<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:3973</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-27T11:29:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9806734 AC EXPL 22-904</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amersfoort</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:3973">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:3973</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-27T11:28:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:3973 Rechtbank Midden-Nederland , 28-09-2022 / 9806734 AC EXPL 22-904</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:3973:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>aanneming van werk; plaatsen en leveren van een schutting; opschorting factuur ongerechtvaardigd; geen wanprestatie aannemer.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:3973:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Amersfoort</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9806734 AC EXPL  22-904 MB/40202</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 28 september 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] h.o.d.n. " [handelsnaam] "</emphasis>,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>verder ook te noemen: [handelsnaam] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: Van Loon Incasso Advocaten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>verder ook te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met productie 1 tot en met 7 die op 30 maart 2022 aan [gedaagde] is betekend;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van het op de civiele rolzitting van 13 april 2022 door [gedaagde] gegeven mondelinge antwoord met daaraan 2 producties gehecht. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft digitaal middels Teams plaatsgevonden op 29 augustus 2022. De griffier heeft aantekening gehouden van hetgeen met partijen is besproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Tot slot is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [handelsnaam] heeft in opdracht van [gedaagde] in de tuin van [gedaagde] een schutting en deur geleverd en geplaatst (het leveren en plaatsen hierna te noemen: het werk). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [handelsnaam] heeft op 6 september 2021 een factuur aan [gedaagde] gestuurd voor het werk voor een bedrag van € 1.717,95 inclusief btw (hierna: de factuur).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De gemachtigde van [handelsnaam] heeft [gedaagde] op 6 oktober 2021 een ingebrekestelling gestuurd om het bedrag van € 1.717,95 inclusief btw binnen 16 dagen na ontvangst van de brief te betalen. Daarbij zijn de buitengerechtelijke incassokosten aangezegd, in het geval betaling binnen genoemde termijn uit zou blijven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de gemachtigde van [handelsnaam] op 7 oktober 2021 per e-mail bericht niet tot betaling over te gaan, zolang het werk niet wordt afgemaakt naar zijn tevredenheid.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [handelsnaam] vordert veroordeling van [gedaagde] om aan hem te betalen een bedrag van € 2.047,82 (bestaande uit € 1.717,95 aan hoofdsom, € 18,07 aan rente berekend tot 24 maart 2022 en € 311,80 inclusief BTW aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 24 maart 2022 en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en de nakosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [handelsnaam] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting die voortvloeit uit de tussen [handelsnaam] en [gedaagde] gesloten overeenkomst tot het verrichten van het werk. [handelsnaam] maakt tevens aanspraak op de wettelijke rente en vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten omdat [gedaagde] in verzuim is geraakt en [handelsnaam] de vordering ter incasso uit handen heeft moeten geven aan zijn gemachtigde. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist in de procedure dat hij de gehele hoofdsom met betalen, omdat volgens hem [handelsnaam] het werk niet goed heeft uitgevoerd. Voor het deel van de hoofdsom dat hij wel moet betalen, wil hij graag een betalingsregeling afspreken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op stellingen van partijen zal hierna, voor zover relevant, nader worden ingegaan. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Tussen partijen staat niet ter discussie dat zij een overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan [handelsnaam] de verplichting op zich genomen om de schutting en de deur in de tuin van [gedaagde] te leveren en te plaatsen en [gedaagde] de verplichting om daarvoor de overeengekomen prijs van € 1.717,95 inclusief btw aan [handelsnaam] te betalen. Omdat niet ter discussie staat dat [handelsnaam] de schutting en de deur heeft geleverd en geplaatst, moet [gedaagde] in beginsel aan zijn betalingsverplichting voldoen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het voorgaande kan anders zijn als [handelsnaam] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichting uit de overeenkomst. Een eventuele tekortkoming van [handelsnaam] doet weliswaar niet af aan de betalingsverplichting van [gedaagde] , maar onder omstandigheden zou  [gedaagde] wel gebruik kunnen maken van een opschortingsrecht (hetgeen [gedaagde] ook in zijn e-mail van 7 oktober 2021 lijkt te doen). Dat betekent dat hij nakoming van (een deel van) zijn betalingsverplichting mag uitstellen, totdat [handelsnaam] zijn verplichting behoorlijk is nagekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] stelt dat [handelsnaam] zijn verplichting tot het plaatsen van de schutting niet behoorlijk is nagekomen. Afgesproken is dat twee schuttingdelen door [handelsnaam] lager zouden worden gemaakt, maar [handelsnaam] heeft deze twee delen ongeveer 30 centimeter lager gemaakt dan de bedoeling was, aldus [gedaagde] . [handelsnaam] heeft deze stelling van [gedaagde] gemotiveerd betwist. [handelsnaam] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat hij de hoogte van de twee schuttingdelen voorafgaand aan de uitvoering van het werk met zijn hand aan [gedaagde] heeft aangewezen en dat [gedaagde] daarmee akkoord is gegaan. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] vervolgens onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld, die indien bewezen, kunnen leiden tot het oordeel dat [handelsnaam] de twee schuttingdelen lager heeft gemaakt dan overeengekomen. Omdat niet komt vast te staan dat [handelsnaam] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichting uit de overeenkomst, had [gedaagde] de betaling van de factuur, noch geheel, noch deels mogen uitstellen. Los daarvan, heeft [handelsnaam] onweersproken gesteld dat hij eerder uit coulance heeft aangeboden om de twee schuttingdelen alsnog kosteloos te verhogen, maar dat het niet lukt om een afspraak daarvoor met [gedaagde] te maken. Omdat [gedaagde] in verzuim verkeert, wordt hij veroordeeld om de hoofdsom van € 1.717,95 aan [handelsnaam] te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [handelsnaam] maakt daarnaast aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. [handelsnaam] heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten van € 311,80 inclusief btw komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en wordt toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft om een betalingsregeling verzocht. Het treffen van een betalingsregeling is echter zaak van partijen onderling. Het is niet aan de kantonrechter hierover te beslissen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft ongelijk gekregen. Hij wordt daarom in de proceskosten veroordeeld. Dit betekent dat hij zijn eigen proceskosten moet dragen en dat hij de proceskosten van [handelsnaam] moet betalen. De kosten aan de zijde van [handelsnaam] worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding		€	107,22</para>
      <para>- griffierecht		€	244,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde	€ 	187,00	(1 punt x tarief € 187,00)</para>
      <para>Totaal			€	538,22</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [handelsnaam] te betalen een bedrag van € 2.048,82, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.717,95 vanaf 24 maart 2022 tot aan de dag van voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten; hij moet de proceskosten aan de zijde van [handelsnaam] tot op heden begroot op € 538,22 aan [handelsnaam] betalen, waaronder begrepen een bedrag van € 187,00 aan salaris gemachtigde;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [handelsnaam] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op: </para>
      <para>- € 93,50 aan salaris gemachtigde; </para>
      <para>- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.S. Elkhuizen-Koopmans, kantonrechter, en is door </para>
        <para>mr. M. Ramsaroep, kantonrechter, in het openbaar uitgesproken op 28 september 2022.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>