<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:3261</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-05T12:04:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR - 21 _ 4774</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:3261">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:3261</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-05T12:03:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:3261 Rechtbank Midden-Nederland , 10-08-2022 / UTR - 21 _ 4774</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:3261:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Zij had ervan op de hoogte kunnen zijn dat er betaald moest worden voor het parkeren. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:3261:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 21/4774</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 augustus 2022 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Weesp, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: B. Plukker - Klein Meuleman).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 14 september 2021 aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 66,50 (naheffingsaanslag: € 1,20 en kosten € 65,30). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beslissing op bezwaar van 11 oktober 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 10 augustus 2022 op een online zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van verweerder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank hierna onder de beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    <para />
    <para>2. Eiseres heeft haar auto met kenteken [kenteken] (de auto) op 9 september 2021 om 14:24 uur geparkeerd ter hoogte van [adres] in Weesp. Omdat eiseres geen parkeerbelasting heeft voldaan, heeft verweerder aan haar een naheffingsaanslag opgelegd.  </para>
    <para />
    <para>3. Tussen partijen is niet langer in geschil dat sprake is van een gefiscaliseerde parkeerplaats. Ook niet in geschil is dat op het moment van het opleggen van de naheffingsaanslag geen parkeerbelasting op de aangifte was voldaan.  </para>
    <para />
    <para>4. Eiseres voert aan dat zij niet wist en niet kon weten dat er sprake was van betaald parkeren in de [locatie 1] . Eiseres stelt dat er op dat moment werkzaamheden waren. Er stond in de buurt geen parkeerbord met een locatie code om te activeren op de parkeer-app. Eiseres heeft ter ondersteuning van dit standpunt foto’s overgelegd. Verder heeft eiseres aangegeven dat zij in het verleden als zij op een gefiscaliseerde parkeerplaats stond geparkeerd altijd de parkeerbelasting heeft voldaan. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk en overweegt daartoe als volgt. De rechtbank gaat ervan uit dat eiseres wel op de hoogte had kunnen zijn van het feit dat zij haar auto op een gefiscaliseerde parkeerplaats had geparkeerd. Verweerder heeft voldoende kenbaar gemaakt dat in de [locatie 1] parkeerbelasting betaald moet worden. Eiseres heeft in het bezwaarschrift aangegeven dat zij vanaf de [locatie 2] naar de haven is gereden. Verweerder heeft in het verweerschrift uitgelegd dat eiseres komende vanaf de [locatie 2] een bord met “betaald parkeren” is gepasseerd en heeft dit aan de hand van een foto en de parkeerlocatie duidelijk gemaakt. Op de zitting heeft verweerder dit ook nog eens duidelijk gemaakt. Eiseres heeft weliswaar gesteld dat het bord niet zichtbaar was omdat er bouwketen voor stonden en heeft ter onderbouwing een foto overgelegd. Maar uit de door verweerder overgelegde foto uit het scandossier van 9 september 2021 blijkt dat er toen geen bouwketen stonden die het zicht belemmerden. Dat eiseres in het verleden altijd parkeerbelasting heeft voldaan en niet bewust geen parkeerbelasting heeft voldaan, leidt niet tot een ander oordeel. </para>
    <para />
    <para>6. De naheffingsaanslag parkeerbelasting is terecht opgelegd. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para>7. Op de zitting zijn partijen gewezen op de mogelijkheid om tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan op de manier zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 augustus 2022 door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. R.P. Stehouwer, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Deze uitspraak is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>