<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:3130</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T15:48:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9974519 AV EXPL  22-15 JPd/45024</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2022-0876</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2022-0876</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:3130">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:3130</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-04T14:40:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:3130 Rechtbank Midden-Nederland , 05-08-2022 / 9974519 AV EXPL  22-15 JPd/45024</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:3130:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstekvonnis. Op basis van de door [eiser] overgelegde stukken en omdat er geen verweer is gevoerd, wordt in rechte uitgegaan van de juistheid van de stellingen van [eiser] . Dit betekent dat de kantonrechter ervan uitgaat dat [eiser] zijn loon en vakantiebijslag niet uitbetaald heeft gekregen, terwijl hij daar wel recht op had. Nu [gedaagde] niet tijdig aan haar loonbetalingsverplichtingen heeft voldaan is zij bovendien de wettelijke verhoging verschuldigd. Ook gaat de kantonrechter ervan uit dat [gedaagde] de salarisspecificaties van de maand juli 2022 niet aan [eiser] heeft verstrekt. Dit is in strijd met artikel 7:626 BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:3130:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9974519 AV EXPL  22-15 JPd/45024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Kort geding verstekvonnis van 5 augustus 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend in [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.J. de Coninck,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] BV</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 2 juli 2022 heeft [eiser] een kort geding procedure bij de rechtbank gestart. [eiser] heeft bij dagvaarding met zeven bijlagen [gedaagde] opgeroepen voor de mondelinge behandeling van 29 juli 2022 om 09:00 uur. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [eiser] is met zijn gemachtigde op de mondelinge behandeling verschenen. Niemand is namens [gedaagde] verschenen. Van hetgeen ter zitting is besproken heeft de griffier aantekeningen gemaakt. Daarna is vonnis bepaald op 5 augustus 2022. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] is sinds 27 december 2021 in dienst van [gedaagde] als totaal installateur en junior elektricien. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor een bepaalde tijd van zeven maanden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In april 2021 heeft [gedaagde] bij [eiser] te kennen gegeven de arbeidsovereenkomst niet te zullen verlengen. Op 4 april 2022 heeft [eiser] zich ziek gemeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De gemachtigde van [eiser] heeft [gedaagde] op 8 juni, 17 juni en 24 juni 2022 aangemaand het loon door te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] vordert - kort weergegeven - bij voorlopige voorziening voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad veroordeling van [gedaagde] tot betaling van:</para>
        <para>I. het loon van € 2.200 bruto over mei, juni en over de periode 1-28 juli 2022, onder afgifte van salarisspecificaties, binnen drie dagen na betekening van het vonnis;</para>
        <para>II. de tussen 27 december 2021 en 28 juli  2022, opgebouwde vakantiebijslag van 8%, binnen drie dagen na betekening van het vonnis;</para>
        <para>III. de (maximale) wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over het onder I en II bedoelde loon vanaf de datum van opeisbaarheid, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
        <para>IV. de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het onder 1, II en III bepaalde vanaf de datum van opeisbaarheid, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
        <para>V. de proceskosten en nakosten, met rente. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] het loon vanaf mei 2021 tot en met 28 juli 2022 de datum waarop de arbeidsovereenkomst is beëindigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is niet verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] niet is verschenen. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat aan [gedaagde] verstek wordt verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De spoedeisendheid van de zaak is gegeven met de aard van de vordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Voor toewijzing van de voorlopige voorziening zoals door [eiser] wordt gevorderd, moet het in hoge mate waarschijnlijk zijn dat een gelijkluidende vordering in een te voeren bodemprocedure zal worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Op basis van de door [eiser] overgelegde stukken en omdat er geen verweer is gevoerd, wordt in rechte uitgegaan van de juistheid van de stellingen van [eiser] . Dit betekent dat de kantonrechter ervan uitgaat dat [eiser] zijn loon en vakantiebijslag niet uitbetaald heeft gekregen, terwijl hij daar wel recht op had. Nu [gedaagde] niet tijdig aan haar loonbetalingsverplichtingen heeft voldaan is zij bovendien de wettelijke verhoging verschuldigd. Ook gaat de kantonrechter ervan uit dat [gedaagde] de salarisspecificaties van de maand juli 2022 niet aan [eiser] heeft verstrekt. Dit is in strijd met artikel 7:626 BW.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande komen de vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vorderingen worden daarom toegewezen. De vordering tot betaling van emolumenten zal als, onvoldoende bepaald, worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke verhoging en  rente worden toegewezen nu hiertegen geen verweer is gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De vorderingen van [eiser] zijn toegewezen. [gedaagde] zal dan ook in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten van [eiser] worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding	€	125,03</para>
      <para>- griffierecht	€	244,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde	€ <emphasis role="underline">	498,00</emphasis>	(1 punten x tarief € 498,00)</para>
      <parablock>
        <para>Totaal	€	867,03</para>
        <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen met inachtneming van de hierna te bepalen termijn.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De gevorderde nakosten met rente zullen worden toegewezen en worden begroot op € 124,00 aan nakosten salaris.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen:</para>
        <para>I	€ 2.200 bruto ter zake van loon over de maanden mei, juni en het pro rata deel hiervan over de periode 1-28 juli 2022, onder gelijktijdige verstrekking van correcte bruto/netto-specificaties,</para>
        <para>II	de tussen 27 december 2021 en 28 juli 2022 over het salaris opgebouwde vakantiebijslag van 8%,</para>
        <para>III	de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over het onder I t/m II bedoelde achterstallige loon vanaf de datum van opeisbaarheid tot aan de dag der algehele voldoening,</para>
        <para>VI	de wettelijke rente van artikel 6:119 BW over het onder I, II, III bepaalde vanaf de datum van opeisbaarheid tot aan de dag der algehele voldoening, </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de kant van [eiser] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 876,03, waarin begrepen € 498,- aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] , onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [eiser] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op: </para>
      <para>- € 124,- aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de voldoening,</para>
      <para>- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2022.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>