<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:3222</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-28T12:42:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9794674 \ AC EXPL  22-861</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amersfoort</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:3222">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:3222</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-28T12:42:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:3222 Rechtbank Midden-Nederland , 29-06-2022 / 9794674 \ AC EXPL  22-861</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:3222:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Facturen aanvangswerkzaamheden beschermingsbewindvoerder.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:3222:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zittingsplaats Amersfoort</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 9794674 \ AC EXPL  22-861</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 29 juni 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de vennootschap onder firma </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] V.O.F.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigden: gerechtsdeurwaarders J. Hubers, mr. H.J.M. van der Manden en mr. B.C.H. Kolfschoten, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van [A]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding met producties 1 tot en met 6, <?linebreak?>- het proces-verbaal van de civiele rolzitting op 6 april 2022, waarin is opgenomen de mondelinge conclusie van antwoord, <?linebreak?>- de conclusie van repliek met producties 1 tot en met 5,  <?linebreak?>- het proces-verbaal van de civiele rolzitting op 1 juni 2022, waarin is opgenomen de mondelinge conclusie van dupliek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar gaat het over? </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het vermogen van [A] (hierna: [A  (voornaam)] ) staat onder bewind. Vanaf 9 oktober 2013 tot 6 december 2017 was [B] (hierna: [B] ) bewindvoerder. Bij beschikking van 6 december 2017 is [B] ontslagen en is [eiser] benoemd tot opvolgend bewindvoerder. Op 25 april 2019 is het bewind opgeheven. Op 23 november 2021 is [gedaagde] benoemd tot bewindvoerder. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft op 18 mei 2020 aan [gedaagde] een factuur gestuurd voor de vergoeding van haar aanvangswerkzaamheden ter hoogte van € 628,47.  [gedaagde] heeft die niet betaald. [eiser] vordert in deze procedure betaling van de factuur, de wettelijke rente vanaf 2 juni 2020 tot de dagvaarding (€ 22,31) en de buitengerechtelijke incassokosten (€ 94,27). [eiser] heeft ook gevorderd dat [gedaagde] haar proceskosten betaalt.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] wil de factuur niet betalen omdat – kort gezegd – hij vindt dat [eiser] nalatig is geweest en [A  (voornaam)] daardoor financiële en psychische schade heeft geleden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De factuur</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft niet betwist dat [eiser] aanspraak kan maken op een vergoeding van € 628,47 voor haar aanvangswerkzaamheden. Dat blijkt bovendien uit de beschikking van de kantonrechter van 6 december 2017. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Volgens [gedaagde] heeft het schuldsaneringstraject bij [organisatie] voor de schulden van [A  (voornaam)] vertraging opgelopen door [eiser] . De voormalig bewindvoerder [B] is veroordeeld tot betaling van een bedrag aan [A  (voornaam)] en heeft dat overgemaakt aan [eiser] in plaats van aan [A  (voornaam)] , aldus [gedaagde] . Het duurde volgens [gedaagde] even voordat [A  (voornaam)] en hij daarachter kwamen. [eiser] heeft uiteindelijk het bedrag dat zij had ontvangen, aan [gedaagde] overgemaakt. [A  (voornaam)] was echter in het kader van het schuldsaneringstraject verplicht om op een bepaalde datum een bedrag over te maken aan [organisatie] en dat is door het voorgaande niet gelukt, aldus [gedaagde] . Het gevolg daarvan is volgens [gedaagde] dat [A  (voornaam)] anderhalf jaar langer een eigen bijdrage voor de schuldenregeling heeft betaald, naast de maandelijkse kosten van de bewindvoerder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt voorop dat [gedaagde] zijn stellingen geheel niet heeft onderbouwd, waardoor zijn verweer niet slaagt. Daarnaast is het volgende relevant. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft op 16 januari 2020 [B] veroordeeld tot betaling aan [A  (voornaam)] van € 1.382,48, waaronder de vergoeding voor de aanvangswerkzaamheden van [eiser] ter hoogte van € 628,47. [eiser] heeft deze procedure aanhangig gemaakt in haar hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [A  (voornaam)] en deed datzelfde voor een aantal andere cliënten. Het bewind over het vermogen van [A  (voornaam)] was al opgeheven op de datum van de hiervoor genoemde beschikking. [A  (voornaam)] diende daarom zelf de veroordeling bij [B] te verhalen. Voor haar andere cliënten heeft [eiser] een betalingsregeling met [B] getroffen. In dat kader heeft [B] kennelijk op 11 mei 2020 eenmaal een bedrag van € 115,21 als aflossing op de vordering van [A  (voornaam)] aan [eiser] overgemaakt. [eiser] heeft dat op 18 mei 2020 teruggestort naar [B] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Dat [eiser] meer geld van [B] heeft ontvangen en dat langdurig onder zich heeft gehouden, is niet gebleken. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat [eiser] slechts € 115,21 tijdelijk (één week) ten onrechte onder zich heeft gehad. Uit de beschikking van de kantonrechter van 16 januari 2020 en het feit dat [eiser] op dat moment geen bewindvoerder meer was, volgt dat het op de weg van [A  (voornaam)] had gelegen om het bedrag bij [B] tijdig te innen ten behoeve van zijn schuldsaneringstraject bij [organisatie] . De wijze waarop [eiser] heeft gehandeld, vormt dus geen grondslag voor een schadevergoeding en ontslaat [gedaagde] evenmin van zijn verplichting om de vergoeding voor de aanvangswerkzaamheden van [eiser] aan haar te voldoen. De vordering van [eiser] wordt daarom toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] de factuur van [eiser] niet op tijd heeft betaald, is hij de wettelijke rente verschuldigd. Die bedraagt vanaf 2 juni 2020 (de datum van verzuim) tot de dagvaarding € 22,31. Dit bedrag wordt dan ook toegewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De buitengerechtelijke incassokosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert ook vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [eiser] heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De hoogte van de vordering is getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 94,27 toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- hoofdsom  <?linebreak?>- rente vanaf 2 juni 2020 tot de dagvaarding </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ <?linebreak?>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>628,47 <?linebreak?>22,31 </para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- buitengerechtelijke incassokosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>94,27</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>+</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>totaal </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>745,05</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [eiser] als volgt vastgesteld:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>107,22</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>322,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>248,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 124,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>677,22</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 745,05,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot dit vonnis vastgesteld op € 677,22,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2022.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>