<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:1332</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-08T14:06:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/243881-20 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:1332">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:1332</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-08T13:31:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:1332 Rechtbank Midden-Nederland , 08-04-2022 / 16/243881-20 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:1332:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Drie mannen die betrokken waren bij mondkapjesfraude en het witwassen van de opbrengst daarvan zijn door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot (deels voorwaardelijke) gevangenisstraffen. Twee mannen van 30 en 27 jaar verkochten in het begin van de coronacrisis uit naam van rapper Ali B. mondkapjes aan twee bedrijven in het buitenland, zonder die daadwerkelijk te leveren. De derde man (21) regelde dat het geld kon worden witgewassen. De 30-jarige man heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar opgelegd gekregen. De andere twee zijn veroordeeld tot eveneens 2 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk.</para>
      <para />
      <para>Zie ook:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>ECLI:NL:RBMNE:2022:1331</para>
        <para>ECLI:NL:RBMNE:2022:1301</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:1332:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/243881-20 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 8 april 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold caps"> ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1994] te [geboorteplaats] (Kameroen),</para>
      <para>wonende aan de [adres ] te [woonplaats] , <?linebreak?>hierna: verdachte.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 maart 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. G.A. Hoppenbrouwers en hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt erop neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de periode van 9 maart 2020 tot en met 27 maart 2020 in Almere, Arnhem en/of Harskamp met een ander(en) [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft opgelicht;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de periode van 9 maart 2020 tot en met 27 maart 2020 in Almere, Arnhem en/of Harskamp met een ander(en) een of meer facturen, verzendbewijzen, e-mailberichten en/of een verkoopcontract van [benadeelde 3] B.V. en/of [benadeelde 4] aan [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] valselijk heeft opgemaakt, vervalst, opzettelijk gebruik heeft gemaakt en/of gebruik heeft doen maken, telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zich in de periode van 9 maart 2020 tot en met 27 maart 2020 in Ede, Arnhem, Oosterbeek, Enschede en/of Harskamp met een ander(en) schuldig heeft gemaakt aan (schuld)witwassen van (grote) geldbedrag(en).</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <bridgehead role="bold underline">Geldigheid dagvaarding ten aanzien van feit 3</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft aangevoerd dat de dagvaarding ten aanzien van feit 3 niet voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) en de uitleg die daaraan moet worden gegeven. Nu uit de dagvaarding niet volgt op welke geldbedragen de witwasverdenking ziet, is de dagvaarding in zoverre onvoldoende duidelijk en onvoldoende feitelijk. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat dit tot partiële nietigheid moet leiden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft aangevoerd dat dit waarschijnlijk een typefout is geweest, en heeft verzocht het verweer van de raadsman af te wijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Ter zitting is besproken dat de rechtbank de tenlastelegging zo heeft gelezen dat verdachte wordt beschuldigd van het medeplegen van (schuld)witwassen van de in de aangiften van de aangevers [benadeelde 2] en [benadeelde 1] genoemde bedragen. De raadsman heeft ter zitting aangegeven hier ook van uit te zijn gegaan. Dit maakt dat de rechtbank van oordeel is dat verdachte en zijn raadsman, mede wanneer de gehele dagvaarding (waaronder ook de feiten 1 en 2) in samenhang worden bezien met het strafdossier en met hetgeen tijdens de verhoren van verdachte aan de orde is gekomen, wisten waarvan verdachte werd verdacht en waartegen hij zich moest verdedigen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande is de dagvaarding ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde feit geldig.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">Overige voorvragen</emphasis>
        </para>
        <para>Ten aanzien van de overige feiten is de dagvaarding ook geldig. Daarnaast is de rechtbank bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Hij heeft zich met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde feit op het standpunt gesteld dat verdachte maximaal een bedrag van € 80.000,- heeft witgewassen. De raadsman heeft hierbij een totaalbedrag van de vier stortingen van de aangevers [benadeelde 2] en [benadeelde 1] onder feit 1 € 141.511,-, gehanteerd. Van dit bedrag zou medeverdachte [medeverdachte 1] 35% tot 50% krijgen en verdachte het restantbedrag. Uitgaande van het gemiddelde van dit percentage, 42,5%, zou aan verdachte een bedrag van € 81.368,83 zijn toegekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Verweer vormverzuim pressieverbod</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er bij de aanhouding van verdachte schending is geweest van het pressieverbod. Hij heeft aangevoerd dat er een inbreuk is gemaakt op het beginsel van nemo tenetur, omdat bij het vragen naar de toegangscode van de telefoon van verdachte er fysieke dwang is toegepast en er psychische druk is uitgevoerd. Dit gebeurde buiten de aanwezigheid van de raadsman. Daarom meent de raadsman dat sprake is van een of zelfs meerdere vormverzuimen en heeft hij de rechtbank verzocht dat vast te stellen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat uit het dossier en verhandelde ter zitting onvoldoende vast is komen te staan dat er een situatie is ontstaan waarbij dwang tegen verdachte is gebruikt. De rechtbank kan daarom niet vaststellen dat schending van het pressieverbod heeft plaatsgevonden, en zal het verweer van de raadsman verwerpen. Er is, te meer nu de raadsman aan dit verweer geen rechtsgevolg heeft verbonden, ook geen aanleiding hiernaar nog onderzoek te (laten) verrichten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vrijspraak voor het onder 2 ten laste gelegde feit</emphasis>
        </para>
