<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:3784</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-21T16:44:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 22/2865</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:3784">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:3784</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-21T16:26:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:3784 Rechtbank Midden-Nederland , 21-09-2022 / UTR 22/2865</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:3784:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Deze uitspraak gaat over de vraag of de eigenaar van een vakantiepark in afwachting van de beslissing op bezwaar door mag gaan met het plaatsen van eco-lodges op een voormalig parkeerterrein van het park. Gedeputeerde staten hebben tijdens de bezwaarprocedure een voorlopige voorziening gevraagd om met deze ordemaatregel het plaatsen van de lodges een halt toe te roepen. Het vakantiepark ligt volledig in het Natuurnetwerk Nederland en gedeputeerde staten zijn bang dat het plan schade aan de natuur oplevert. Zij willen bovendien dat er zo snel mogelijk een passend compensatieplan komt. De voorzieningenrechter geeft gedeputeerde staten geen gelijk. Er is geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening omdat de voorbereidende werkzaamheden die de eventuele schade aan de natuur zouden kunnen veroorzaken, al zijn uitgevoerd. De verleende omgevingsvergunning is ook niet evident onrechtmatig. De belangen van de vergunninghouder om door te gaan met het plaatsen van de eco-lodges wegen zwaarder dan de belangen van gedeputeerde staten bij een passend compensatieplan. Dat compensatieplan kan ook tijdens de bezwaarfase (nader) worden vastgesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:3784:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 22/2865</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 september 2022 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht, verzoekers</title>
    <para>(gemachtigde: mr. C.M.O Kohinor),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rhenen, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: S. Halbesma).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde-partij heeft deelgenomen: <emphasis role="bold">[derde-partij]</emphasis> (hierna: de vergunninghouder), bijgestaan door mr. B. de Haan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. De vergunninghouder is eigenaar van vakantiepark [vakantiepark] aan de [adres] in [plaats] . De vergunninghouder wil zijn vakantiepark duurzamer  maken en aantrekkelijk houden voor recreanten. Hij wil daarom tien eco-lodges plaatsen </para>
    <para>op een voormalig parkeerterrein van het park. Om dit te realiseren moet het voormalige parkeerterrein worden geëgaliseerd en moeten er 12 bomen worden gekapt. Het parkeerterrein wordt verplaatst naar een perceel op het park waar vijf verouderde vakantiehuisjes worden verwijderd. </para>
    <para />
    <para>2. De vergunninghouder heeft hiervoor op 24 mei 2022 bij verweerder (hierna: het college) een omgevingsvergunning aangevraagd voor het tijdelijk plaatsen van tien eco-lodges. Met het besluit van 23 juni 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van de eco-lodges voor de duur van tien jaar. </para>
    <para />
    <para>3. Verzoekers (hierna: gedeputeerde staten) zijn het hier niet mee eens en hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Daarnaast hebben gedeputeerde staten de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. </para>
    <para />
    <para>4. Het verzoek van gedeputeerde staten is behandeld op de zitting van 8 september 2022. Gedeputeerde staten hebben zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde, bijgestaan door [A] , behandelend ambtenaar en [B] , ecoloog. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [C] , beleidsmedewerker ruimtelijke ordening bij het college. De vergunninghouder was ook bij de zitting aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Juridisch kader </title>
    <para />
    <para>5. De verleende omgevingsvergunning ziet op het uitvoeren van werkzaamheden<footnote-ref linkend="_9d776cb3-66a5-47b2-80f3-b629746bf3e2" /> en op handelen in strijd met het bestemmingsplan<footnote-ref linkend="_6065c835-e3fb-4b69-9333-e22ef6d56d30" />. Om af te kunnen wijken van het bestemmingsplan maakt het college gebruik van de kruimelgevallenregeling<footnote-ref linkend="_e87fb867-ddf7-47b3-9126-faa1bc37a81a" />. Gedeputeerde staten kunnen regels stellen over de inhoud, toelichting of onderbouwing van omgevingsvergunningen waarbij met toepassing van de kruimelgevallenregeling van het bestemmingsplan wordt afgeweken.<footnote-ref linkend="_9b8125c5-5bc5-4975-ae4a-a9d7997bbd08" /> Gedeputeerde staten hebben van deze bevoegdheid gebruik gemaakt met de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht (hierna: IOV). Gelet op de afwijking van het bestemmingsplan is de IOV op deze zaak van toepassing. </para>
    <para />
    <para>6. De IOV stelt onder andere regels over de bescherming en compensatie van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het vakantiepark van de vergunninghouder, en dus ook het plangebied, valt volledig binnen het NNN. Uit de IOV volgt dat bestaande legale verharding niet wordt begrepen onder de oppervlakte van het NNN.<footnote-ref linkend="_00fe277b-4b95-4da6-9260-72ff119c3b79" /></para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing </title>
