<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:2617</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-30T13:09:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/706540-14 Ontneming</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:2617">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:2617</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-21T10:32:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:2617 Rechtbank Midden-Nederland , 14-06-2022 / 16/706540-14 Ontneming</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:2617:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontnemingsvonnis: oplichting 31 personen door zonnepanelen aan te bieden, maar deze na (aan)betaling niet te leveren. Wederrechtelijk verkregen voordeel € 48.553,82.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:2617:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/706540-14 (ontneming)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 14 juni 2022 op de vordering van de officier van justitie tot ontneming </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] </emphasis>
        <emphasis role="bold caps"> ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan de [adres] , [woonplaats] , </para>
      <para>hierna te noemen: veroordeelde.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 17 mei 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van officier van justitie mr. A.M.C.V. Fellinger en van hetgeen veroordeelde en mr. C.N.G.M. Starmans, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 31 mei 2022 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>VORDERING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De schriftelijke vordering van de officier van justitie van 5 november 2019 strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel van € 97.107,63.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging	</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft verzocht de vordering tot ontneming af te wijzen gelet op de bepleite vrijspraak.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>BEOORDELING VAN DE VORDERING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De grondslag van de vordering</emphasis>
        </para>
        <para>De veroordeelde is bij vonnis van 14 juni 2022 van deze rechtbank, voor zover van belang, veroordeeld voor het volgende strafbare feit: </para>
        <para>- medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd in de periode van 2 mei 2014 tot en met 10 november 2014.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Veroordeelde is veroordeeld voor een misdrijf dat naar de wettelijke omschrijving wordt bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie. De rechtbank komt tot de conclusie dat het aannemelijk is dat dit misdrijf of andere strafbare feiten “op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen”. Volgens artikel 36e, lid 3 Wetboek van Strafrecht kan in dat geval aan veroordeelde de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van dit wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Beoordeling en berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
        </para>
        <para>Voor de berekening van de opbrengsten en kosten neemt de rechtbank – voor zover niet anders wordt vermeld – tot uitgangspunt wat is opgenomen in het ontnemingsrapport.<footnote-ref linkend="_91da907d-4f86-4b74-a416-ef63db9eebaa" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.2.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Periode</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank gaat uit van een periode van 2 mei 2014 tot en met 10 november 2014, overeenkomstig de tenlastelegging. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Opbrengst</emphasis>
          </para>
          <para>In totaal hebben 31 personen aangifte gedaan. Zij hebben gezamenlijk een bedrag van € 105.467,42 betaald.<footnote-ref linkend="_4002bc00-3686-4f4c-95f6-6896dd24d762" /></para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Kosten</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">3.2.3.1. Huur</emphasis>
          </para>
          <para>Uit de opgevraagde bankafschriften blijken in juli en augustus 2014 twee bedragen te</para>
          <para>zijn afgeschreven van € 637,77 met de omschrijving ‘ [omschrijving huur adres] ’ op rekening van</para>
          <para>
            [bedrijf 1] en op 16 november 2014 en een bedrag van € 1.573,00 met omschrijving ‘ [omschrijving huur en borg locatie] ’ van de rekening van [bedrijf 2] . Verder zijn er geen bescheiden of bewijzen van betaling van huur gevonden.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het bedrag aan huurkosten betreft aldus 2 x € 637,77 en € 1.573,00 = <emphasis role="bold">€ 2.848,54.</emphasis><footnote-ref linkend="_761148d8-bd1f-4dbe-bb0b-411ec8954537" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">3.2.3.2. Salariskosten</emphasis>
          </para>
          <para>Op de bankafschriften van [bedrijf 1] worden twee betalingen gedaan aan [A] , hij is als verkoper werkzaam geweest bij [bedrijf 1] . Het betreft een bedrag van € 600,00 overgemaakt op 15 juli 2014 met als omschrijving ‘Vergoeding’ en een bedrag van € 2.000,00 overgemaakt op 1 augustus 2014 met als omschrijving ‘Salaris en vergoeding’.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op het bankafschriften van [bedrijf 2] worden twee betalingen gedaan aan [B] . Zij is werkzaam geweest bij [bedrijf 1] . Op 22 oktober 2014 wordt een bedrag van € 469,09 overgemaakt met als omschrijving ‘Maand augustus 25 tot 31 en restant maand september’. Op 27 oktober 2014 wordt er € 1.000,00 overgemaakt met als omschrijving ‘Maand oktober 2014’. Tevens verklaarde [B] € 850,00 contant aan salaris te hebben ontvangen. Zij verklaarde niet van wie zij dit ontvangen had.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het personeel kwam via de gemeente Utrecht bij [bedrijf 1] terecht en kon hier werken met behoud van uitkering. In het voordeel van de veroordeelde is het salaris van [B] meegenomen in de voordeelsberekening.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het bedrag aan salariskosten betreft in totaal <emphasis role="bold">€ 4.919,09.</emphasis><footnote-ref linkend="_df91ca2c-e830-42d7-810e-caa652b12f83" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">3.2.3.3. Reiskosten</emphasis>
