<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:3912</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-30T14:33:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16.077328.21 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:3912">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:3912</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-30T11:03:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:3912 Rechtbank Midden-Nederland , 30-09-2022 / 16.077328.21 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:3912:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank legt wegens bijstandsfraude een taakstraf van 160 uren op; verzwegen inkomsten uit langlopende online handel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:3912:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16.077328.21 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 30 september 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
        <emphasis role="caps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1960] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan [adres] te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: verdachte.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 september 2022. Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend. </para>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie </para>
      <para>mr. D.P.L. ter Laak.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de periode van 18 maart 2015 tot en met 26 mei 2021 te Hilversum, samen met een ander, bijstandsfraude heeft gepleegd door geen opgave te doen van genoten inkomsten door middel van handel en van het verkrijgen van een auto en een groot bedrag aan contant geld.  </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>De rechtbank acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis zal worden gehecht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsoverweging</emphasis>
          <?linebreak?>Verdachte en haar medeverdachte hebben, terwijl zij een bijstandsuitkering ontvingen, gedurende een periode van ruim zes jaar online gehandeld in verschillende goederen, kleding en schoenen. De opbrengst van deze online handel hebben zij nooit aan de gemeente Hilversum gemeld. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat medeverdachte [medeverdachte] , gedurende de gehele tenlastegelegde periode, het grootste deel van de online handel verzorgde. Verdachte was van deze handel op de hoogte en zij heeft er volop van meegeprofiteerd, zo volgt uit haar verklaring. Bovendien heeft zij zelf ook online handel gedreven via de accounts ‘ [account 1] ’ en ‘ [account 2] ’, en hebben klanten ook op haar bankrekening betalingen geboekt. Door aldus te handelen heeft verdachte een essentiële bijdrage geleverd aan het tenlastegelegde feit. Haar verklaring, afgelegd bij de sociale recherche, dat zij de omvang van de handel niet kende zal de rechtbank passeren, nu het haar moet zijn opgevallen dat vanuit de echtelijke woning een grote en voortdurende stroom goederen werd verhandeld. Tenslotte stond de verzwegen auto op haar naam en heeft zij er gebruik van gemaakt. Nu verdachte en medeverdachte [medeverdachte] de uitkering gezamenlijk hebben aangevraagd, en zij dus beiden verplicht waren de benodigde gegevens te verschaffen, oordeelt de rechtbank dat het medeplegen is bewezen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de periode van 18 maart 2015 tot en met 26 mei 2021 te Hilversum, tezamen en in vereniging met een ander, in strijd met een haar bij wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17 lid 1 van de Participatiewet, telkens opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, en dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl zij, verdachte, telkens wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een bijstandsuitkering krachtens die Participatiewet, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers hebben zij, verdachte, en haar mededader telkens niet aan de Sociale Dienst en de gemeente Hilversum schriftelijk gemeld dat in die periode:<?linebreak?>- zij en haar mededader door middel van handel in en verkoop van kleding en schoenen en tassen en overige goederen inkomsten hebben genoten en<?linebreak?>- hun vermogen en bezittingen waren toegenomen, althans gewijzigd, door het verkrijgen van beschikkingsmacht over een auto (merk Renault Captur) en een groot bedrag aan contant geld<emphasis role="bold">.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN HET FEIT</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">medeplegen van in strijd met een haar bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl zij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van haar of eens anders recht op de hoogte of de duur van een verstrekking of tegemoetkoming.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een taakstraf van 160 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 80 dagen hechtenis,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich gedurende een lange periode, samen met haar echtgenoot, schuldig gemaakt aan uitkeringsfraude, door opzettelijk geen melding te maken van inkomsten die zij genoten uit handel in kleding, schoenen en andere goederen. Daarnaast heeft zij, in strijd met de wettelijke verplichting, niet opgegeven dat zij kon beschikken over een groot bedrag aan contant geld en een auto. Verdachte heeft met haar handelen misbruik gemaakt van het stelsel van sociale zekerheid zoals dat in Nederland geldt. Een uitkering is bedoeld om de mensen, die om wat voor reden dan ook niet in hun eigen inkomen kunnen voorzien, te verzekeren van een aanvaardbaar inkomen. Misbruik van sociale voorzieningen doet afbreuk aan de solidariteit en ondermijnt het sociale stelsel. Hiervan worden uiteindelijk de mensen die op dit stelsel zijn aangewezen de dupe. De rechtbank rekent het verdachte aan dat zij gedurende een lange periode bewust misbruik heeft gemaakt van de sociale voorzieningen, waarbij sprake is van een fors benadelingsbedrag, te weten € 86.084,88.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook acht geslagen op het uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 9 augustus 2022, waaruit blijkt dat zij niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld. Verder heeft de rechtbank rekening gehouden met de ter zitting toegelichte persoonlijke omstandigheden van verdachte en medeverdachte, waaronder de omstandigheid dat zij het benadelingsbedrag moeten terugbetalen aan de gemeente en daartoe op hun uitkering worden gekort.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft voorts acht geslagen op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS die zien op fraudezaken en bij een benadelingbedrag gelegen tussen € 70.000,- en € 125.000,- een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf tot negen maanden aangeven, of een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. De eis van de officier van justitie doet recht aan de ernst van het feit en de persoon van verdachte. De rechtbank zal daarom een taakstraf voor de duur van 160 uur opleggen, te vervangen door 80 dagen hechtenis. Nu uit het dossier is gebleken dat het initiatief tot het overgrote deel van de handel niet bij verdachte lag, is de rechtbank van oordeel dat in haar geval, in afwijking van de LOVS-richtlijnen, kan worden volstaan met het opleggen van een taakstraf.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 227b van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;<?linebreak?></para>
    <para>
      <emphasis role="bold">- </emphasis>verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">- </emphasis>verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; <?linebreak?></para>
    <para>
      <emphasis role="bold">- </emphasis>verklaart verdachte strafbaar; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging van straf </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf </emphasis>van <emphasis role="bold">160 (honderdzestig) uren</emphasis>;<?linebreak?></para>
    <para>- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 80 (tachtig) dagen hechtenis.<?linebreak?></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. V.A. Groeneveld, voorzitter, mrs. D.S. Terporten-Hop en J.W.B. Snijders Blok, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Valk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 september 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mrs. Terporten-Hop, Groeneveld en Valk zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 maart 2015 tot en met 26 mei 2021 te Hilversum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in strijd met een haar bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17 lid 1 van de Participatiewet, (telkens) opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, en dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl zij, verdachte, (telkens) wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een (bijstands)uitkering krachtens die Participatiewet, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s) (telkens) niet aan de Sociale Dienst en/of de gemeente Hilversum (schriftelijk) gemeld dat in die periode:</para>
    </parablock>
    <para>- zij en/of haar mededader(s) door middel van handel in en/of verkoop van kleding en/of </para>
    <para>schoenen en/of tassen en/of (overige) goederen inkomsten heeft/hebben genoten en/of</para>
    <para>- haar/hun vermogen en/of bezittingen was/waren toegenomen, althans gewijzigd, door het </para>
    <para>verkrijgen van beschikkingsmacht over een auto (merk Renault Captur) en/of een (groot) bedrag aan contant geld.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>