<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:2398</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-15T09:57:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9616041 \ AC EXPL 22-42</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amersfoort</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:2398">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:2398</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-15T09:56:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:2398 Rechtbank Midden-Nederland , 18-05-2022 / 9616041 \ AC EXPL 22-42</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:2398:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Retourzending webshop.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:2398:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zittingsplaats Amersfoort</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 9616041 \ AC EXPL 22-42</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 18 mei 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BOL.COM B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd in Amsterdam,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>hierna te noemen: bol.com,</para>
      <para>gemachtigde GGN Mastering Credit B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding met producties 1 tot en met 14, <?linebreak?>- het proces-verbaal van de rolzitting op 19 januari 2022, aan te merken als de conclusie van antwoord, <?linebreak?>- de conclusie van repliek, <?linebreak?>- het proces-verbaal van de rolzitting op 16 maart 2022, aan te merken als de conclusie van dupliek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter wilde uitspraak doen op 13 april 2022, maar dat is niet gelukt. Daarom is besloten dat de uitspraak vandaag is.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar gaat het over?</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft op 20 november 2019 op de website van bol.com auto-koplampen ter waarde van € 225,95 besteld. De leverancier van de koplampen was [leverancier] . [gedaagde] heeft de koplampen geretourneerd, omdat die niet pasten. [leverancier] heeft de retourzending niet geaccepteerd. Bol.com vordert nu betaling van de koplampen, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. [gedaagde] is het daarmee niet eens. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het verweer van [gedaagde] komt erop neer dat zij de koplampen heeft geretourneerd, waardoor haar betalingsverplichting is komen te vervallen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Bol.com erkent dat [gedaagde] de koplampen heeft geretourneerd en dat [leverancier] de koplampen van [gedaagde] heeft ontvangen, zodat [gedaagde] dat niet nader hoeft te onderbouwen. Bol.com stelt echter dat de retourzending niet voldeed aan de daarvoor geldende voorwaarden. Volgens bol.com waren de koplampen namelijk beschadigd en/of incompleet toen [leverancier] die ontving en heeft [leverancier] de koplampen om die reden aan [gedaagde] teruggestuurd. [gedaagde] betwist dat de koplampen beschadigd en/of incompleet waren toen zij die verzond en betwist ook dat zij de koplampen opnieuw van [leverancier] heeft ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is weliswaar verantwoordelijk voor een correcte retourzending, maar zij kan niet aantonen wat de staat van de koplampen was op het moment dat [leverancier] die ontving. Het is mogelijk dat er tijdens het transport van [gedaagde] naar [leverancier] schade is ontstaan aan de koplampen (waarvoor [gedaagde] dan wel verantwoordelijk is). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Bol.com doet met haar verweer een beroep op de voorwaarden voor de acceptatie van de retourzending en moet dus onderbouwen dat de retourzending niet aan de voorwaarden voldeed. Dat heeft zij niet gedaan: niet is gebleken dat de koplampen beschadigd en/of incompleet waren op het moment van ontvangst door [leverancier] . De kantonrechter gaat daar dus niet van uit. Bol.com heeft evenmin onderbouwd dat [gedaagde] de koplampen weer in haar bezit heeft, een bevestiging van ontvangst door [gedaagde] of een traceernummer horend bij de mededeling over de terugzending in het klantenportaal van bol.com ontbreekt. Dat leidt ertoe dat het verweer van [gedaagde] slaagt. De vorderingen van bol.com worden daarom afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Bol.com heeft ongelijk gekregen. Zij wordt daarom in de proceskosten veroordeeld. Dit betekent dat zij haar eigen proceskosten moet dragen en dat zij de proceskosten van [gedaagde] moet betalen. [gedaagde] heeft geprocedeerd in persoon; haar proceskosten worden begroot op € 50,- aan reis-, verblijf en verletkosten.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt bol.com in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot dit vonnis vastgesteld op € 50,-,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. V. van Dam en uitgesproken op 18 mei 2022.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>