<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:1439</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-01T10:29:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 21/3269</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:1439">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:1439</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-01T10:28:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:1439 Rechtbank Midden-Nederland , 15-03-2022 / UTR 21/3269</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:1439:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om kwijtschelding schuld, geen dwingende redenen, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:1439:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 21/3269 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 maart 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , uit [woonplaats] , eiser</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal</emphasis>, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. G. Bozkurt).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Inleiding en procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is er aan deze uitspraak voorafgegaan?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft verweerder verzocht om kwijtschelding van zijn openstaande schulden. Het bedrag dat nog open staat bij verweerder is € 23.072,28.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 8 maart 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiser om kwijtschelding afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 7 juli 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 13 januari 2022 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft onderzoek geschorst om een minnelijke oplossing te bereiken. Hiertoe is op de zitting afgesproken dat eiser bepaalde stukken zou aanleveren bij verweerder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na de zitting heeft eiser de rechtbank medegedeeld dat hij deze stukken niet gaat aanleveren en heeft daarbij een tegenvoorstel gedaan. Verweerder heeft kenbaar gemaakt dat hij hierin niet wil meegaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft met toestemming van partijen een nadere zitting achterwege gelaten<footnote-ref linkend="_06fdcb33-801a-4f63-9f76-c8dd627e5f34" /> en op 28 februari 2022 het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank stelt vast dat het niet is gelukt om een minnelijke oplossing te bereiken in deze zaak. De rechtbank zal daarom nu uitspraak te doen op het beroepschrift. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten van partijen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiser heeft aangevoerd dat verweerder zijn verzoek om kwijtschelding had moeten toewijzen vanwege de aanwezigheid van dringende redenen.<footnote-ref linkend="_53d202b2-6907-4dc6-beba-789d5675befb" /> Ten eerste is eiser hartpatiënt. De openstaande schulden leveren eiser alleen maar meer stress op en daardoor verslechtert zijn gezondheidssituatie. Ten tweede is het arbeidscontract van eiser niet verlengd. Hierdoor zijn de financiële problemen van eiser erger geworden. Tot slot had eiser de afgelopen tien jaar niet genoeg inkomsten om (een deel van) zijn schuld af te kunnen lossen. </para>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft het verzoek van eiser om kwijtschelding afgewezen. Eiser heeft de afgelopen tien jaar namelijk niet volledig voldaan aan de maandelijkse betalingsverplichtingen. De omstandigheden die eiser heeft genoemd, leveren voor verweerder geen dwingende redenen op om af te zien van verdere terugvordering. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Partijen zijn het erover eens dat eiser niet voor de duur van tien jaar aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan. Deze omstandigheid heeft verweerder dan ook terecht ten grondslag gelegd aan de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding<footnote-ref linkend="_93ba2fdc-b545-4625-a179-5787cc8727f5" />.</para>
    <para />
    <para>5. In de door eiser aangevoerde omstandigheden heeft verweerder geen dringende redenen hoeven zien om verdere terugvordering achterwege te laten. Volgens vaste rechtspraak van de CRvB<footnote-ref linkend="_0b213652-9971-47f2-8900-9b46f8e53b58" /> in dit soort zaken is alleen sprake van dringende redenen om van terugvordering af te zien als de terugvordering leidt tot onaanvaardbare financiële of sociale consequenties voor betrokkene. Het moet dan gaan om incidentele gevallen, waarin iets bijzonders en uitzonderlijks aan de hand is en waarin een individuele afweging van alle relevante omstandigheden plaatsvindt. Degene die zich beroept op dringende redenen om af te zien van terugvordering zal het bestaan van die dringende redenen aannemelijk moeten maken.<footnote-ref linkend="_ee5c4bfe-b96a-4369-b3c4-eb80456a127b" /></para>
    <para />
    <para>6. De enkele, niet onderbouwde verwijzing van eiser naar het groter worden van zijn financiële problemen is daartoe onvoldoende.<footnote-ref linkend="_a5a4560c-8079-497c-b18b-a7d0ed4d325f" /> Dat de terugvordering nadelige financiële gevolgen heeft is evident, maar levert op zichzelf geen dringende reden op. Verder is eiser er niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat zijn (verslechterde) gezondheidssituatie het gevolg is van de terugvordering.<footnote-ref linkend="_215c08ea-ce37-404a-af45-07d304a3d614" /> In de door eiser overgelegde medicatielijst van </para>
    <para>14 januari 2021 en een afspraakbevestiging uit 2013 voor een dotterbehandeling ziet de rechtbank namelijk geen verband tussen de terugvordering en de gezondheidssituatie van eiser.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. De rechtbank oordeelt dat verweerder het verzoek om kwijtschelding op goede gronden heeft afgewezen. Eiser krijgt geen gelijk. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. A. Vranken, griffier. De uitspraak is uitgesproken op 15 maart 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechter is verhinderd</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">						de uitspraak (mede) te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
  </section>
  <footnote id="_06fdcb33-801a-4f63-9f76-c8dd627e5f34" label="1">
    <para> Op grond van artikel 8:64, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_53d202b2-6907-4dc6-beba-789d5675befb" label="2">
    <para> als bedoeld in artikel 15, tweede lid, sub e, van de Beleidsregel terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet, Ioaw en Ioaz gemeente Veenendaal 2017.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_93ba2fdc-b545-4625-a179-5787cc8727f5" label="3">
    <para> als bedoeld in artikel 15, tweede lid, sub a, van de Beleidsregel terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet, Ioaw en Ioaz gemeente Veenendaal 2017.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0b213652-9971-47f2-8900-9b46f8e53b58" label="4">
    <para> Centrale Raad van Beroep.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ee5c4bfe-b96a-4369-b3c4-eb80456a127b" label="5">
    <para> zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 18 maart 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:90.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a5a4560c-8079-497c-b18b-a7d0ed4d325f" label="6">
    <para> zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 28 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1064.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_215c08ea-ce37-404a-af45-07d304a3d614" label="7">
    <para> zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 13 november 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3712.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>