        <para>Als feit 2 is aan verdachte tenlastegelegd dat hij samen met anderen facturen, verzendbewijzen, e-mailberichten en/of een verkoopcontract van [benadeelde 3] B.V. en/of [benadeelde 4] aan [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] , valselijk heeft opgemaakt en gebruikt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het dossier volgt dat weliswaar documenten zijn vervalst en ook daadwerkelijk zijn gebruikt voor de oplichting zoals onder 1 aan verdachte is tenlastegelegd, maar uit het dossier blijkt onvoldoende dat verdachte betrokken is geweest bij het vals opmaken van deze documenten en evenmin dat hij daarvan, wetende dat ze vervalst waren, gebruik heeft gemaakt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het opzet op het gronddelict valsheid in geschrift niet kan worden vastgesteld op grond van de inhoud van het strafdossier. Er is daarmee niet voldaan aan het dubbele opzet, die vereist is bij medeplegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is daarom van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van valsheid in geschrift en zal verdachte hiervan vrijspreken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_7d4f8d69-f7ad-41bc-b3b7-080a7a24c147" />
          <emphasis role="underline"> voor de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. [aangever] heeft namens de [benadeelde 3] B.V. op 29 maart 2020 bij de politie aangifte gedaan en heeft, zoals blijkt uit het daarvan opgemaakte <emphasis role="underline">proces-verbaal van aangifte met bijlagen</emphasis><footnote-ref linkend="_35f1a492-66ad-47bf-8e27-cb11f7171511" /><emphasis role="underline">,</emphasis> – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik ben werkzaam als zijnde IT-beheerder voor [naam] en " [benadeelde 3] B.V." [naam] is in Nederland bekend als de rapper en tv-persoonlijkheid " [artiestennaam] " en " [benadeelde 3] B.V." is zijn bedrijf. Dit bedrijf heeft geen website op internet en dus ook geen webshop en wij verkopen ook niet op een andere manier merchandise of andere materialen. Het bedrijf is gevestigd op de [adres ] te [woonplaats] .</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Na enige tijd kwam ik met de ingeving om " [zoekvraag] " te googlen toen kwam ik op de website http:// [website] en http:// [website] . Dit betreft Engelstalige websites. Ik bekeek deze websites en ik zag dat op deze websites van alles verkocht werd zoals mondkapjes, karton, zware metalen als grondstoffen zoals aluminium.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De oplichters achter deze websites halen dus hele grote bedragen binnen waarbij de naam van " [benadeelde 3] B.V." misbruikt wordt.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. Verbalisant [verbalisant 1] heeft in een <emphasis role="underline">proces-verbaal van bevindingen met bijlagen</emphasis><footnote-ref linkend="_2e88ff8d-9ddb-49b4-b527-a6b9b3d537af" /> van 10 april 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 8 april 2020 werd een digitale aangifte ontvangen via het Internationaal Rechtshulpcentrum van politie. Door hen werden diverse digitale documenten ontvangen via de Nederlandse Ambassade te Jakarta, Indonesië. Deze documenten zijn afkomstig van de Maleisische rechtspersoon: [benadeelde 2] .</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De verkregen documenten bestaan uit: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- diverse facturen (invoices); </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- frauderapport. </emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>3. Het frauderapport en de facturen in de bijlagen van het onder 2 genoemde bewijsmiddel bevatten onder meer de volgende teksten: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Report of fraud</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Our company is [benadeelde 2] a Malaysian registered legal entity (buyer). </emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">We were looking at buying 3 PLY and N 95 masks to help the Malaysian society who has been affected badly by the COVID 19 deadly virus. </emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">We through a business acquaintance in Malaysia got the contact of a Netherland based company called [benadeelde 3] BV, [adres ] [woonplaats] (seller). </emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para>
        <emphasis role="italic">5.	We agreed to buy 3 million pieces of 3 PLY mask and 1 million pieces of N 95 masks. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">6. 	We were given 2 invoices by the seller, no 10060 dated march 22 2020 for the supply of 3 million pieces of 3 PLY mask for a total invoice value to euro 122.000,00. The terms of the invoice required us to pay 40% of the invoice value and the balance to be paid within 7 days after order was delivered and quality confirmed. The 40% of the invoice value was remitted to the sellers account at ING Bank, account NO: [rekeningnummer] on the 24th march 2020.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">7. 	The next invoice NO 10062 dated march 22, 2020 for the supply of 1 million 3M N 95 masks for the sum of euro 51.000,00. The same terms were stated in this invoice, to pay 40% and the balance to be paid within 7 days after the order was delivered and quality confirmed. The 40% of this invoice value was also remitted to sellers account at ING Bank, account NO: [rekeningnummer] on the 24th march 2020. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">8. 	We agreed and remitted another 40% amounting to euro 51.900 to the sellers account No [rekeningnummer]</emphasis>.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Invoice #10060 </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Date March 20, 2020</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bank account details:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bank Name: ING BANK </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Account Name: [benadeelde 3] BV </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">IBAN (Account Number): [rekeningnummer] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Amount Total to be paid on this invoice 40%: € 48.800,00.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Invoice  #10062 </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Date March 20, 2020</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bank account details:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bank Name: ING BANK </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Account Name: [benadeelde 3] BV </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">IBAN (Account Number): [rekeningnummer] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Amount Total to be paid on this invoice 40%: € 20.400,00.