<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:309</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-26T15:26:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 21/2541</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:309">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:309</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-26T15:22:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:309 Rechtbank Midden-Nederland , 04-02-2022 / UTR 21/2541</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:309:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorschot Tozo-uitkering is ingetrokken en teruggevorderd, omdat eiser niet tot de kring van rechthebbenden behoort. Hij heeft de pensioengerechtigde leeftijd namelijk al bereikt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:309:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 21/2541 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , uit [woonplaats] , eiser</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: E. Siemeling).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 18 september 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder het besluit van 27 mei 2020 ingetrokken en het toegekende voorschot van € 3.006,62 teruggevorderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 23 februari 2021, verzonden op 26 april 2021, (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft op 4 juni 2021 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 21 januari 2022 op zitting behandeld. Eiser was aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiser heeft op 22 maart 2020 een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Tozo.<footnote-ref linkend="_86d79c5c-a737-4551-905f-12d7677ee38b" /> In eerste instantie heeft verweerder een voorschot toegekend van € 3.006,62. Met het primaire besluit is echter beslist dat eiser niet in aanmerking komt voor een Tozo-uitkering, omdat hij volgens verweerder niet tot de doelgroep behoort. Om deze reden is het toekenningsbesluit ingetrokken en het voorschot teruggevorderd. Eiser is het hier niet mee eens en heeft bezwaar gemaakt. Het bezwaar is met het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertegen richt zich het beroep.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inhoud bestreden besluit (in essentie weergegeven) </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Met het bestreden besluit is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser niet in aanmerking komt voor een Tozo-uitkering omdat hij niet tot de kring van rechthebbenden behoort. Eén van de voorwaarden om als zelfstandige in de zin van de Tozo te worden aangemerkt is volgens verweerder dat de betrokkene 18 jaar of ouder is, maar nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.<footnote-ref linkend="_26ae0c62-761c-450f-9da1-37a32f11999e" /> Eiser ontvangt echter al een AOW<footnote-ref linkend="_b15f2ee0-b771-49b8-af6c-1523462fdd24" />- pensioen.</para>
    <para />
    <para>3. Eiser is te goeder trouw en heeft niet de inlichtingenplicht geschonden. Hij heeft de gevraagde gegevens immers op 5 juni 2020 verstrekt en verweerder is er zelf pas later achter gekomen dat eiser niet tot de rechthebbenden behoort. Verweerder trekt een besluit tot toekenning van bijstand/Tozo echter in en vordert het betaalde bedrag terug, als de bijstand/Tozo ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.<footnote-ref linkend="_ca33ddf8-9784-4885-9914-ba80a2e59f8c" /> Om deze reden is het bedrag van € 3.006,62 teruggevorderd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van eiser (in essentie weergegeven) </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eiser vindt het niet terecht dat het bedrag dat hij aan Tozo- uitkering heeft ontvangen wordt teruggevorderd door verweerder. Hij is op 73- jarige leeftijd een bedrijf begonnen om zijn jongere echtgenote (financieel) de mogelijkheid te geven eerder met pensioen te gaan. Eiser voldoet aan wat in zijn algemeenheid door de overheid is gecommuniceerd over het aanspraak kunnen maken op een Tozo- uitkering.<footnote-ref linkend="_b8069f1d-49e4-49ce-ae86-fdfa3a56b9c9" /> Eisers bedrijf is namelijk zwaar financieel geraakt als gevolg van de Covid-19- crisis. Daarnaast is door de overheid gecommuniceerd dat het om een eenmalige gift gaat, die niet hoeft te worden terugbetaald. Verder is er verschil tussen gemeenten in de manier waarop de regels over de Tozo worden geïnterpreteerd, sommige gemeenten hebben besloten het voorschot niet terug te vorderen. Tijdens de zitting heeft eiser verduidelijkt dat hij zich baseert op twee voorbeelden over studerende ondernemers in de gemeente Oss en Delft.<footnote-ref linkend="_6143f8ae-222b-42ee-83c6-2cbe70bc12c5" /></para>
    <para />
    <para>5. Ook vindt eiser dat de besluitvorming onzorgvuldig heeft plaatsgevonden. De communicatie van verweerder liet te wensen over, zo is meermaals geen antwoord gegeven op brieven, zijn privacyregels niet in acht gehouden en is hij ten onrechte als wanbetaler behandeld. Daarnaast is de procedure omtrent de hoorzitting niet correct verlopen, omdat eiser niet de mogelijkheid kreeg zijn argumenten en bewijzen in te brengen. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Reden voor intrekking en terugvordering Tozo</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. De rechtbank volgt verweerder in het standpunt dat eiser niet tot de kring van rechthebbenden voor de Tozo behoort. In de aanhef van artikel 1 van de Tozo is bij het begrip zelfstandige immers opgenomen: <emphasis role="italic">“de rechthebbende, bedoeld in artikel 11 van de wet die achttien jaar of ouder is maar de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep hier te lande.” </emphasis>Tussen partijen is niet in geschil dat eiser reeds de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. </para>
    <para />
