<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:393</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-12T12:14:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 21/734 en UTR 21/735</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:393">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:393</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-12T12:12:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:393 Rechtbank Midden-Nederland , 07-02-2022 / UTR 21/734 en UTR 21/735</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:393:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WOZ-waardes; niet-woningen (2 objecten); WOZ-waardes te hoog vastgesteld; beroep gegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:393:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 21/734 en UTR 21/735</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 februari 2022  in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] ., te [woonplaats] , eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: P.J. Voorsluijs),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente [plaats] , verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: A.N. van Ravenswaaij).<?linebreak?></para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de beschikkingen van 30 april 2020 (biljetnummer [1] ) en 31 oktober 2020 (biljetnummer: [2] ) heeft verweerder op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waardes van de volgende onroerende zaken in [plaats] voor het belastingjaar 2020 vastgesteld naar de waardepeildatum 1 januari 2019: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [object 1] (object 1, UTR 21/734)		waarde € 57.000,-</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [object 2] (object 2, UTR 21/735)		waarde € 169.000,-</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Bij deze beschikkingen heeft verweerder aan eiseres als eigenaar van deze onroerende zaken ook aanslagen onroerendezaakbelasting opgelegd, waarbij deze waardes als heffingsmaatstaf zijn gehanteerd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres is tegen de beschikking in bezwaar gegaan. In de uitspraken op bezwaar van 30 december 2020 heeft verweerder het bezwaar met betrekking tot object 1 en het bezwaar met betrekking tot object 2 van eiseres ongegrond verklaard. De WOZ-waarde van object 1 en object 2 zijn hierbij gehandhaafd.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de digitale zitting van 5 januari 2022. De gemachtigde van eiseres en [taxateur] (taxateur van verweerder) hebben deelgenomen aan de zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres stelt dat de WOZ-waardes van object 1 en object 2 te hoog zijn vastgesteld. Hierbij verwijst eiseres naar de eerdere procedure (UTR 20/1107). In deze procedure heeft de rechtbank de WOZ-waarde voor beide objecten verlaagd. Verweerder heeft op de zitting erkend dat de WOZ-waardes van de objecten niet juist en te hoog zijn vastgesteld. Verweerder heeft op de zitting voor object 1 een WOZ-waarde van € 15.750,- (€ 21,- * 750 m2) en voor object 2 een WOZ-waarde van € 47.250,- (€ 27,- * 1750 m2) voorgesteld. Eiseres heeft op de zitting met deze waardes ingestemd. De rechtbank stelt vast dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de WOZ-waardes voor het belastingjaar 2020.  </para>
    <para />
    <para>2. Gelet op het voorgaande dienen de beroepen gegrond te worden verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. Omdat de rechtbank de beroepen gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart de beroepen gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt de uitspraken op bezwaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stelt de waarde van object 1 vast op € 15.750,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stelt de waarde van object 2 vast op € 47.250,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vermindert de aanslagen onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 720,- (2 * € 360,-) aan eiseres te vergoeden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van A. Kasi, griffier. De beslissing is uitgesproken op 7 februari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Deze uitspraak is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat.</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>