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. Verbalisant [verbalisant 2] heeft in een <emphasis role="underline">proces-verbaal van bevindingen met bijlagen</emphasis><footnote-ref linkend="_9aa989f3-7cde-41d7-9bfd-1dd87509f0f0" /> van 20 mei 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 9 april 2020 werd een digitale aangifte ontvangen via het Internationaal Rechtshulpcentrum van politie. Deze documenten zijn afkomstig van een Maleisische rechtspersoon: [benadeelde 1] .</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De verkregen documenten bestaan uit: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- royal Malaysian police report; </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- factuur (invoice).</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De voornoemde Maleisische rechtspersoon heeft mondmaskers besteld bij [benadeelde 3] B.V. ter waarde van € 20.500,-, maar de maskers werden vervolgens niet geleverd.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>5. De factuur in de bijlage van het onder 4 genoemde bewijsmiddel bevat onder meer de volgende tekst: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Invoice #10060 </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Date March 18, 2020</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bank Name: ING BANK </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Account Name: [benadeelde 3] BV </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">IBAN (Account Number): [rekeningnummer] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Amount Total to be paid on this invoice 40%: € 20.500,00.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>6. Verbalisant [verbalisant 3] heeft in een <emphasis role="underline">proces-verbaal van bevindingen</emphasis><footnote-ref linkend="_00ef7f1a-874a-4fee-9f19-2190ad507481" /> van 2 april 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Volgens de gegevens van ING is de rekeninghouder van rekening [rekeningnummer]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- naam: [rekeninghouder 1] ; </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- geboortedatum: [1999] .</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>7. Verbalisant [verbalisant 3] heeft in een <emphasis role="underline">proces-verbaal van bevindingen</emphasis><footnote-ref linkend="_eeeba0b3-b514-4fa5-9be8-87c57afba747" /> van 2 april 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Documentcode: MD2R020089-35</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betreft: Identiteit rekeninghouder [rekeningnummer]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Volgens de gegevens van ING is de rekeninghouder van rekening [rekeningnummer] : </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- naam: [rekeninghouder 2] ;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- geboortedatum: [2000] .</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>8. Verbalisant [verbalisant 2] heeft in een <emphasis role="underline">proces-verbaal van bevindingen</emphasis><footnote-ref linkend="_ebe9c755-60ec-41e0-8ec9-7b280a84ad22" /> van 10 december 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Deel 1, paq. nr. 167, proces-verbaal van bevindingen voorzien van documentcode MD2R020089-35 In de kop van dit proces-verbaal wordt gesproken over het rekeningnummer [rekeningnummer] . In de eerste alinea wordt gesproken over het rekeningnummer </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [rekeningnummer] . Het lijkt er op dat het laatste nummer 1 abusievelijk vergeten is.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>9. Verbalisant [verbalisant 3] heeft in een <emphasis role="underline">proces-verbaal van bevindingen</emphasis><footnote-ref linkend="_c0bb250e-dc83-4bee-90d3-ffbb929888f7" /> van 2 april 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Volgens de gegevens van ING is de rekeninghouder van rekening [rekeningnummer] :</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- naam: [rekeninghouder 3] ;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- geboortedatum: [2000] .</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>10. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft tijdens <emphasis role="underline">het verhoor</emphasis><footnote-ref linkend="_e8b16e14-de67-4788-9230-f636495068c6" /> bij de rechter-commissaris op 29 mei 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het geld is overgemaakt naar ING rekeningen. Daar werden grote bedragen van gepind. U zou keer op keer de bedragen pinnen. Pinde u wel grote bedragen van die ING rekeningen?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja, dat klopt. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat stond er op de pasjes waarmee u pinde?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De pasjes die ik bij mij heb gehad waren van [rekeninghouder 1] en [rekeninghouder 3] . </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Waar ging dat geld naartoe?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik bracht dat naar de jongens die dat bedrijf waren gestart.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>11. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft tijdens <emphasis role="underline">het verhoor</emphasis><footnote-ref linkend="_b59d4950-5bcd-4d37-9710-593aa4e1d7ad" /> bij de politie op 1 juli 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">A: Ik ben benaderd door [verdachte] . Hij was klant van mij. Zo ken ik hem ook. Hij zei maar als jij mensen kent die je vertrouwt kun je daarop storten en kun je zien dat er niets gebeurd. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">O: Verbalisanten bekijken het adres [adres ] te [woonplaats] in de centrale systemen. Als wij 2 als toevoeging gebruiken voor het huisnummer komen wij uit op: [verdachte] geboren op [1994] te Kameroen. Verdachte vertelt dat dit het adres was waar hij altijd geld afgaf.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">V: Kan de taxi chauffeur [verdachte] en [medeverdachte 2] bevestigen?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">A: Ja want ik moest het geld altijd weer terug brengen. Dus dan bracht de taxi mij daarna toe. Elke keer als ik gepind had dan ging ik daar langs.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">V: Hoe ging dat met het afgeven van het geld en het betalen?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">A: Ik gaf het geld en ik kreeg daar mijn deel van. Of ik kreeg mijn deel van degene van wie de pas was. (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Want ik was de enige die alleen woonde en degene die rechtstreeks contact had met [verdachte] . </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>12. