<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:3542</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-16T15:37:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/1185</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:3542">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:3542</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-16T15:36:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:3542 Rechtbank Midden-Nederland , 02-09-2022 / 22/1185</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:3542:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep niet-ontvankelijk, want beroep niet-tijdig + ingebrekestelling prematuur. Beslistermijn van 6 maanden was nog niet verlopen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:3542:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 22/1185</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 september 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres] uit [woonplaats] , eiseres</title>
    <para>(gemachtigde: mr. R.S. Pot),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</emphasis>, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Eiseres werkte vanaf 1 september 2019 voor [bedrijf] . Dit bedrijf is in september 2021 failliet gegaan. De curator heeft het dienstverband van eiseres daarom per 30 september 2021 opgezegd. Op 8 oktober 2021 heeft eiseres op grond van de Werkloosheidswet (Ww) een uitkering wegens betalingsonmacht van haar (failliete) werkgever aangevraagd bij het Uwv.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Het Uwv heeft de ontvangst hiervan aan eiseres bevestigd en daarin vermeld dat zij uiterlijk 24 november 2021 (vier weken na de aanvraag) een besluit ontvangt. Bij besluit van 3 november 2021 heeft het Uwv bepaald dat eiseres niet in aanmerking komt voor een voorschotuitkering. Eiseres ontvangt uiterlijk 26 april 2022 (zes maanden na de aanvraag) een definitief besluit op haar aanvraag</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Op 16 december 2021 heeft eiseres bij verweerder bezwaar gemaakt tegen het niet (tijdig) nemen van een besluit op haar aanvraag. Verweerder heeft deze brief op 16 februari 2022 doorgestuurd naar de rechtbank om in behandeling te nemen als beroep tegen het niet (tijdig) nemen van een besluit. Bij brief van 30 maart 2022 heeft mr. R.S. Pot zich als gemachtigde gesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is, gelet op artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.</para>
    <para />
    <para>3. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag. Dit staat onder meer in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
    <para />
    <para>4. Eiseres heeft een aanvraag ingediend om een uitkering wegens betalingsonmacht van haar (failliete) werkgever. Dit is een uitkering zoals omschreven in hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet. Verweerder moet binnen vier weken na ontvangst van deze aanvraag beslissen of eiseres voor een voorschot in aanmerking komt. Dat staat in artikel 127a, tweede lid van de Ww. Binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag moet verweerder een definitief besluit nemen. Dat staat in het derde lid van dit artikel.</para>
    <para />
    <para>5. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres op 26 oktober 2021 ontvangen. Verweerder moest dus uiterlijk 23 november 2021 (vier weken later) beslissen over het voorschot, en uiterlijk 26 april 2022 (zes maanden na ontvangst van de aanvraag) een definitief besluit nemen op de aanvraag van eiseres. Met het besluit van 3 november 2021, dus op tijd, heeft verweerder beslist over het voorschot. Op 16 december 2021 heeft eiseres beroep ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd een definitief besluit op de aanvraag heeft genomen. Op dat moment was de beslistermijn van zes maanden, die liep tot 26 april 2022, echter nog niet verstreken. En al was de beslistermijn verstreken dan is de rechtbank ook niet gebleken dat eiseres verweerder een ingebrekestelling heeft gestuurd.</para>
    <para />
    <para>6. Het beroep van eiseres is kennelijk niet-ontvankelijk. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep nietontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van mr. N.K. Boer - de Bruin, griffier. De beslissing is op 2 september 2022 in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>