<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:158</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-06T10:39:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/282524-19 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:158">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:158</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-21T09:41:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:158 Rechtbank Midden-Nederland , 21-01-2022 / 16/282524-19 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:158:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel na veroordeling ter zake van diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd. Vordering gedeeltelijk toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:158:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/282524-19 (ontneming)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] </emphasis>
        <emphasis role="bold caps"> ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1997] te Curaçao,</para>
      <para>wonende aan de [adres] , [woonplaats] ,<?linebreak?>hierna te noemen: veroordeelde.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 7 januari 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van officier van justitie mr. A.E. Lohuis en van hetgeen veroordeelde en mr. R.P.A. Kint, advocaat te Zoetermeer, naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>VORDERING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft op 8 december 2021 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie wordt geschat op € 55.495,55.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter terechtzitting van 7 januari 2022 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden toegewezen tot een bedrag van € 28.257,--. Dit betreft het totaal van de bedragen die veroordeelde volgens de officier van justitie wederrechtelijk zou hebben weggenomen. Veroordeelde kan de rechtbank achteraf verzoeken de te betalen schadevergoeding aan de benadeelde partij in mindering te brengen op het te ontnemen bedrag. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging	</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft ter terechtzitting primair aangevoerd dat de vordering dient te worden afgewezen omdat veroordeelde geen daadwerkelijk voordeel heeft genoten. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat veroordeelde slechts voor een lager bedrag dan het door de officier van justitie gevorderde bedrag verantwoordelijk is geweest, te weten € 16.960,--, en verzoekt, indien en voor zover de vorderingen van de benadeelde partijen in de strafzaak niet voor toewijzing in aanmerking komen, de vordering tot een hoogte van dat bedrag toe te wijzen. Indien de vorderingen van de benadeelde partijen (deels) wel voor toewijzing in aanmerking komen, dan dient dit volgens de raadsman op het toe te wijzen bedrag in mindering te worden gebracht.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>BEOORDELING VAN DE VORDERING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De grondslag van de vordering</emphasis>
        </para>
        <para>De veroordeelde is bij vonnis van 21 januari 2022 van deze rechtbank, voor zover van belang, veroordeeld voor het strafbare feit: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd,</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>in de periode van 20 juni 2018 tot en met 8 augustus 2018.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De grondslag voor de ontnemingsvordering is een veroordeling voor een strafbaar feit. Voor de ontnemingsvordering betekent dit, dat bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden gelet op voordeel afkomstig uit het strafbare feit dat de veroordeelde heeft begaan en strafbare feiten waarvan aannemelijk is dat veroordeelde deze heeft begaan (artikel 36e, lid 2 Sr). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Beoordeling en berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank overweegt dat uit het veroordelend vonnis blijkt dat veroordeelde en zijn mededaders een bedrag van in totaal € 16.960,-- hebben weggenomen. Veroordeelde heeft verklaard dat hij met het wegnemen van het geld een schuld heeft afgelost bij zijn mededaders. Veroordeelde heeft geen openheid gegeven over de hoogte van die schuld maar heeft wel verklaard dat het meer dan € 10.000,-- betrof en dat hij sindsdien niet meer wordt benaderd door zijn schuldeisers. Dit maakt dat veroordeelde naar het oordeel van de rechtbank heeft geprofiteerd van het wederrechtelijk verkregen bedrag. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 16.960,--.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Toerekening van het voordeel</emphasis>
        </para>
        <para>De veroordeelde heeft met zijn mededaders van de diefstal geprofiteerd. De rechtbank zal daarom het wederrechtelijk verkregen voordeel als gemeenschappelijk voordeel voor het geheel – mede – aan veroordeelde toerekenen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Betalingsverplichting</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt het bedrag dat door veroordeelde dient te worden betaald aan de staat, vast op € 16.960,--.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>TOEGEPAST WETSARTIKEL</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- 	<emphasis role="bold">stelt</emphasis> het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat <emphasis role="bold">vast op € 16.960,--</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- 	<emphasis role="bold">legt</emphasis> de veroordeelde de verplichting <emphasis role="bold">op</emphasis> tot betaling van <emphasis role="bold">€ 16.960,--</emphasis> aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelde is voor dit bedrag hoofdelijk aansprakelijk met dien verstande dat indien en voor zover (een van) de mededaders van veroordeelde betaalt/betalen, veroordeelde in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 678 dagen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.W.M. van Hoof, voorzitter, mrs. A.M. Loots en </para>
      <para>G.A. Hendriks, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.S.A. Nahumury, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 januari 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mrs. Loots, Hendriks en Nahumury zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>