
      <para>14. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr.B.L. Kosterman-Meijer, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op <?linebreak?>18 november 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De griffier is verhinderd			</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">om de uitspraak te ondertekenen		</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.  </para>
  </section>
  <footnote id="_e7fa489f-dfec-4c20-8f0b-032200f186a6" label="1">
    <para> Deze voorwaarde staat in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e9089fff-06a0-49f0-b936-370480a145ad" label="2">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:420). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7890ce5c-de8c-4913-9233-4bce3759f697" label="3">
    <para> Zie artikel 2, eerste lid, van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>