<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:1782</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-15T11:25:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR - 22 _ 314</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:1782">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:1782</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-15T11:22:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:1782 Rechtbank Midden-Nederland , 29-04-2022 / UTR - 22 _ 314</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:1782:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Urgentie op medische gronden, verweerder heeft een arts ingeschakeld voor advies, omdat eiser gebruik maakt van het blokkeringsrecht kan verweerder het advies niet inzien en de aanvraag niet beoordelen, dit komt voor rekening van eiser, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:1782:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 22/314</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 april 2022 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , uit [woonplaats] , eiser</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigden: mr. J.H.S. Biervliet en K.K. Bahora).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 15 juli 2021 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser voor medische urgentie afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 8 december 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 29 april 2022 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiser is, zonder voorafgaand bericht, niet verschenen. De griffier heeft eiser geprobeerd te bellen, maar zonder succes. Vervolgens heeft de griffier met de vrouw van eiser gebeld en hen in de gelegenheid gesteld om alsnog, binnen tien minuten, deel te nemen aan de zitting. Hiervan is geen gebruik gemaakt.  </para>
      <para>Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de aanvraag van eiser om een urgentieverklaring heeft mogen afwijzen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft bij verweerder een urgentieaanvraag ingediend op medische gronden. Ter onderbouwing van zijn aanvraag heeft hij meerdere medische stukken ingediend. Omdat verweerder geen medisch deskundige is, laat hij zich bij aanvragen voor medische urgentie adviseren door een verzekeringsarts van Argonaut . Die toetst of eiser in aanmerking komt voor medische urgentie en adviseert verweerder hierover.<footnote-ref linkend="_d44d4f4a-dd39-47d6-97c2-7e81e9995ae0" /> Eiser is onderzocht door een verzekeringsarts van Argonaut . Verweerder kan echter het resultaat hiervan en het advies van Argonaut niet inzien. Eiser heeft namelijk gebruik gemaakt van zijn blokkeringsrecht om de uitslag van het medisch onderzoek niet door anderen te laten inzien. Het is eisers recht om af te wegen of hij al dan niet gebruik maakt van zijn blokkeringsrecht. De gevolgen hiervan komen dan wel voor zijn risico. In dit geval is het gevolg dat verweerder – door het inroepen van het blokkeringsrecht – niet kan beoordelen of eiser in aanmerking komt voor medische urgentie. Dat aan eiser op 24 april 2019 een indicatie is verleend op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo-indicatie) waarmee hij een voorkeurpositie had voor het vinden van een passende woning<footnote-ref linkend="_0c501a07-b1ab-4fa4-8c57-3241bf3102ed" />, maakt dat niet anders. Verweerder heeft op de zitting namelijk toegelicht dat voor het verkrijgen van deze Wmo-indicatie andere toetsingscriteria gelden dan voor een urgentieverklaring op medische gronden. Zo wordt bij de Wmo-indicatie geen (verzekerings)arts ingeschakeld voor een advies. Daar komt bij dat de geldigheid van de Wmo-indicatie bijna was verlopen op het moment van eisers urgentieaanvraag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat betekent dat verweerder in principe de aanvraag van eiser mocht afwijzen. Dat zou slechts anders kunnen zijn als eiser op grond van de hardheidsclausule alsnog urgentie zou moeten worden verleend. Daarvoor ziet de rechtbank geen aanleiding. De hardheidsclausule wordt door verweerder namelijk alleen in uitzonderlijke gevallen toegepast, waarin de toepassing van de urgentieregels tot een bijzondere hardheid leidt. Verweerder heeft aangegeven dat de situatie van eiser niet dusdanig bijzonder is. Dit standpunt komt de rechtbank niet onredelijk voor. Daarbij is relevant dat eiser een Wmo-indicatie heeft gehad voor het vinden van een gelijkvloerse woning op de begane grond (of welke kan worden bereikt met een lift). Hier heeft hij echter geen gebruik van gemaakt, althans: dit blijkt in ieder geval niet uit het dossier. Ook kan de medische situatie van eiser geen doorslaggevende rol spelen bij de toepassing van de hardheidsclausule. Dit omdat op dit moment niet kan worden vastgesteld of eiser voldoet aan de voorwaarden voor urgentie op medische gronden. Verder was eiser niet aanwezig op de zitting om nader te onderbouwen waarom zijn situatie dusdanig bijzonder is dat de hardheidsclausule zou moeten worden toegepast. De rechtbank ziet dan ook niet in dat verweerder toepassing had moeten geven aan de hardheidsclausule.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>4. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 april 2022 door mr. A.A.M. Elzakkers, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
  </section>
  <footnote id="_d44d4f4a-dd39-47d6-97c2-7e81e9995ae0" label="1">
    <para> Zie bijlage II, hoofdstuk I, onder 3 van de Huisvestingsverordening Almere 2019. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0c501a07-b1ab-4fa4-8c57-3241bf3102ed" label="2">
    <para> Programma van Eisen wonen</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>