<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:335</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-24T12:43:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 20/1252-V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:335">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:335</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-24T12:39:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:335 Rechtbank Midden-Nederland , 24-01-2022 / UTR 20/1252-V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:335:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>8:54, verzet, n-o, verzetschrift te laat</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:335:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND </bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 20/1252 - V</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 januari 2022 op het verzet van </bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [opposante] , te [woonplaats] , opposante,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R. Hulkenberg). </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak gaat over het verzoek voor een proceskostenvergoeding dat opposante heeft ingediend bij de rechtbank op 5 juni 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de uitspraak van 18 januari 2021 heeft de rechtbank het verzoek afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposante is tegen deze uitspraak in verzet gegaan. Opposante heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 18 januari 2021 het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen, omdat verzoekster zelf heeft besloten de beroepsprocedure niet te willen voorzetten. Van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is dan ook geen sprake. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Awb. </para>
    <para />
    <para>2. Omdat het verzet van opposante is gericht tegen een uitspraak van 18 januari 2021, verzonden op 27 januari 2021, is de termijn van zes weken voor het indienen van een verzetschrift op grond van de artikel 6:7, 6:8, eerste lid, in samenhang met artikel 8:55, eerste lid en tweede lid, van de Awb gestart op 18 januari 2021 en geëindigd op 1 maart 2021. Uiterlijk op die dag moet het verzetschrift bij de rechtbank zijn binnengekomen of indien het via de reguliere postbezorging is verzonden uiterlijk op die dag ter post zijn bezorgd en niet later dan een week daarna bij de rechtbank zijn binnengekomen.</para>
    <para />
    <para>3. Opposante heeft het verzetschrift met dagtekening 21 juli 2021 per mail aan de rechtbank toegestuurd. Dat is te laat. </para>
    <para />
    <para>4. Bij aangetekende brief van 26 augustus 2021 heeft de rechtbank opposante gevraagd om binnen twee weken na verzending van die brief schriftelijk uitleg te geven waarom het verzetschrift te laat is ingediend. In die brief is opposante er tevens op gewezen dat als er geen geldige reden is voor de te late indiening de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk kan verklaren. De brief is onbestelbaar retour gekomen bij de rechtbank. De rechtbank heeft de brief op 15 september 2021 per gewone post nog een keer aan opposante gestuurd.</para>
    <para />
    <para>5. Opposante heeft niet gereageerd op deze brief. </para>
    <para />
    <para>6. De conclusie is dat het verzet van opposante niet-ontvankelijk is, omdat zij het verzetschrift te laat bij de rechtbank heeft ingediend. Dit betekent dat de uitspraak van de rechtbank van 18 januari 2021 in stand blijft.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>J. Fagel, griffier. De beslissing is uitgesproken op 24 januari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier									rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak? </title>
    <para>Tegen deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de verzenddatum ervan beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. De datum van verzending ziet u op de stempel die hierboven staat. </para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>