<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:336</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-24T12:27:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 21/1776-V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:336">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:336</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-24T12:24:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:336 Rechtbank Midden-Nederland , 02-02-2022 / UTR 21/1776-V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:336:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>8:54, verzet, ongegrond, dwangsom eerdere usp</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:336:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND </bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 21/1776-V </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 februari 2022 op het verzet van </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten</emphasis>, te Dronten, opposant,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>(gemachtigde: mr. C. van der Ent), </para>
      <para>geopposeerde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 16 september 2021 heeft deze rechtbank met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), het beroep van [eiseres] , gericht tegen het besluit van 6 mei 2020 van opposant, gegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank tevens de dwangsom als bedoeld in artikel 4:17, van de Awb vastgesteld. De rechtbank is hiertoe overgegaan, omdat opposant niet voldaan heeft aan de verplichting binnen de termijn een beslissing op bezwaar van [eiseres] te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. 	Op grond van artikel 8:55, eerste lid, van de Awb – voorzover hier van belang – kan een belanghebbende tegen de uitspraak, bedoeld in artikel 8:54, tweede lid, van de Awb verzet doen bij de rechtbank. Indien de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaart, blijft de uitspraak waartegen verzet was gedaan op grond van artikel 8:55, achtste lid, van de Awb in stand.</para>
    <para />
    <para>2. 	De rechtbank constateert dat opposant eerst op 11 oktober 2021, dus ná de uitspraak van 16 september 2021 een beslissing op het bezwaar heeft genomen waarbij het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. 	Opposant stelt zich op het standpunt dat op grond van artikel 4:17, zesde lid, aanhef en onder c, van de Awb, geen dwangsom verschuldigd is nu het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is geacht. </para>
    <para />
    <para>4. 	De rechtbank volgt de redenering van opposant niet. Ten tijde van de uitspraak was er (nog) geen beslissing op bezwaar. Daarom is naar het oordeel van de rechtbank terecht de dwangsom vastgesteld. Dat opposant – naderhand – het bezwaar kennelijk ongegrond verklaart, maakt niet dat (alsnog) geen dwangsom verschuldigd zou zijn.</para>
    <para />
    <para>5. 	In hetgeen opposant heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 16 september 2021 is gedaan.</para>
    <para />
    <para>6. 	Het verzet is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>7. 	Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>J. Fagel, griffier. De beslissing is uitgesproken op 2 februari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">de rechter is verhinderd</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">om deze uitspraak te </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">ondertekenen</emphasis>
      </para>
      <para>griffier															rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak? </title>
    <para>Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>