          </para>
          <para>Door de aangevers is verklaard dat zij zijn bezocht door vertegenwoordigers van [bedrijf 1] De vertegenwoordigers verklaren dat zij zelf reden met hun eigen vervoer en een kilometervergoeding kregen. [C] verklaart dat hij één keer een reiskostenvergoeding van € 50 heeft ontvangen van [medepleger] en één keer een reiskostenvergoeding van € 250 van [veroordeelde] . De overige vertegenwoordigers zeggen niets ontvangen te hebben.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het bedrag aan reiskosten betreft in totaal <emphasis role="bold">€ 300.</emphasis><footnote-ref linkend="_26e08d0a-bec2-420d-9eaf-8067da87fbe9" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">3.2.3.4. Telefoonkosten</emphasis>
          </para>
          <para>Verklaard is dat de vertegenwoordigers telefoons kregen en dat er gebeld is met de klanten. Op de afschriften van [bedrijf 1] zijn twee facturen van T-Mobile</para>
          <para>afgeschreven en hebben pintransacties plaatsgevonden met omschrijving ‘T-Mobile’. Het bedrag is het totaal van deze kosten.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het bedrag aan telefoonkosten betreft in totaal <emphasis role="bold">€ 171,16.</emphasis><footnote-ref linkend="_af87fb78-1d5b-4b37-a80a-26e660251539" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">3.2.3.5. Overige kosten</emphasis>
          </para>
          <para>Blijkens een bankafschrift van [bedrijf 1] wordt op 4 juli 2014 een factuur betaald aan [bedrijf 3] van € 121 met een factuurnummer en de naam [bedrijf 1] . Het is onbekend waar de rekening van [bedrijf 3] voor was, desondanks wordt het bedrag van € 121 in het voordeel van de veroordeelde afgetrokken.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het bedrag aan overige kosten betreft in totaal <emphasis role="bold">€ 121</emphasis>.<footnote-ref linkend="_9c7d2112-3920-472e-8636-63849c767e91" /></para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.5.</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>•	Opbrengst: 		€ 105.467,42   		     </para>
          <para>Af: </para>
          <para>•	Huurkosten		€ 2.848,54</para>
          <para>•	Salariskosten		€ 4.919,09</para>
          <para>•	Reiskosten		€ 300</para>
          <para>•	Telefoonkosten		€ 171,16</para>
          <para>•	Overige kosten		€ 121</para>
          <para>
            <emphasis role="underline">					____</emphasis>
          </para>
          <para>Totaal:				€ <emphasis role="bold">97.107,63</emphasis></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Wederrechtelijk verkregen voordeel: 		€ <emphasis role="bold">97.107,63</emphasis></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Veroordeelde is in de strafzaak met een medepleger veroordeeld voor het voornoemde strafbare feit medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd. De rechtbank gaat ervan uit dat de veroordeelde het wederrechtelijk verkregen voordeel met de medepleger heeft gedeeld. De rechtbank gaat uit van een ponds-ponds gewijze verdeling; aanknopingspunten die nopen tot een andere verdeling zijn er niet. Het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt dus vastgesteld op (€ 97.107,63: 2 =) <emphasis role="bold">€ 48.553,82.</emphasis></para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Toerekening van het voordeel</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Betalingsverplichting</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt het bedrag dat door veroordeelde dient te worden betaald aan de Staat vast op € <emphasis role="bold">48.553,82</emphasis>,-.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>TOEGEPAST WETSARTIKEL</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op <emphasis role="bold">€ </emphasis>48.553,82;</para>
    <para />
    <para>- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 48.553,82 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd 365 dagen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.F. Koenis, voorzitter, mr. E.J. van Rijssen en mr. G. Konings, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.T. van den Dool, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 juni 2022.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_91da907d-4f86-4b74-a416-ef63db9eebaa" label="1">
    <para> Het “Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict ex art. 36e lid 2 Sr”, opgenomen in het aan de strafzaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nummer PL2015100434 (pagina 1 tot en met 9).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4002bc00-3686-4f4c-95f6-6896dd24d762" label="2">
    <para> Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, pagina 5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_761148d8-bd1f-4dbe-bb0b-411ec8954537" label="3">
    <para> Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, pagina 6.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_df91ca2c-e830-42d7-810e-caa652b12f83" label="4">
    <para> Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, pagina 6.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_26e08d0a-bec2-420d-9eaf-8067da87fbe9" label="5">
    <para> Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, pagina 6.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_af87fb78-1d5b-4b37-a80a-26e660251539" label="6">
    <para> Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, pagina 6.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9c7d2112-3920-472e-8636-63849c767e91" label="7">
    <para> Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, pagina 6.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>