<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:3236</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-05T08:17:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 22/1493</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:3236">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:3236</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-05T08:16:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:3236 Rechtbank Midden-Nederland , 09-08-2022 / UTR 22/1493</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:3236:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>mu; intrekking uitwonendenbeurs; niet aannemelijk dat eiseres haar hoofdverblijf heeft op Brp-adres; beroep op cautie en verschoningsrecht ziet op boetebesluit, niet op herstelmaatregel; beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:3236:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 22/1493</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 augustus 2022 in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres</title>
    <para>(gemachtigde: mr. R.G. Groen),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: drs. P. Slagter).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld tegen het gehandhaafde besluit van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) waarin de aan haar toegekende uitwonendenbeurs is herzien en ingetrokken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 4 juni 2021 is een controle uitgevoerd naar de woonsituatie van eiseres. Volgens het door de controleurs opgestelde rapport heeft eiseres niet haar hoofdverblijf op het adres waar zij volgens de Basisregistratie personen (Brp) staat ingeschreven. Naar aanleiding van het rapport heeft verweerder bij besluit van 22 juni 2021 (het primaire besluit) de studiefinanciering van eiseres gewijzigd en haar uitwonendenbeurs ingetrokken. Het te veel ontvangen bedrag aan studiefinanciering heeft verweerder teruggevorderd. Tegen dat besluit is eiseres in bezwaar gegaan. Bij besluit van 18 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Tegen dat besluit heeft eiseres beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 augustus 2022. Eiseres en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank geeft daarvoor de volgende motivering. </para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de uitwonendenbeurs terecht heeft herzien, omdat niet aannemelijk is dat eiseres haar hoofdverblijf heeft op het adres waar zij volgens het Brp staat ingeschreven. Het rapport van de controleurs, met de daarin opgenomen bevindingen, biedt daarvoor voldoende feitelijke grondslag, ook reeds zonder de verklaring van de schoonzus. </para>
    <para />
    <para>3. Uit het rapport blijkt dat de schoonzus van eiseres een kamer liet zien die de rapporteurs gezien de foto’s terecht hebben omgeschreven als een kinderkamer van een jong kind, met bijpassende kinderspullen. Daarbij zijn geen persoonlijke spullen van eiseres aangetroffen die tot haar te herleiden zijn er die erop duiden dat haar hoofdverblijf in de woning is. Als eiseres haar hoofdverblijf daar zou hebben, zouden dergelijke spullen daar verwacht mogen worden. Er zijn bijvoorbeeld geen (vieze) was, onderbroeken, sokken of verzorgingsspullen aangetroffen, maar ook bijvoorbeeld geen schoenen of jassen van eiseres. Verder is van belang dat er geen studieboeken of administratie van eiseres zijn aangetroffen of iets anders op grond waarvan aannemelijk kan zijn dat eiseres haar hoofdverblijf in de woning is. De (dames)kleding die in een deel van de kledingkast is aangetroffen en de laptop op het bed bieden geen aanknopingspunten voor om het tegendeel te concluderen. Eiseres heeft hierover niets aangevoerd wat er op wijst dat deze spullen wel van haar zijn. Eiseres heeft niet laten zien dat de aangetroffen (dames)kleding wel van haar is. Daarnaast heeft de schoonzus van eiseres geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om (eventueel na toestemming van eiseres) de laptop op te starten om te onderbouwen dat deze van haar is. Gezien de totale afwezigheid van persoonlijk aan eiseres te linken spullen, had het op de weg van eiseres gelegen om haar standpunt te onderbouwen. </para>
    <para />
    <para>4. De overgelegde verklaring van de broer is daarvoor ontoereikend. Die geeft een verklaring waarom eiseres er volgens hem woont, maar dit doet niets af aan de feitelijke vaststelling over het ontbreken van persoonlijke spullen van eiseres. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank ziet ook geen gebreken in het onderzoek. Eiseres wordt niet gevolgd in het standpunt dat de controleurs de schoonzus de cautie hadden moeten geven en dat aan de schoonzus het verschoningsrecht toekomt. Het besluit dat voorligt is een herstelmaatregel dat ziet op de herziening van het recht op studiefinanciering. Reeds hierom ontbreekt in dit geval een wettelijke basis voor het gestelde recht en de cautieplicht, er nog vanaf gezien dat eiseres zelf niet is gehoord. Het boetebesluit staat in deze procedure niet ter beoordeling. </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Eiseres komt daarom niet voor een proceskostenvergoeding in aanmerking.</para>
    <para />
    <para>7. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. Z.E.M. van der Maas, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter		<?linebreak?></para>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>