<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:2676</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-29T11:23:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/517485 / HA ZA 21-123</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>INS-Updates.nl 2022-0244</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:2676">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:2676</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-02T08:28:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:2676 Rechtbank Midden-Nederland , 06-07-2022 / C/16/517485 / HA ZA 21-123</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:2676:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Renvooiprocedure. Is er sprake geweest van een onverschuldigde betaling?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:2676:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="2d206445-29b0-46b3-a469-d48a2b75ef91" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="448a9e71-f3ea-4982-af7d-100214d4700b" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>vonnis</para>
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Civiel recht</para>
    <para>handelskamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>locatie Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer / rolnummer: C/16/517485 / HA ZA 21-123</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Vonnis van 6 juli 2022</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [eiseres] B.V.</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>eiseres,</para>
    <para>advocaat mr. N.E. Koelemaij te Assen,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">MR W.J.B. VAN NIELEN Q.Q.</emphasis>
    </para>
    <para>in hoedanigheid van curator van [onderneming 1] B.V.</para>
    <para>kantoorhoudende te Utrecht,</para>
    <para>gedaagde,</para>
    <para>advocaten mr. F. Ortiz Aldana en mr. M.C.G. Derksen te Utrecht.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen worden hierna [eiseres] en de curator genoemd.<?linebreak?></para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">1.	De procedure</emphasis>
  </para>
  <para>1.1.	Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
  <itemizedlist mark="-">
    <listitem>
      <para>de conclusie van eis in de renvooiprocedure van 24 februari 2021 met producties;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de conclusie van antwoord met producties.</para>
    </listitem>
  </itemizedlist>
  <parablock>
    <para>1.2.	De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 mei 2022. [eiseres] en haar advocaat zijn daar niet verschenen. Mr. Derksen heeft namens de curator spreekaantekeningen voorgedragen. Daaraan heeft zij een overzicht met bankmutaties van de hierna te noemen vennootschap [onderneming 2] B.V. gehecht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken. Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de rechter de vonnisdatum bepaald op vandaag.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar gaat het in deze zaak over?</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [onderneming 1] B.V. (hierna: [onderneming 1] ) is op 19 november 2019 in staat van faillissement verklaard. [eiseres] heeft bij de curator een vordering ingediend in het faillissement van [onderneming 1] . In deze renvooiprocedure moet worden beoordeeld of de curator de vordering van [eiseres] , een bedrag van € 50.838,36 inclusief rente, alsnog moet erkennen. De curator heeft de vordering betwist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vordering van [eiseres] bestaat uit een betaling van € 50.000,- die zij op 18 januari 2019 namens haar dochtervennootschap [onderneming 3] B.V. (hierna: [onderneming 3] ) aan [onderneming 1] heeft gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het was de bedoeling dat [onderneming 3] en [onderneming 1] zouden samenwerken om twee ondernemingen van de heren [achternaam] over te nemen. Dit zijn de ondernemingen v.o.f [onderneming 4] en [onderneming 5] B.V. Voor de overname van deze ondernemingen zijn twee nieuwe vennootschappen opgericht: [onderneming 2] B.V. en [onderneming 6] B.V. (hierna: de opgerichte B.V.’s). Er is afgesproken dat de opgerichte B.V.’s, als kopers van de ondernemingen van de heren [achternaam] , een