    <para>7. Eiser voert aan dat de voorschotten op de Tozo- uitkering een gift waren en dat hij dit zo heeft mogen begrijpen, onder meer vanwege berichten in de media hierover. Hier kan echter enkel uit opgemaakt worden dat als aan de voorwaarden is voldaan er recht bestaat op de Tozo- uitkering en geen terugbetalingsverplichting geldt. Er moet dus wel eerst aan de voorwaarden zijn voldaan en in lijn hiermee recht bestaan op de uitkering. Dit blijkt ook uit de brieven<footnote-ref linkend="_0ff8e906-7de3-4f2e-baa0-3b8869db2599" /> waarmee het voorschot is verstrekt en waarin het volgende is vermeld: <emphasis role="italic">“Houdt u er rekening mee dat u het voorschot terugbetaalt als u: 1. geen recht heeft op een uitkering…”.</emphasis> In het besluit van 27 mei 2020 is een dikgedrukt kopje opgenomen ‘Controle achteraf’ met daar onder de zin: <emphasis role="italic">“Wij controleren achteraf of u het juiste bedrag hebt ontvangen en of u recht hebt op de uitkering.” </emphasis></para>
    <para />
    <para>8. De rechtbank stelt vast dat eiser er bij aanvang duidelijk op is gewezen dat hij het ontvangen voorschot mogelijk moet terugbetalen. Ondanks de goeder trouw van eiser mocht verweerder het voorschot terugvorderen, vanwege de aard van een voorschot en de meegedeelde controle achteraf. Dat de Tozo 1- regeling op het moment van de aanvraag van eiser nog niet was gepubliceerd maakt dit niet anders. Verweerder moest vanwege de plots ontstane situatie rondom de Covid-19 pandemie snel handelen en heeft toen een groot aantal Tozo-aanvragen verwerkt om achteraf het recht te beoordelen. Vanwege deze omstandigheden kon eiser uit de enkele toekenning van een voorschot niet het vertrouwen ontlenen dat de aanvraag van de Tozo-uitkering definitief zou worden gehonoreerd en geen terugbetalingsplicht zou gelden. De rechtbank wijst op eerder gepubliceerde uitspraken over dit onderwerp.<footnote-ref linkend="_30c7b0ff-2e6b-49c7-8bc1-36b47bd343da" /> De beroepsgrond slaagt niet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zorgvuldigheid besluitvorming/ procedure</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. Eiser heeft argumenten aangevoerd die gaan over de bejegening door verweerder, het schenden van privacyregels en het niet of te laat reageren. De rechtbank kan zich voorstellen dat eiser de hele situatie als vervelend heeft ervaren, maar stelt vast dat het geen betrekking heeft op juridische aspecten van de besluitvorming die in deze procedure voorliggen. </para>
    <para />
    <para>10. De rechtbank acht de keuze van verweerder om telefonisch een hoorzitting te houden begrijpelijk, vanwege de situatie rond de Covid-19 pandemie. Verder is niet gebleken dat eiser bepaalde argumenten niet naar voren heeft kunnen brengen. In het verslag van de hoorzitting van 20 januari 2021 is onder meer opgenomen dat eiser heeft meegedeeld dat hij te goeder trouw heeft gehandeld. Eiser heeft daarbij digitaal, per post en telefonisch met verweerder gesproken en gecorrespondeerd. De rechtbank concludeert dat de beroepsgronden over de zorgvuldigheid van de besluitvorming en de procedure niet slagen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het gelijkheidsbeginsel </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>11. Eiser heeft tijdens de zitting gewezen op berichten over de gemeente Oss en de gemeente Delft, die toegekende voorschotten in het kader van de Tozo niet zouden hebben teruggevorderd van studerende ondernemers. Verweerder heeft op de zitting geantwoord dat dit om duidelijk andere gevallen gaat dan iemand die al AOW- gerechtigd is. Verweerder heeft als grote lijn aangehouden dat indien al niet aan de ‘entreevoorwaarden’ wordt voldaan het voorschot wordt teruggevorderd. De rechtbank overweegt dat voor een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel in ieder geval sprake moet zijn van (in voldoende mate) gelijke gevallen. De voorbeelden waar eiser naar verwijst wijken te zeer van zijn situatie af omdat in die situaties sprake is van studenten met een onderneming. De beroepsgrond slaagt daarom niet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>12. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt.</para>
    <para />
    <para>13. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier. De uitspraak is uitgesproken op 4 februari 2022 en openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
  </section>
  <footnote id="_86d79c5c-a737-4551-905f-12d7677ee38b" label="1">
    <para> Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_26ae0c62-761c-450f-9da1-37a32f11999e" label="2">
    <para> Verweerder verwijst naar de aanhef van artikel 1 van de Tozo.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b15f2ee0-b771-49b8-af6c-1523462fdd24" label="3">
    <para> Algemene Ouderdomswet. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ca33ddf8-9784-4885-9914-ba80a2e59f8c" label="4">
    <para> Verweerder verwijst naar de artikelen 54, derde lid, Participatiewet (Pw) en artikel 58, tweede lid, onder a, van de Pw.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b8069f1d-49e4-49ce-ae86-fdfa3a56b9c9" label="5">
    <para> Eiser verwijst naar de persconferentie van 17 maart 2020 en naar informatie op verschillende websites.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6143f8ae-222b-42ee-83c6-2cbe70bc12c5" label="6">
    <para> Eiser wijst op berichtgeving van de website van RTL Z van 9 februari 2021 en 16 maart 2021.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0ff8e906-7de3-4f2e-baa0-3b8869db2599" label="7">
    <para> Brieven/besluiten van 26 mei 2020 en 29 mei 2020.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_30c7b0ff-2e6b-49c7-8bc1-36b47bd343da" label="8">
    <para> Zie de uitspraken van de rechtbank Gelderland van 10 mei 2021 (ECLI:NL:RBGEL:2021:2317 r.o. 4.4.2) en van de rechtbank Oost-Brabant van 14 oktober 2021 (ECLI:NL:RBOBR:2021:5447 r.o. 16), te raadplegen op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>