<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:1462</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-10T11:31:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/3622</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:1462">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:1462</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-10T11:31:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:1462 Rechtbank Midden-Nederland , 17-03-2022 / 21/3622</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:1462:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Naheffingsaanslag parkeerbelasting; gehandicaptenparkeerkaart; de kaart was niet duidelijk zichtbaar voor controle; ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:1462:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 21/3622 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Almere, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: T. Klinkhamer).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft aan eiseres op 10 april 2021 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van in totaal € 68,23 (€ 2,73 kosten parkeerbelasting en € 65,50 naheffingskosten). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de uitspraak op bezwaar van 23 juli 2021 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 3 februari 2022 op een online zitting behandeld. Eiseres was daarbij aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat zijn de feiten?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Eiseres stond met haar auto met het kenteken [kenteken] (de auto) op 10 april 2021 rond 16:08 uur geparkeerd aan de [locatie] in Almere. Niet in geschil is dat op deze locatie op het hiervoor genoemde tijdstip parkeerbelasting is verschuldigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Verweerder heeft aan eiseres een naheffingsaanslag opgelegd vanwege het parkeren op die plaats en dat tijdstip zonder een geldige parkeervergunning of een geldig parkeerkaartje. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat is het geschil? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. Eiseres is het niet eens met de opgelegde naheffingsaanslag, omdat zij in het bezit is van een geldige invalidenparkeerkaart. Zij heeft de parkeerkaart ook op het dashboard neergelegd, maar hij is daar waarschijnlijk bij het verlaten van de auto door een windvlaag vanaf gegleden en tussen de bestuurdersstoel en het middelconsole beland. Eiseres benoemt daarnaast dat de regels recentelijk binnen de gemeente Almere zijn veranderd in een geval als het onderhavige waarbij de parkeerkaart is weggewaaid. Als achteraf kan worden aangetoond door de parkeerder dat de parkeerkaart is gekoppeld aan het kenteken, dan wordt de naheffing kwijtgescholden. </para>
      <para />
      <para>3. Verweerder stelt dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht is opgelegd. De parkeercontroleurs hebben geen parkeervergunning of (gehandicapten-)parkeerkaart aangetroffen in het voertuig. Dat er geen zichtbare gehandicaptenparkeerkaart aanwezig was blijkt ook uit de foto’s van de voorruit van het voertuig. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarden van de vergunning, namelijk dat de kaart tijdens het parkeren zichtbaar achter de voorruit aanwezig moet zijn. Verweerder weet ook niets af van de kwijtscheldingsregeling die eiseres noemt. De gehandicaptenkaarten voor bestuurders zijn bovendien niet aan een kenteken gekoppeld. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Is de naheffingsaanslag terecht opgelegd? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Eiseres is in het bezit van een gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurders. Aan het gebruik van deze kaart zijn voorwaarden verbonden. Een van de voorwaarden is dat deze te allen tijde zichtbaar en leesbaar achter de voorruit moet worden geplaatst. Op de gehandicaptenkaart staat vermeld dat deze bij gebruik aan de voorzijde van het voertuig op een zodanige wijze moet worden aangebracht dat haar voorzijde duidelijk zichtbaar is voor controle. Uit de door verweerder overgelegde foto’s blijkt niet dat de gehandicaptenparkeerkaart zichtbaar achter de voorruit was geplaatst op het moment dat de naheffing is opgelegd. Eiseres heeft gelet hierop niet voldaan aan de voorwaarden waaronder zij met een gehandicaptenkaart is vrijgesteld van parkeerbelasting. Dat zoals eiseres aangeeft, zij er niets aan kon doen omdat de parkeerkaart vanwege een windvlaag niet meer zichtbaar was, kan niet meewegen bij de vraag of de naheffing terecht is opgelegd, omdat deze omstandigheid in de risicosfeer van eiseres ligt. Voor zover eiseres stelt dat de verweerder in haar geval conform de nieuwe regeling de naheffingsaanslag had moeten kwijtschelden, kan de rechtbank dit niet volgen. Eiseres biedt namelijk geen enkel aanknopingspunt waaruit blijkt dat sprake is van een nieuwe regeling. Verweerder was dan ook niet gehouden om de naheffingsaanslag kwijt te schelden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat is de uitkomst? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>5. Verweerder heeft de naheffingsaanslag terecht aan eiseres opgelegd. Dit betekent dat eiseres geen gelijk krijgt.</para>
      <para />
      <para>6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat daarom geen aanleiding<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Schuman, rechter, in aanwezigheid van mr. C.L. Fix, griffier. De beslissing is uitgesproken op 17 maart 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>