aanbetaling zouden doen aan de heren [achternaam] . De opgerichte B.V.’s hadden op dat moment nog geen bankrekening, waardoor is afgesproken dat de (toekomstige) aandeelhouders deze aanbetaling zouden doen. [onderneming 1] en [onderneming 3] / [eiseres] zouden ieder € 50.000,- aan de heren [achternaam] betalen. [eiseres] heeft dit bedrag (op 18 januari 2019, zoals vermeld) aan [onderneming 1] betaald met de bedoeling dat [onderneming 1] het zou doorbetalen aan de heren [achternaam] . Op 19 februari 2019 hebben [onderneming 1] en [onderneming 3] een vaststellingsovereenkomst gesloten. Hierin hebben zij afgesproken dat van de storting van   € 50.000,- die namens [onderneming 3] was gedaan, een bedrag van € 11.000,- zou worden aangewend voor de koop van aandelen die [onderneming 1] in de opgerichte B.V.’s had en dat het restant (€ 39.000,-) als een betaling in rekening-courant tussen de opgerichte B.V.’s en [onderneming 3] op de bankrekening van de opgerichte B.V.’s zou worden gestort. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Niet alleen [onderneming 1] , maar ook de opgerichte B.V.’s zijn failliet gegaan. [eiseres] stelt dat haar betaling van € 50.000,- aan [onderneming 1] onverschuldigd is gedaan. Zij meent dat [onderneming 1] , in strijd met de afspraken, het geld niet heeft doorbetaald aan de heren [achternaam] (de rechtbank begrijpt: dan wel de opgerichte B.V.’s). Volgens [eiseres] stond het geld bij het uitspreken van het faillissement nog op de bankrekening van [onderneming 1] , terwijl dat niet voor haar was bestemd. Daarnaast zijn de aandelen in de opgerichte B.V.’s nog niet aan [onderneming 3] geleverd. Als er niet onverschuldigd is betaald, geldt volgens [eiseres] dat [onderneming 1] onrechtmatig heeft gehandeld. [eiseres] vordert een verklaring voor recht dat zij een vordering van € 50.000,-, vermeerderd met rente, op [onderneming 1] heeft en dat de curator deze vordering in het faillissement van [onderneming 1] moet erkennen. Ook vordert [eiseres] een verklaring voor recht dat [onderneming 1] of de curator geen (tegen)vordering op [eiseres] heeft. Tot slot vordert [eiseres] dat de curator wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Volgens de curator heeft [eiseres] niet onverschuldigd betaald. Daarnaast heeft [onderneming 1] het door [eiseres] betaalde bedrag conform afspraak doorbetaald. Zij heeft dus ook niet onrechtmatig gehandeld. Daarom heeft [eiseres] geen vordering op [onderneming 1] .</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van de vorderingen</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal de vorderingen van [eiseres] grotendeels afwijzen. Hierna wordt de motivering voor deze beslissing gegeven.<?linebreak?><emphasis role="italic">Afspraken over betaling van € 50.000,- door [eiseres]</emphasis><?linebreak?>3.2.	Zoals hiervoor vermeld, blijkt uit de vaststellingsovereenkomst dat de betaling van € 50.000,-, die door [eiseres] namens [onderneming 3] aan [onderneming 1] is gedaan, bedoeld was voor de koop van de aandelen van [onderneming 1] in de opgerichte B.V.’s en voor een betaling aan de opgerichte B.V.’s of één daarvan.  </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Betaling van € 11.000,- als koopsom voor de aandelen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Als gevolg van haar faillissement kon [onderneming 1] de aandelen in de opgerichte B.V.’s niet meer aan [onderneming 3] leveren. [eiseres] heeft daarvoor wel betaald op 18 januari 2019. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Hoewel de curator van mening is dat niet [eiseres] maar [onderneming 3] een vordering op [onderneming 1] heeft, is namens de curator tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij de vordering van [eiseres] tot een bedrag van € 11.000,- in het faillissement van [onderneming 1] wil erkennen. Dit bespoedigt volgens hem de afwikkeling van het faillissement en dat is in het belang van alle crediteuren van [onderneming 1] . De rechtbank zal de curator daarom veroordelen om de vordering van [eiseres] tot een bedrag van € 11.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente (als bedoeld in artikel 6:119 BW) vanaf 18 januari 2019 tot en met 19 november 2019, als erkende vordering in het faillissement van [onderneming 1] te behandelen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betaling van € 39.000,- </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Tussen partijen staat vast dat het de bedoeling was dat [eiseres] namens [onderneming 3] <?linebreak?>€ 50.000,- aan [onderneming 1] zou overmaken. [eiseres] heeft dit gedaan om de verplichting tot betaling aan de heren [achternaam] na te komen. Later is aan deze betaling in de vaststellingsovereenkomst een andere bestemming gegeven. [onderneming 1] zou dit bedrag </para>