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft tijdens <emphasis role="underline">het verhoor</emphasis><footnote-ref linkend="_b7384ebb-ff21-4a7b-9085-8d43e2dc5ff3" /> bij de politie op 2 juli 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">A: Als [verdachte] mij een factuur stuurt, wist ik wat er binnen kwam en stuurde ik dat door na degene van de rekening waar de transactie was geweest, en dan wist ik wat ik moest pinnen. Ik wil er wel bij zeggen dat ik niet rechtstreeks contact had met hun, dit ging allemaal via [A] . </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">V: Van wie kreeg je de informatie nog meer, naast [verdachte] .</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">A: Van [medeverdachte 2] </emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">V: Dus van [verdachte] en van [medeverdachte 2] kreeg je de informatie van de overboekingen, van niemand meer?</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">A: Nee van hun, van hun kreeg ik de updates.</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">V: Op welke rekeningen kon jij kijken?</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">A: Ik kon op alle rekeningen waar ik toegang toe had op internetbankieren.</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">V: Je bedoelt [rekeninghouder 1] , [rekeninghouder 3]</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">A: Ja van iedereen waar ik de gegevens van had kon ik online op internetbankieren.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>13. Verbalisant [verbalisant 4] heeft in een <emphasis role="underline">proces-verbaal van bevindingen</emphasis><footnote-ref linkend="_eef665d2-26fa-4320-bc5a-a5b13c179e23" /> van 19 oktober 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Na de aanhouding van verdachte [medeverdachte 2] werd zijn woning doorzocht. Er werden diverse goederen aangetroffen, waaronder een laptop van het merk Apple.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Soort: computer (laptop) </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Merk: Apple </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Type: MacBook Pro </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">SIN: AANQ9999NL </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik onderzocht tabblad mail.google.com in de applicatie Chrome en zag het volgende:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">o Sales Consultant met e-mailadres </emphasis>sales@ [e-mailadres] <emphasis role="italic">. </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">• Certificaten: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. EU Type Examination Certificate CE 682245 uitgereikt aan 3M United Kingdom Plc door BSI. Bestandsdatum 1 juni 2020. Via de site van BSI controleerde ik certificaatnummer en zag ik dat certificaat CE682245 is uitgereikt aan 3M United Kingdom Plc en betrekking heeft op 'Filtering half masks'. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. EU Type Examination Certificate CE 682245 uitgereikt aan 3M United Kingdom Plc door [benadeelde 3] BV. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. EU Type Examination Certificate CE 682245 uitgereikt aan 3M United Kingdom Plc door [bedrijf] BV. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4. Radio Testreport Issued for [benadeelde 3] BV, betreffende Disposable Nitrile Gloves. </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik zag dat de certificaten 2 en 3 voor wat betreft lettertype en bladspiegel enigszins afwijken van certificaat 1 en dat de informatie op certificaten 2 en 3 niet overeenkomt met de informatie die ik vond bij BSI. Het is daarmee aannemelijk dat de certificaten 2 en 3 vervalsingen zijn.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">• Uittreksel KvK  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. Uittreksel KvK [benadeelde 3] B V. (39089582). </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik zag meerdere foto's van dozen met mondmaskers en handschoenen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">• Paspoort </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. Paspoort met documentnummer [paspoortnummer] van [benadeelde 4] , geboren [1987] in [geboorteplaats] . </emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>14. Verbalisant [verbalisant 4] heeft in een <emphasis role="underline">proces-verbaal van bevindingen</emphasis><footnote-ref linkend="_d0235aa2-f87c-41d2-97de-b57a25e87e45" /> van 2 december 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Na de aanhouding van verdachte [medeverdachte 2] werd zijn woning doorzocht. Er werden diverse goederen aangetroffen, waaronder een laptop van het merk Apple.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Soort: computer (laptop) </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Merk: Apple </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Type: MacBook Pro </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">SIN: AANQ9999NL </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Firefox </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In Firefox zag ik de volgende informatie:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">• Geschiedenis over de periode 8 maart 2020 tot en met 21 augustus 2020 </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">o ali: 79 x website [website] , [website] .</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Safari </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In Safari zag ik de volgende informatie:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">• Geschiedenis over de periode 24 februari 2020 tot en met 2 september 2020 </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">o ali 9 x website [website] , [website] , [website] , [website]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik zag bij de verschillende handelingen om een website met Wordpress te beheren overeenkomstige URL’s. Omdat in de wachtwoorden in Firefox ook een user-account voor Wordpress voorkomt, is het aannemelijk dat via Firefox op deze laptop met behulp van Wordpress één of meer websites zijn beheerd. Ik zag in de url’s met betrekking tot Wordpress de volgende namen van websites die zijn gebruikt voor internetoplichting: </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">• [website] ; </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">• [website] ; </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">• [website] ; </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">• [e-mailadres] .</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>15. Verdachte heeft tijdens <emphasis role="underline">het verhoor</emphasis><footnote-ref linkend="_48b9722e-73c5-4ff1-aa25-58276f2a2661" /> bij de politie op 7 oktober 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">A: In maart kwam ik terug uit Kameroen en toen had [medeverdachte 2]  een bedrijf opgericht. De naam was: ” [benadeelde 3] ”. Hij had een e-mailaccount aangemaakt en daar had ik toegang tot via mijn telefoon en hij had daar toegang tot via zijn telefoon. (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hij liet mij zien waar hij mee bezig was. Hij vroeg aan mij of ik met hem mee wilde werken en ik heb gezegd prima. