<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:3723</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-19T10:33:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">544094 /  HA RK 22-186</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:3723">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:3723</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-19T09:12:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:3723 Rechtbank Midden-Nederland , 09-09-2022 / 544094 /  HA RK 22-186</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:3723:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoeker heeft een verzoek tot wraking ingediend tegen de rechter in de zaak 21/4461. Hij meent dat het de rechter aan onpartijdigheid ontbreekt, doordat zij al 15 zaken onterecht ten nadele van verzoeker en ten gunste van verweerder, het college van B&amp;W van de gemeente Utrecht (hierna: het college), heeft beslist. Dat blijkt uit uitspraken van de Raad van State van 15 juni 2022 en 28 juli 2022. Verder heeft zij zich in een uitspraak gecommitteerd aan het oordeel van de meervoudige kamer van 22 juli 2022 (22/2459), wat een partijdig oordeel is.</para>
      <para />
      <para>Het wrakingsverzoek is ongegrond. De omstandigheid dat eerdere beslissingen in hoger beroep zijn vernietigd, ook al zijn het er meerdere, leidt niet tot het oordeel dat de rechter in kwestie partijdig is. Ook de uitspraak dat zij zich committeert aan het oordeel van de rechters in 22/2459 leidt niet tot die conclusie. De wrakingskamer heeft vandaag eerder beslist dat de uitspraak van de rechters inzake 22/2459 geen blijk geeft van partijdigheid of vooringenomenheid. De verwijzing naar die beslissing kan dan ook niet leiden tot het oordeel dat sprake is van partijdigheid of vooringenomenheid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:3723:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3595c127-3ec1-4b57-b65a-8715cd6f5ac6" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="81f76cd5-e057-4482-82a3-d7a527d1e34f" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Proces-verbaal</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>WRAKINGSKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie: Lelystad</para>
      <para>Zaaknummer/rekestnummer: 544094 /  HA RK 22-186</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak ter zitting op 9 september 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake het verzoek in de zin van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb) van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>, </para>
      <para>(verder te noemen verzoeker),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gemachtigde: mr. M.M. Breukers.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. R.C. Stijnen (hierna: de rechter).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het wrakingsverzoek is op 9 september 2022 in het openbaar behandeld door de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken (verder: de wrakingskamer). <?linebreak?>Bij de mondelinge behandeling zijn verzoeker en zijn gemachtigde verschenen. De rechter is met bericht van verhindering niet verschenen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De behandeling van de zaak is gesloten en vervolgens is mondeling uitspraak gedaan. Daarvan is ingevolge artikel 8:67 eerste lid Awb dit proces-verbaal opgemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De wrakingskamer heeft de volgende uitspraak gedaan: </para>
      <para />
      <para>- verklaart het verzoek tot wraking ongegrond;</para>
      <para />
      <para>- draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, en aan de betrokken teamvoorzitter van het team Bestuursrecht, waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank;</para>
      <para />
      <para>- bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer 21/4461 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Verzoeker heeft een verzoek tot wraking ingediend tegen de rechter in de zaak 21/4461. Hij meent dat het de rechter aan onpartijdigheid ontbreekt, doordat zij al 15 zaken onterecht ten nadele van verzoeker en ten gunste van verweerder, het college van B&amp;W van de gemeente Utrecht (hierna: het college), heeft beslist. Dat blijkt uit uitspraken van de Raad van State van 15 juni 2022 en 28 juli 2022. Verder heeft zij zich in een uitspraak gecommitteerd aan het oordeel van de meervoudige kamer van 22 juli 2022 (22/2459), wat een partijdig oordeel is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De wrakingskamer onderzoekt in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Van dat laatste kan sprake zijn indien uit zijn overtuiging of gedrag persoonlijke vooringenomenheid tegenover een procespartij blijkt. Daarnaast kan een procespartij de indruk krijgen dat de rechter vooringenomen is. Het gezichtspunt van de procespartij is hier van belang, maar speelt geen doorslaggevende rol. Beslissend is of de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd is. Komt vooringenomenheid of een gerechtvaardigd vermoeden daarvan vast te staan, dan lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade. De wrakingskamer zal het wrakingsverzoek aan de hand van de hiervoor genoemde maatstaven beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Het wrakingsverzoek is ongegrond. De omstandigheid dat eerdere beslissingen in hoger beroep zijn vernietigd, ook al zijn het er meerdere, leidt niet tot het oordeel dat de rechter in kwestie partijdig is. Ook de uitspraak dat zij zich committeert aan het oordeel van de rechters in 22/2459 leidt niet tot die conclusie. De wrakingskamer heeft vandaag eerder beslist dat de uitspraak van de rechters inzake 22/2459 geen blijk geeft van partijdigheid of vooringenomenheid. De verwijzing naar die beslissing kan dan ook niet leiden tot het oordeel dat sprake is van partijdigheid of vooringenomenheid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Het wrakingsverzoek is ongegrond en de procedure moet worden hervat in de stand waarin het zich bevond toen het verzoek werd ingediend.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. H.A. Brouwer, voorzitter, en mr. D.J. van Maanen en mr. A.M. Crouwel als leden van de wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 9 september 2022, waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat is verzonden op 19 september 2022.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>de griffier                                                                                                   de voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>de griffier is buiten staat dit </para>
        <para>proces-verbaal te ondertekenen</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>