<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:1935</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-15T13:55:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR - 22 _ 1948</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:1935">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:1935</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-15T13:53:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:1935 Rechtbank Midden-Nederland , 20-05-2022 / UTR - 22 _ 1948</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:1935:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk, verzoeker heeft niet voldaan aan de vereisten die gelden voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:1935:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 22/1948</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 mei 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de burgemeester van de gemeente Nieuwegein, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.</para>
    <para />
    <para>2. Verzoeker verblijft in een noodwoning en zijn huurcontract loopt af op 31 mei 2022. Volgens verzoeker heeft de gemeente Nieuwegein hem beloofd om woonruimte voor hem te regelen. Hij heeft hier meerdere keren op aangedrongen bij de gemeente, maar hij krijgt geen reactie. Om niet dakloos te worden, is verzoeker deze procedure gestart. Hij wil dat de voorzieningenrechter verweerder opdraagt om met spoed woonruimte en een veilige leefomgeving voor hem te regelen, zoals omgeschreven in artikel 22 van de Grondwet.</para>
    <para />
    <para>3. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk en behandelt dat verzoek niet inhoudelijk. De reden hiervoor is dat verzoeker niet heeft voldaan aan de vereisten die gelden voor het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening.</para>
    <para />
    <para>4. Zo heeft verzoeker, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, geen kopie van een besluit van verweerder overgelegd waarmee hij het niet eens is. Verzoeker heeft weliswaar een besluit van de burgemeester over een tijdelijk huisverbod overgelegd, maar hij richt de gronden van zijn verzoek niet tegen dit besluit. Ook is dit besluit van 14 oktober 2021 en dat besluit is inmiddels uitgewerkt.</para>
    <para />
    <para>5. Verder blijkt uit de door verzoeker ingediende stukken ook niet dat hij bij verweerder een aanvraag heeft ingediend die is gericht op het nemen van een besluit dat volgens verzoeker is uitgebleven. Verzoeker heeft stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij verweerder in gebreke stelt, omdat hij vindt dat ten aanzien van hem de zorgplicht uit artikel 22 van de Grondwet niet wordt nageleefd. Dat hij graag met spoed woonruimte wil hebben, is de voorzieningenrechter duidelijk. Maar het verzoek aan verweerder om artikel 22 van de Grondwet na te leven, is geen aanvraag die is gericht op het nemen en, volgens verzoeker, uitblijven van een besluit op die aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    <para />
    <para>6. Als verzoeker dringend op zoek is naar een huurwoning in Nieuwegein kan hij, indien hij aan de voorwaarden voldoet, eventueel voorrang krijgen (urgentie). Daartoe kan hij een aanvraag op grond van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019 Gemeente Nieuwegein indienen bij die gemeente.</para>
    <para />
    <para>7. Omdat over de niet-ontvankelijkheid van het verzoek in redelijkheid geen twijfel mogelijk is, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.<?linebreak?></para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Glerum, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. </bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>