    <para />
    <para>7. Aan de hand van de bezwaargronden voert de voorzieningenrechter een voorlopige beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit uit. Daarnaast weegt zij de belangen van partijen bij het wel of juist niet toewijzen van de voorlopige voorziening. Hoe minder twijfel zij heeft over de rechtmatigheid van het besluit, hoe minder ruimte er is om gewicht toe te kennen aan de belangen van gedeputeerde staten. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. </para>
    <para />
    <para>8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Zij legt dat hierna uit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Spoedeisend belang </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. Tijdens de zitting is met partijen gesproken over de feitelijke situatie op het perceel. De vergunninghouder heeft toegelicht dat het terrein al is geëgaliseerd, de infrastructuur is aangelegd en dat de bomen al zijn gekapt. Daarmee zijn de activiteiten waarvoor de vergunning is verleend, vrijwel volledig uitgevoerd. Ook zijn inmiddels vijf van de tien eco-lodges geplaatst. De overige vijf eco-lodges worden vanaf begin oktober 2022 geplaatst waarbij er telkens één lodge wordt geplaatst, met tussenpozen van twee à drie weken. De vergunninghouder heeft op de zitting toegelicht dat het gaat om prefab lodges. </para>
    <para />
    <para>10. Gedeputeerde staten hebben op de zitting toegelicht dat zij met het verzoek willen voorkomen dat de resterende vijf eco-lodges worden geplaatst zodat verdere schade aan de natuur wordt voorkomen. Gedeputeerde staten erkennen dat bestaand verhard terrein niet onder het NNN valt. Volgens gedeputeerde staten is echter onduidelijk of de aanwezige bomen en beplanting op het parkeerterrein niet onder het NNN vielen en of door het plaatsen van de lodges schade kan ontstaan aan aangrenzend NNN-gebied. Daarnaast willen gedeputeerde staten compensatie voor eventuele aantasting van het NNN in de omgevingsvergunning geborgd hebben en niet pas in de beslissing op bezwaar. </para>
    <para />
    <para>11. De voorzieningenrechter oordeelt dat gedeputeerde staten geen spoedeisend belang hebben bij een voorlopige voorziening. Dit is wel een voorwaarde voor een het treffen van een voorlopige voorziening.<footnote-ref linkend="_bb569674-faf8-4e86-ad49-2583250b91af" /> Deze spoedprocedure kan alleen worden gevoerd als gedeputeerde staten een spoedeisend belang hebben, waardoor zij niet kunnen wachten op een beslissing op het bezwaar. Dit is bijvoorbeeld het geval als een onomkeerbare situatie dreigt voordat op het bezwaar is beslist. Gedeputeerde staten hebben niet aannemelijk gemaakt dat hier sprake is van een dergelijk spoedeisend belang. Zij hebben in de stukken noch op de zitting  duidelijk kunnen maken welke onomkeerbare situatie er ontstaat als de vergunninghouder doorgaat met het plaatsen van de lodges. Het gaat immers om prefab lodges die na plaatsing ook weer kunnen worden verwijderd. Daarnaast zijn de bomen die op het verharde parkeerterrein stonden al gekapt, is het terrein al geëgaliseerd en is de infrastructuur al aangelegd. Als er delen van het voormalige parkeerterrein onder het NNN vallen, dan kan toewijzing van het verzoek van gedeputeerde staten eventuele schade aan het NNN niet meer voorkomen. Het vastleggen van de compensatiemaatregelen leidt evenmin tot een spoedeisend belang. Dit kan immers ook in de bezwaarprocedure aan de orde komen. Daarnaast zijn partijen nog met elkaar in gesprek over de compensatiemaatregelen en zou een afspraak hierover in de beslissing op bezwaar kunnen worden opgenomen. Die beslissing wordt eind oktober 2022 verwacht. De voorzieningenrechter gaat niet mee in de stelling van gedeputeerde staten dat alleen met een verbod tot plaatsing van de resterende lodges tot passende compensatiemaatregelen kan worden gekomen.</para>
    <para />
    <para>12. Gelet op het voorgaande is er geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Voorlopig rechtmatigheidsoordeel </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>13. Ook als er geen spoedeisend belang is, kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen als het besluit evident onrechtmatig is. Daar is sprake van als zonder diepgaand onderzoek naar de feiten of het recht moet worden betwijfeld of het standpunt van het college juist is. </para>
    <para />