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">V: Wie heeft die website gemaakt? </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">A: [medeverdachte 2] </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">V: Hoe weetje dat? </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">A: Omdat wij samen woonden. Ik heb gezien dat hij de website maakte. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">V: Hoe heet die website? </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">A: Ik weet de naam niet meer </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">O: Verbalisanten tonen drie websites. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">www. [website] .com </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">www. [website] </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">www. [website] </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">A: Ik herken de eerste www. [website] .com. ik denk dat het die was. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">V: Wat zeg je van die andere twee? </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">A: Ik kan het mij niet herinneren.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">A: Het plan was om er geld mee te verdienen. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">V: Hoe dan? </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">A: Met klanten overleggen dat we mondmaskers kunnen leveren en dan die mondmaskers </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verkopen. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">V: Maar? Dat gebeurde niet volgens mij?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">A: Nee dat klopt.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">V: Leg uit. Jullie spraken met klanten om mondmaskers te verkopen en wat gebeurde er? </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">A: Ik sprak met klanten over de verkoop van mondmaskers. Ik zocht foto’s online van mondmaskers. Ik zei dit kan ik leveren. Dit zijn de maskers. De klanten moesten dan een percentage vooruit betalen. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">V: Foto online en dan? </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">A: Ik pakte die foto’s online en liet die aan klanten zien en zei dit is wat wij kunnen leveren.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">V: Hoe ging dat dan als mensen mondmaskers wilden bestellen? </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">A: Als iemand contact met mij opnam vertelde ik ze welke mondmaskers ik te koop had. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik zei dat ik: “3M” had en “3ply” maskers had. Ik gaf ze de prijs en zei dat ik hun contact was in </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Nederland.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">A: Als iemand van plan was te betalen werd er een factuur gemaakt. Dan kreeg ik een </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">rekeningnummer van [medeverdachte 1] en dat nummer gaf ik aan [medeverdachte 2] .</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>16. Verdachte heeft <emphasis role="underline">ter terechtzitting</emphasis> van 25 maart 2022 verklaard, zakelijk weergegeven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Medeverdachte [medeverdachte 2] vroeg aan mij om rekeningnummers. Ik kreeg deze rekeningnummers van medeverdachte [medeverdachte 1]</emphasis>. <emphasis role="italic">[medeverdachte 2] vertelde mij dat hij deze rekeningnummers nodig had om het geld te kunnen ontvangen. Mijn rol hierin was dat medeverdachte [medeverdachte 1] mij de geldbedragen gaf en ik deze vervolgens aan [medeverdachte 2] gaf. Ik had contact met medeverdachte [medeverdachte 1] , omdat ik hem daarvoor al kende. Hij was mijn kapper. [medeverdachte 2] is nogal introvert. [medeverdachte 1] had destijds aan mij verteld dat als ik het nodig heb, hij rekeningen kan regelen van jongemannen. Dus ik had dit toen aan [medeverdachte 2] verteld en was daarmee de link tussen hen beide. [medeverdachte 2] vroeg ook aan mij of ik een deal met [medeverdachte 1] kon sluiten. [medeverdachte 2] zei alleen tegen mij dat als hij een rekeningnummer nodig had, hij het aan mij zou vertellen en ik het aan [medeverdachte 1] moest vragen. </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewijsoverwegingen voor de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten</emphasis>
        </para>
        <para>De bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Medeplegen van oplichting</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt in onderhavige zaak de volgende feiten en omstandigheden vast. Twee bedrijven, [benadeelde 2] en [benadeelde 1] , hebben aangifte gedaan van oplichting. Deze bedrijven hebben een groot aantal mondkapjes bij [benadeelde 3] B.V. besteld en hiervoor een aanbetaling van 40% gedaan. [benadeelde 2] heeft een totaalbedrag van €121.100,- en [benadeelde 1] heeft een totaalbedrag van €20.500,- overgemaakt. De mondkapjes die zij hebben besteld, zijn echter nooit geleverd. Op de door de aangevers overgelegde facturen volgt dat de betalingen aan [benadeelde 3] BV op de rekeningnummers [rekeningnummer] en [rekeningnummer] zijn gedaan. Uit het frauderapport volgt dat het bedrijf [benadeelde 2] daarnaast een betaling op het rekeningnummer [rekeningnummer] heeft gedaan (de rechtbank leest [rekeningnummer] uit de aangifte als [rekeningnummer] ). Uit onderzoek is gebleken dat deze facturen vals zijn en de rekeningnummers waar de betalingen op zijn gedaan, toebehoren aan zogenoemde <emphasis role="italic">moneymules</emphasis>, oftewel ‘geldezels’. Dit zijn personen die hun rekening, bankpas en pincode, al dan niet vrijwillig, ter beschikking hadden gesteld voor gebruik door anderen. De hiervoor genoemde rekeningnummers staan op naam van [rekeninghouder 1] , [rekeninghouder 2] en [rekeninghouder 3] . Medeverdachte [medeverdachte 1] had de beschikking over deze rekeningen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de verklaringen van verdachte blijkt dat hij een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de oplichting waarbij via [benadeelde 3] B.V. zogenaamd grote hoeveelheden mondkapjes werden verkocht. De verklaring van verdachte dat hij pas bekend is geworden met, en betrokken is geraakt bij de mondkapjesfraude nadat aangevers [benadeelde 2] en [benadeelde 1] door medeverdachte [medeverdachte 2] waren opgelicht, wordt door de rechtbank verworpen. Uit de verklaringen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] volgt namelijk dat verdachte degene was die het contact heeft geïnitieerd en onderhouden met medeverdachte [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] was de kapper van verdachte) – die op zijn beurt de bankrekeningen beheerde waarop het geld door de aangevers werd overgemaakt. Ook was het de taak van medeverdachte [medeverdachte 1] om de gepinde bedragen weer aan verdachte te geven. Omdat verdachte de contactpersoon van medeverdachte [medeverdachte 1] was, en [medeverdachte 1] betrokken was bij het witwassen van het geld van [benadeelde 2] en [benadeelde 1] , kan het niet anders dan dat verdachte ook al bij deze oplichting betrokken is geweest. