<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:2207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-08T16:26:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">539014 / HA RK 22-106</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:2207">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:2207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-08T16:21:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:2207 Rechtbank Midden-Nederland , 07-06-2022 / 539014 / HA RK 22-106</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:2207:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Wraking ongegrond. Uit het feit dat de rechter specifiek aan gemachtigde van verzoekers uitleg over het toetsingskader heeft gegeven, kan niet worden afgeleid dat </para>
        <para>De rechter partijdig was en vooringenomen was. Ook de woordenwisseling ter zitting en de overige inhoud van het proces-verbaal bieden daar onvoldoende aanknopingspunten toe. </para>
        <para>Ook niet gebleken van objectieve partijdigheid.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:2207:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b00f00fb-63e3-4c24-833a-b8ff2c063495" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="8a5a1610-360f-4d42-9f35-c71b214be909" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Beslissing</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>WRAKINGSKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie: Utrecht</para>
      <para>Zaaknummer/rekestnummer: 539014 / HA RK 22-106</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 7 juni 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van: </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser 1] </title>
    <parablock>
      <para>2.<emphasis role="bold"> [eiser 2] ,  </emphasis></para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>(verder te noemen verzoekers),</para>
      <para>advocaat mr. S. Lamsallak te Oss,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van de zitting gehouden op 13 mei 2022 waarin het wrakingsverzoek is gedaan; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek van mr. D.C.P.M. Straver van 23 mei 2022; en </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de schriftelijke toelichting van verzoekers van 23 mei 2022, ontvangen op 24 mei 2022. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het wrakingsverzoek is op 24 mei 2022 in het openbaar behandeld door de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken (verder: de wrakingskamer). <?linebreak?>Verzoekers zijn op  de mondelinge behandeling  verschenen en bijgestaan door mr. S. Lamsallak. Tevens is mr. D.C.P.M. Straver verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De uitspraak is bepaald op vandaag. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. D.C.P.M. Straver als behandelend rechter (hierna te noemen: de rechter), in de zaak met zaaknummer 9851352 UV EXPL 22-98. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Verzoekers hebben het volgende ten grondslag gelegd aan het wrakingsverzoek. Er is sprake van subjectieve partijdigheid van de rechter. De rechter heeft verzoekers de mogelijkheid ontnomen om ter zitting een deugdelijk verweer te voeren, terwijl de wederpartij (Stichting Portaal) wel uitvoerig aan het woord is geweest. Verder heeft de rechter de gemachtigde van verzoekers het persoonlijk kwalijk genomen dat er geen schikking over de proceskosten tot stand was gekomen. De rechter sprak de gemachtigde van verzoekers aan op haar taak van advocaat en praatte daarbij op een denigrerende en belerende toon. Ook is er volgens verzoekers sprake van objectieve partijdigheid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De rechter heeft niet berust in de wraking. In haar schriftelijke reactie stelt zij zich op het standpunt dat zij zich weliswaar heeft laten meeslepen in de houding van de gemachtigde van verzoekers en met haar een woordenwisseling heeft gehad, maar dat er geen sprake is van partijdigheid. De rechter merkt op dat het verzoek om wraking niet door verzoekers is gedaan, maar alleen door hun gemachtigde. Dit zou reden moeten zijn de wraking ongegrond te verklaren. Verder stelt de rechter dat uit haar houding ter zitting niet kan worden afgeleid dat zij niet objectief naar de zaak heeft gekeken. Ook kan niet gezegd worden dat de rechter partijdig was, omdat zij de verklaring van de zijde van de Stichting Portaal (mevrouw [A] ) net zo serieus nam als die van verzoekers. De rechter stelt verder dat zij alleen op verzoek van partijen hardop meedacht over het sluitstuk (de proceskosten) van de door hen zelf gesloten vaststellingsovereenkomst. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Artikel 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De wrakingskamer onderzoekt in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Van dat laatste kan sprake zijn indien uit zijn overtuiging of gedrag persoonlijke vooringenomenheid tegenover een procespartij blijkt. Daarnaast kan een procespartij de indruk krijgen dat de rechter vooringenomen is. Het gezichtspunt van de procespartij is hier van belang, maar speelt geen doorslaggevende rol. Beslissend is of de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd is. Komt vooringenomenheid of een gerechtvaardigd vermoeden daarvan vast te staan, dan lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade. De wrakingskamer zal het wrakingsverzoek aan de hand van de hiervoor genoemde maatstaven beoordelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij de beoordeling van het wrakingsverzoek gaat de wrakingskamer uit van de juistheid van hetgeen is opgenomen in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 13 mei 2022. Uit dit proces-verbaal volgt dat de rechter het onderzoek ter zitting heeft geschorst om partijen de mogelijkheid te geven met elkaar te spreken over een minnelijke regeling. Na deze schorsing hebben partijen de rechter medegedeeld op een groot aantal punten overeenstemming te hebben bereikt. Het enige punt waarover nog geen overeenstemming was bereikt was de verdeling van de proceskosten. Daargelaten het antwoord op de vraag of voor deze schorsing ter zitting door de rechter in voldoende mate hoor en wederhoor is toegepast, overweegt de wrakingskamer dat dit niet meer relevant is nu er tussen partijen een schikking is bereikt. Ter zitting van de wrakingskamer is gebleken dat deze schikking ook is nagekomen. Naast deze schikking waren alleen de proceskosten nog een punt van geschil tussen partijen. Uit het proces-verbaal volgt dat de rechter na een tweede schorsing heeft uitgelegd wat het toetsingskader is voor een beslissing over de proceskosten, dat de gemachtigde van verzoekers de rechter vervolgens heeft gevraagd waarom alleen zij hierbij werd aangekeken en niet de gemachtigde van de wederpartij en dat de rechter daarop heeft geantwoord dat zij zich richt tot de gemachtigde van verzoekers omdat zij haar wil uitleggen hoe het zit. In haar schriftelijke reactie geeft de rechter aan dat zij de indruk had dat de gemachtigde van verzoekers niet scherp had dat bij de redelijke afweging van de belangen met betrekking tot de proceskosten niet alleen de belangen van verzoekers, maar ook die van haar wederpartij betrokken zouden worden. Om dit aan de gemachtigde van verzoekers te verduidelijken, heeft zij zich op dit punt alleen tot de gemachtigde van verzoekers gericht. De wrakingskamer is van oordeel dat uit het feit dat de rechter specifiek aan de gemachtigde van verzoekers het toetsingskader van de redelijke afweging van de belangen ten aanzien van de proceskosten heeft uitgelegd niet kan worden afgeleid dat de rechter partijdig was en vooringenomen was.</para>
        <para>Het moge zo zijn dat tussen de rechter en de gemachtigde van verzoekers een woordenwisseling heeft plaatsgevonden die door beiden als onaangenaam is ervaren, maar ook dit biedt geen aanknopingspunten voor het aannemen van partijdigheid van de rechter. De overige inhoud van het proces-verbaal biedt hiertoe evenmin aanleiding. De wrakingskamer is verder ook niet gebleken van gronden waaruit kan worden afgeleid dat er sprake is van objectieve partijdigheid. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking ongegrond verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>verklaart het verzoek tot wraking ongegrond;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoekers, de gemachtigde van verzoekers, de rechter , andere betrokken partijen, de betrokken teamvoorzitter van het team bij Civiel recht, waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer 9851352 UV EXPL 22-98 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. R.C. Stijnen, voorzitter, en mr. D.J. van Maanen en mr. M.M. Janssen als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door L.S. Lodder, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2022.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>de griffier                                                                                                   de voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>