    <para>14. De voorzieningenrechter ziet zonder diepgaand onderzoek geen aanleiding voor het oordeel dat het besluit van het college evident onrechtmatig is. In het besluit onderkent het college dat het bestemmingsplan bebouwing in het plangebied niet toestaat en dat voor het plaatsen van de eco-lodges moet worden afgeweken van het bestemmingsplan. Het college heeft van zijn bevoegdheid gebruik gemaakt om een omgevingsvergunning te verlenen voor afwijken van het bestemmingsplan. Daarbij heeft het college onder andere betrokken dat de aanvraag voldoet aan een goede ruimtelijke ordening, dat de eco-lodges worden geplaatst op een voormalig parkeerterrein zodat het plaatsen geen ruimtelijke en milieutechnische bezwaren met zich brengt en dat de bosrand behouden blijft zodat er ook geen nadelige effecten zijn op de landschappelijke waarde en natuur in het gebied. Het college heeft daarbij onder andere de ruimtelijke onderbouwing, de ‘nee, tenzij-toets’ en het compensatieplan betrokken. Daarnaast zijn in de omgevingsvergunning voorschriften opgenomen over de uitvoering van het compensatieplan en op welke wijze de 12 gekapte bomen moeten worden gecompenseerd. Uit het voorgaande volgt dat het college bij zijn besluitvorming rekening heeft gehouden met verschillende belangen en ook in zijn besluit inzichtelijk heeft gemaakt welke belangenafweging er aan zijn besluitvorming ten grondslag ligt. Het college heeft daarbij ook rekening gehouden met het belang van bescherming van het NNN-gebied.   </para>
    <para />
    <para>15. Op de zitting is duidelijk geworden dat partijen met name van inzicht verschillen over de vraag of delen van het plangebied onder het NNN vallen en welke delen dat dan precies zijn. Dit is onder andere van belang om de omvang van de compensatieverplichting te kunnen vaststellen. </para>
    <para />
    <para>16. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is diepgaander onderzoek nodig om de omvang van het NNN-gebied en de compensatieverplichting te kunnen vaststellen. Daar leent deze spoedprocedure zich niet voor. Bovendien is op de zitting gebleken dat partijen nog met elkaar in gesprek zijn over de omvang van de compensatieverplichting en binnenkort weer bij elkaar willen komen. In dat kader heeft de vergunninghouder benadrukt dat groencompensatie altijd onderdeel van het plan is geweest en dat hij bereid is om de gesprekken hierover met gedeputeerde staten voort te zetten. Gedeputeerde staten hebben meermaals aangegeven dat zij niet onwelwillend tegenover het plan van de vergunninghouder staan. De voorzieningenrechter gaat er van uit dat dit overleg tussen primair de vergunninghouder en gedeputeerde staten wordt afgestemd met het college, die moet beslissen op het bezwaar. In dat kader heeft het college op de zitting verklaard dat op </para>
    <para>4 oktober aanstaande de hoorzitting wordt gehouden bij de bezwaaradviescommissie. Het zou partijen helpen als zij voor die datum overeenstemming hebben over de invulling van de compensatieverplichtingen. </para>
    <para />
    <para>17. Gelet op het voorgaande is de verleende omgevingsvergunning niet evident onrechtmatig. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Belangenafweging </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>18. Het belang van gedeputeerde staten bij het toewijzen van de voorlopige voorziening ligt in het treffen van de juiste compensatiemaatregelen. De voorzieningenrechter ziet niet in dat gedeputeerde staten ook belang hebben bij het voorkomen van schade aan het NNN-gebied, omdat de werkzaamheden, die de eventuele schade zouden veroorzaken, al zijn verricht. De vergunninghouder heeft een groot financieel belang. Hij heeft veel geld geïnvesteerd in de lodges, die hij nodig heeft voor de exploitatie van zijn vakantiepark. Daarnaast heeft de vergunninghouder op de zitting toegelicht dat hij gehouden is de lodges af te nemen en er geen locatie is om ze elders op te slaan. Als de vergunninghouder de lodges niet op de voorgenomen locatie mag laten plaatsen heeft dit ook aanzienlijke financiële gevolgen.     </para>
    <para />
    <para>19. In het licht van de uitkomst van de rechtmatigheidstoets wegen de belangen van de vergunninghouder om gebruik te maken van de verleende omgevingsvergunning naar het oordeel van de voorzieningenrechter zwaarder dan de belangen van gedeputeerde staten bij het toewijzen van een voorlopige voorziening. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>20. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de vergunninghouder het gebruik van de omgevingsvergunning mag voortzetten. Voor vergoeding van het griffierecht of proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.H. Verweij, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 september 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">						De voorzieningenrechter is verhinderd </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">						deze uitspraak te tekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_9d776cb3-66a5-47b2-80f3-b629746bf3e2" label="1">
    <para> Artikel 2.1, lid 1, onder b, en artikel 2.11 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_6065c835-e3fb-4b69-9333-e22ef6d56d30" label="2">
    <para> Artikel 2.1, lid 1, onder c en artikel 2.12 van de Wabo. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e87fb867-ddf7-47b3-9126-faa1bc37a81a" label="3">
    <para> Artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 2 van de Wabo en artikel 4, lid 11, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9b8125c5-5bc5-4975-ae4a-a9d7997bbd08" label="4">
    <para> Dit volgt uit artikel 4.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_00fe277b-4b95-4da6-9260-72ff119c3b79" label="5">
    <para> Artikel 6.3, lid 2, IOV.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_bb569674-faf8-4e86-ad49-2583250b91af" label="6">
    <para> Artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>