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 ten laste gelegde oplichting in vereniging met medeverdachte [medeverdachte 2] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Medeplegen van witwassen</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank overweegt dat uit de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] en verdachte blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 1] in regelmatige hoeveelheden de door oplichting verkregen geldbedragen aan verdachte heeft overhandigd, waarna verdachte deze geldbedragen aan medeverdachte [medeverdachte 2] heeft overhandigd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte dit feit in een zodanig nauwe en bewuste samenwerking met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gepleegd, dat sprake is van medeplegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 ten laste gelegde medeplegen van witwassen, nu verdachte deze geldbedragen heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en van die geldbedragen gebruik gemaakt. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de periode van 9 maart 2020 tot en met 27 maart 2020 in Nederland, tezamen en in </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam, een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- [benadeelde 1] en</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- [benadeelde 2]</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">heeft bewogen tot afgifte ven enig goed, te weten</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- een geldbedrag van (ongeveer) 20.500 euro, toebehorende aan [benadeelde 1] en</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- een geldbedrag van (ongeveer) 121.100 euro, toebehorende aan [benadeelde 2]</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">door, middels een website, lijkende op de website van [benadeelde 3] B.V., producten, te weten onder andere mondkapjes, te koop aan te bieden en vervolgens na een bestelling door voornoemde [benadeelde 2] en [benadeelde 1] meerdere facturen te verzenden op naam van [benadeelde 3] B.V.:</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- gericht aan [benadeelde 2] met kenmerk/invoice #10060 d.d. 20 maart 2020 en</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- gericht aan [benadeelde 2] met kenmerk/invoice #10062 d.d. 20 maart 2020 en</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- gericht aan [benadeelde 1] met kenmerk/invoice #10060 d.d. 18 maart 2020</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en vervolgens via whatsapp en/of e-mailberichten contact te onderhouden, overleg te voeren, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">informatie te verschaffen over de wijze van, het tijdstip van levering, betaling van die aangeboden goederen en/of zich daarbij voor te doen als </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zijnde [benadeelde 3] B.V. en/of [benadeelde 4] , in elk geval als eigenaar/bezitter </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en/of als bonafide/betrouwbare verkoper van die goederen en/of de indruk en/of het vertrouwen te wekken bij voornoemde [benadeelde 2] en [benadeelde 1] dat de te koop aangeboden goederen na betaling daadwerkelijk zouden worden toegezonden/geleverd;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de periode van 9 maart 2020 tot en met 27 maart 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen meermalen (grote) geldbedragen heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en van voornoemde voorwerpen, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en zijn mededaders wisten dat voornoemde voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk -afkomstig waren uit enig misdrijf.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">medeplegen van witwassen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van vier jaren, met aftrek van het voorarrest.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft de rechtbank verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, namelijk dat door oplegging van een onvoorwaardelijke straf verdachte geen kans zou maken bij zijn aanvraag voor verblijfsrecht in Nederland. Verdachte heeft hier een groot belang bij, nu hij een relatie heeft met een Nederlandse vrouw en zijn familie ook in Nederland woont. Verder heeft de raadsman verzocht rekening te houden met de omstandigheden dat verdachte een <emphasis role="italic">first offender</emphasis> is, dat het risico op recidive laag zou zijn en dat verdachte zich wil inzetten voor zijn opleiding, toekomst en samenleving. De raadsman heeft daarnaast verzocht om rekening te houden met het advies van de reclassering. De raadsman heeft betoogd om bij een bewezenverklaring een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de aan verdachte op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van één en ander ter terechtzitting is gebleken. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De aard en ernst van de feiten</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van oplichting en het medeplegen van witwassen van met die oplichting verkregen (grote) geldbedragen. Verdachte heeft samen met een ander twee bedrijven opgelicht door uit naam van [benadeelde 3] B.V. mondkapjes te verkopen en deze vervolgens niet te leveren. Zij hebben dit tijdens de beginperiode van de uitbraak van de coronapandemie gedaan en daarbij gebruik gemaakt van een situatie waarin het – door schaarste en spoedeisendheid – makkelijk was om anderen op te lichten. Door op deze manier te handelen heeft verdachte de slachtoffers financiële schade toegebracht en het vertrouwen geschaad dat voor het handelsverkeer noodzakelijk is. Daarnaast heeft verdachte meegewerkt aan het witwassen van de criminele opbrengst, waarbij misbruik werd gemaakt van een netwerk van jonge personen die door financiële en/of andersoortige problemen als kwetsbaar zijn aan te merken (de <emphasis role="italic">moneymules</emphasis>). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij, gedreven door enkel financieel gewin, de aangevers op geraffineerde wijze heeft opgelicht en ze daarmee in financiële zin heeft benadeeld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De persoon van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 20 januari 2020, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft verder acht geslagen op de verschillende rapporten van de reclassering waaronder die van 22 maart 2022. Uit dit rapport blijkt dat de reclassering bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden meldplicht bij de reclassering, ambulante begeleiding en houden aan de aanwijzing van de reclassering adviseert. Het risico op recidive wordt door de reclassering ingeschat als laag. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De op te leggen straf</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft bij het bepalen van de soort en zwaarte van de op te leggen straf met name gelet op de straffen die doorgaans worden opgelegd in vergelijkbare zaken. De rechtbank overweegt dat de vordering van de officier van justitie, mede gelet op uitspraken in vergelijkbare zaken, bovenmatig voorkomt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is wel van oordeel dat de ernst van de bewezenverklaarde feiten, mede vanuit een oogpunt van normbevestiging en generale preventie, in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaren rechtvaardigt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de raadsman bepleit, is gelet op de ernst van de feiten en de hiervoor genoemde strafdoelen geen ruimte. De rechtbank ziet in het licht van de speciale preventie, de inhoud van de reclasseringsrapportage, en de proceshouding van verdachte wel reden om de gevangenisstraf voor een aanmerkelijk deel in voorwaardelijke vorm op te leggen. Verdachte heeft tot op zekere hoogte opening van zaken gegeven over zijn rol, daar enige verantwoordelijkheid voor genomen, en heeft vragen willen beantwoorden. De rechtbank heeft hiermee inzicht gekregen in de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Het doel van de voorwaardelijke gevangenisstraf is dan ook om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden. De rechtbank laat de bijzondere voorwaarden, zoals door de reclassering is geadviseerd, achterwege, omdat zij daar thans geen noodzaak meer voor ziet.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Voorlopige hechtenis</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis opheffen. Voor een opheffing van de schorsing ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding, terwijl er evenmin – zoals hiervoor overwogen – nog een noodzaak bestaat om de schorsingsvoorwaarden in stand te laten.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>BENADEELDE PARTIJ</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [benadeelde 1] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 20.500,-, bestaande uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij geheel dient te worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Zij heeft aangevoerd dat verdachte samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hoofdelijk moet worden veroordeeld. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, gelet op de door hem bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, omdat uit de vordering niet blijkt dat deze is ingediend door een daartoe bevoegde vertegenwoordiger. Meer subsidiair heeft hij zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende rechtstreeks verband is met de door de benadeelde geleden schade, nu verdachte niet heeft bijgedragen aan het bewegen tot betaling van het genoemde bedrag. Tot slot heeft de raadsman verzocht om de schadevergoedingsmaatregel niet op te leggen, nu uit vaste rechtspraak volgt dat deze maatregel niet is bedoeld voor rechtspersonen en zij in staat worden geacht dit zelf te doen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de rechtsperspersoon [benadeelde 1] zich als benadeelde partij in het geding heeft gevoegd. De vordering tot schadevergoeding van [benadeelde 1] is namens haar ingediend door [B] . De rechtbank overweegt dat het voldoende aannemelijk is dat deze persoon een bevoegde vertegenwoordiger is, nu uit de door [C] , de manager van [benadeelde 1] , ingediende aangifte volgt dat [B] zijn zakenpartner is en [C] aan hem opdracht heeft gegeven om het bedrag van € 20.500,- over te maken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Tussen de bewezen verklaarde oplichting van [benadeelde 1] en de door haar gevorderde schade bestaat voldoende rechtstreeks verband. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij ter hoogte van € 20.500,- daarom toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 9 maart 2020 tot de dag van volledige betaling. Verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Proceskosten</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte zal ook hoofdelijk worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorvragen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de dagvaarding geldig;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder 2 ten laste gelegde feit niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <bridgehead role="italic">Strafbaarheid</bridgehead>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart verdachte strafbaar; </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging straf </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf </emphasis>van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van <emphasis role="bold">1 (één) jaar</emphasis> niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stelt daarbij een <emphasis role="bold">proeftijd</emphasis> van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren </emphasis>vast;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>als algemene voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van € 20.500,-, bestaande uit materiële schade;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 maart 2020 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte hoofdelijk in de kosten door [benadeelde 1] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, voorzitter, mrs. H.B.W. Beekman en D. Lunenburg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.Z. Turan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 april 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. D. Lunenburg is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 9 maart 2020 tot en met 27 maart 2020 te </para>
      <para>Almere en/of Arnhem en/of Harskamp, in elk geval in Nederland, tezamen en in </para>
      <para>vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, </para>
      <para>met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door </para>
      <para>het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige </para>
      <para>kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,</para>
    </parablock>
    <para>- [benadeelde 1] en/of</para>