        <para>(minus € 11.000,- voor de koop van de aandelen door [eiseres] ) op grond van de vaststellingsovereenkomst storten op de rekening van (één van) de opgerichte B.V.’s. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Omdat er voor deze betaling dus een rechtsgrond bestond, is zij niet onverschuldigd verricht. Tijdens de mondelinge behandeling is door de curator bovendien aangetoond dat [onderneming 1] op 19 maart 2019 een bedrag van € 50.000,- heeft overgeboekt op de bankrekening van [onderneming 2] B.V. Daardoor is komen vast te staan dat ook [onderneming 1] de afspraken uit de vaststellingsovereenkomst heeft nageleefd. Dat [onderneming 1] het gehele bedrag van € 50.000,- heeft betaald aan [onderneming 2] B.V. en niet € 11.000,- heeft ingehouden als koopsom voor de aandelen, maakt dit niet anders. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De curator heeft dit deel van de vordering van [eiseres] dus terecht betwist. [eiseres] heeft mogelijk een vordering op de opgerichte B.V.’s, maar niet op [onderneming 1] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit het voorgaande volgt ook dat [onderneming 1] niet onrechtmatig tegenover [eiseres] heeft gehandeld. [eiseres] stelt dat dit het geval is, omdat [onderneming 1] haar zou hebben overtuigd het bedrag van € 50.000,- eerst aan [onderneming 1] over te maken. [onderneming 1] zou dit bedrag vervolgens (bewust) hebben gehouden, terwijl het voor (aanvankelijk) de heren [achternaam] en (later) de opgerichte B.V.’s was bestemd. Nu door de curator is aangetoond dat [onderneming 1] het betaalde bedrag van [eiseres] wel heeft voldaan aan [onderneming 2] B.V., heeft zij niet onrechtmatig gehandeld.</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Verklaring voor recht tegenvordering op [eiseres]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>De rechtbank zal geen verklaring voor recht geven dat [onderneming 1] of de curator geen (tegen)vordering op [eiseres] heeft. [eiseres] heeft hier geen belang bij. De curator beroept zich in deze procedure namelijk niet op verrekening. Bovendien heeft [eiseres] niet gesteld wat de grondslag van een mogelijke vordering zou zijn. De curator heeft het onderzoek naar een mogelijke vordering op [eiseres] ook nog niet afgerond. Daardoor kan hierover op dit moment nog niet worden geoordeeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>De rechtbank zal [eiseres] als de overwegend in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de kosten van deze procedure. Deze kosten worden aan de kant van de curator begroot op:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>- griffierecht		€    309,00<?linebreak?>- salaris advocaat		<emphasis role="underline">€ 1.126,00</emphasis> (2 punten x tarief II)<?linebreak?>totaal:			€ 1.435,00<?linebreak?></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat aan [eiseres] B.V. een vordering op [onderneming 1] B.V. toekomt van € 11.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente (als bedoeld in artikel 6:119 BW) vanaf 18 januari 2019 tot en met 19 november 2019;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt de curator om de onder 4.1. bedoelde vordering te erkennen in het faillissement van [onderneming 1] B.V. en erop toe te zien dat [eiseres] B.V. als faillissementscrediteur wordt toebedeeld uit de baten van de boedel wat haar toekomt;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] B.V. in de proceskosten, aan de kant van de curator tot vandaag begroot op € 1.435,00;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>verklaart de beslissingen in 4.2. en 4.3. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.F. Hermans en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2022.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>