    <para>- [benadeelde 2]</para>
    <para>heeft bewogen tot afgifte ven enig goed, te weten</para>
    <para>- een geldbedrag van (ongeveer) 121.000 USD, in elk geval enig geldbedrag </para>
    <para>(toebehorende aan [benadeelde 1] ) en/of</para>
    <para>- een geldbedrag van (ongeveer) 20.500 euro, in elk geval enig geldbedrag </para>
    <parablock>
      <para>(toebehorende aan [benadeelde 2] )</para>
      <para>door middels een website, lijkende op de website van [benadeelde 3] B.V., </para>
      <para>producten, te weten onder andere mondkapjes, te koop aan te bieden en/of </para>
      <para>(vervolgens) na een bestelling door voornoemde [benadeelde 2] en/of </para>
      <para>
        [benadeelde 1] een of meerdere factu(u)r(en) te verzenden op naam van </para>
      <para>
        [benadeelde 3] B.V.:</para>
    </parablock>
    <para>- gericht aan [benadeelde 2] met kenmerk/invoice #10060 d.d. 20 </para>
    <para>maart 2020 en/of</para>
    <para>- gericht aan [benadeelde 2] met kenmerk/invoice #10062 d.d. 20 </para>
    <para>maart 2020 en/of</para>
    <para>- gericht aan [benadeelde 1] met kenmerk/invoice #10060 d.d. 18 maart </para>
    <parablock>
      <para>2020</para>
      <para>en/of ( vervolgens) met een of meer perso(o)n(en) via whatsapp en/of e-</para>
      <para>mailberichten een of meermalen contact te onderhouden en/of overleg te voeren </para>
      <para>en/of informatie te verschaffen over de wijze van en/of het tijdstip van levering </para>
      <para>en/of betaling van die aangeboden goed(eren) en/of zich daarbij voor te doen als </para>
      <para>zijnde [benadeelde 3] B.V. en/of [benadeelde 4] , in elk geval als eigenaar/bezitter </para>
      <para>en/of als bonafide/betrouwbare verkoper van die goed(eren) en/of de indruk </para>
      <para>en/of het vertrouwen te wekken bij voornoemde [benadeelde 2] en/of </para>
      <para>
        [benadeelde 1] dat de te koop aangeboden goed(eren) na betaling </para>
      <para>daadwerkelijk zouden worden toegezonden/geleverd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 maart 2020 tot en </para>
      <para>met 27 maart 2020 te Almere en/of Arnhem en/of Harskamp, in elk geval in </para>
      <para>Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een geschrift dat bestemd was </para>
      <para>om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten</para>
    </parablock>
    <para>- een of meer factu(u)r(en) en/of verzendbewijzen en/of e-mailbericht(en) en/of </para>
    <parablock>
      <para>aan- en verkoopcontract, in elk geval een of meer document(en), verzonden in de </para>
      <para>periode van 9 maart 2020 tot en met 27 maart 2020 op naam van [benadeelde 3] B.V. </para>
      <para>en/of [benadeelde 4] aan [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] </para>
      <para>valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of opzettelijk gebruik heeft </para>
      <para>gemaakt en/of gebruik heeft doen maken van valse en/of vervalste geschriften, </para>
      <para>immers heeft verdachte (telkens)</para>
    </parablock>
    <para>- die/dat e-mailbericht(en) verzonden op 27 maart 2020 vanaf het mailadres </para>
    <para>sales@ [e-mailadres] valselijk heeft ondertekend met 'Regards, [benadeelde 4] ' en/of</para>
    <para>- die/dat een of meer factu(u)r(en) en/of verzendbewijzen en/of aan- en </para>
    <parablock>
      <para>verkoopbewijzen, in elk geval een of meer document(en), valselijk heeft </para>
      <para>ondertekend met 'Director of Import and Export mr [benadeelde 4] en/of </para>
      <para>
        [benadeelde 4] en/of [benadeelde 3] B.V., (telkens) met het oogmerk om die/dat </para>
      <para>geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 9 maart 2020 tot en met 27 maart 2020 te Ede </para>
      <para>en/of Arnhem en/of Oosterbeek en/of Enschede en/of Harskamp, in elk geval in </para>
      <para>Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, </para>
      <para>meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een) voorwerp(en) te weten een of meer </para>
      <para>(grote) geldbedrag(en), in elk geval enig geldbedrag, heeft verworven, voorhanden </para>
      <para>gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van (een) voorwerp(en), te weten </para>
      <para>voornoemde voorwerp(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn </para>
      <para>mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat </para>
      <para>voornoemde voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - </para>
      <para>afkomstig was/waren uit enig misdrijf.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_7d4f8d69-f7ad-41bc-b3b7-080a7a24c147" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 11 februari 2021, genummerd MD2R020089  (onderzoek Harwich), opgemaakt door politie Midden-Nederland, genummerd 1 tot en met 2034. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_35f1a492-66ad-47bf-8e27-cb11f7171511" label="2">
    <para> Pagina’s 82-153.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2e88ff8d-9ddb-49b4-b527-a6b9b3d537af" label="3">
    <para> Pagina’s 287-303.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9aa989f3-7cde-41d7-9bfd-1dd87509f0f0" label="4">
    <para> Pagina’s 304-308.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_00ef7f1a-874a-4fee-9f19-2190ad507481" label="5">
    <para> Pagina’s 165 en 166.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_eeeba0b3-b514-4fa5-9be8-87c57afba747" label="6">
    <para> Pagina’s 167 en 168.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ebe9c755-60ec-41e0-8ec9-7b280a84ad22" label="7">
    <para> Pagina’s 1526 en 1527.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c0bb250e-dc83-4bee-90d3-ffbb929888f7" label="8">
    <para> Pagina 169.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e8b16e14-de67-4788-9230-f636495068c6" label="9">
    <para> Een proces-verbaal van verhoor van verdachte, op 29 mei 2020 opgemaakt door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, pagina’s 1-5. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b59d4950-5bcd-4d37-9710-593aa4e1d7ad" label="10">
    <para> Pagina’s 735-747.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b7384ebb-ff21-4a7b-9085-8d43e2dc5ff3" label="11">
    <para> Pagina’s 748-764.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_eef665d2-26fa-4320-bc5a-a5b13c179e23" label="12">
    <para> Pagina’s 1236-1250.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d0235aa2-f87c-41d2-97de-b57a25e87e45" label="13">
    <para> Pagina’s 1484-1489.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_48b9722e-73c5-4ff1-aa25-58276f2a2661" label="14">
    <para> Pagina’s 1061-1076.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>