<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:1145</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-29T13:52:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/706194-20 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:1145">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:1145</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-29T13:13:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:1145 Rechtbank Midden-Nederland , 29-03-2022 / 16/706194-20 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:1145:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak voor het verduisteren dan wel aanwezig hebben van pepperspray. Verdachte is veroordeeld voor computervredebreuk. Hij heeft in zijn hoedanigheid als politieagent een aanzienlijk aantal bevragingen gedaan in de computersystemen van de politie, zonder dat daartoe vanuit de uitoefening van de politietaak enige aanleiding bestond. De rechtbank heeft aan verdachte een taakstraf van 80 uren opgelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:1145:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/706194-20 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 29 maart 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold caps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1992] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres</para>
      <para>
        [adres] , [postcode] [woonplaats] .</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 13 januari 2022 en 15 maart 2022. De inhoudelijke behandeling heeft op 15 maart 2022 plaatsgevonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. F.E. van der Zee en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. B.A.S. van Leeuwen, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is op de zitting van 13 januari 2022 gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis>	zich in de periode van 4 januari 2018 tot en met 18 december 2019 te Amersfoort, Woerden en/of Hilversum schuldig heeft gemaakt aan computervredebreuk;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis>	primair: in de periode van 15 mei 2017 tot en met 18 december 2019 te Woerden en/of Amersfoort twee busjes pepperspray heeft verduisterd; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair: in de periode van 23 juli 2019 tot en met 18 december 2019 twee busjes pepperspray voorhanden heeft gehad. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het onder feit 1 en feit 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vrijspraak van feit 2</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit 2 primair (verduistering)</emphasis>
          </para>
          <para>Uit het dossier blijkt dat verdachte de busjes pepperspray niet rechtmatig in zijn bezit heeft gehad. Verdachte was weliswaar werkzaam bij de politie, maar hij was niet gerechtigd tot het dragen van geweldsmiddelen. Aan verdachte is nooit pepperspray uitgereikt. Bovendien is er op het politiebureau ook geen pepperspray voorhanden. Medewerkers bewaren dit in een wapenkluis en moeten lege busjes inwisselen bij een speciaal daarvoor ingericht bureau. Daarom kan niet worden geconcludeerd dat verdachte de pepperspray anders dan door misdrijf onder zich had. De rechtbank zal verdachte daarom van het onder feit 2 primair ten laste gelegde vrijspreken. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit 2 subsidiair (voorhanden hebben van pepperspray)</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank stelt vast dat de door de politie genoemde busjes pepperspray abusievelijk niet in beslag zijn genomen en dat er geen nader onderzoek is verricht naar de inhoud van de busjes pepperspray. De inhoud daarvan is daardoor onbekend gebleven. De rechtbank beschikt slechts over een proces-verbaal dat beschrijft waar de busjes zijn aangetroffen en welke uiterlijke kenmerken deze busjes vertoonden. Op zijn minst genomen moet kunnen worden vastgesteld dat de flesjes nog vloeistof bevatten, maar dat kan uit dit proces-verbaal niet worden afgeleid. Gelet op deze omstandigheden is sprake van onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het onder feit 2 subsidiair ten laste gelegde, zodat verdachte ook hiervan moet worden vrijgesproken. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewezenverklaring van feit 1</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte heeft het onder feit 1 ten laste gelegde bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met onderstaande opsomming van de bewijsmiddelen:</para>
        </parablock>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 15 maart 2022; </para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 15 mei 2020, genummerd 20200417.1145.3200.BEV, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, pagina 26 tot en met 37;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 23 april 2020, genummerd 20200423.0700.3200.BEV, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, pagina 41 tot en met 43;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 22 juli 2020, genummerd 20200722.3200.BEV, met bijlagen, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, pagina 49 tot en met 112;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 15 april 2020, genummerd 20200409.1100.3200.BEV, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, pagina 113 tot en met 117.</para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte het onder feit 1 ten laste gelegde, te weten computervredebreuk, heeft begaan. De rechtbank gaat daarbij, gelet op de onderzoeksgegevens, uit van een iets kortere periode dan ten laste gelegd, namelijk van een periode van 23 juli 2019 tot en met 18 december 2019.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>op tijdstippen in de periode van 23 juli 2019 tot en met 18 december 2019 te Amersfoort en Woerden en Hilversum, meermalen telkens opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in (delen van) servers van de politie, met behulp van een valse sleutel, door zich telkens onbevoegd met een gebruikersnaam en wachtwoord voor de applicatie Meer Effectief op Straat (MEOS) en de systemen Basis Voorziening Informatie Integrale Bevragingen (BVI-IB) en de daaraan gekoppelde systemen en Basis Voorziening Handhaving (BVH) en BlueSpot en zich daarmee de toegang te verschaffen tot (delen van) servers van de politie (waarop de systemen Basis Voorziening Informatie Integrale Bevragingen (BVI IB) en de daaraan gekoppelde systemen en Basis Voorziening handhaving (BVH) en BlueSpot waren geplaatst), telkens met een ander doel dan waarvoor hem die toegang was verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN HET FEIT</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ten aanzien van feit 1: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">computervredebreuk, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een taakstraf van 100 uren. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft de rechtbank verzocht een gedeelte van de straf voorwaardelijk op te leggen als stok achter de deur. Daarbij heeft verdachte een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) nodig voor zijn huidige baan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ernst van het feit</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan computervredebreuk. Hij heeft in zijn hoedanigheid als politieagent een aanzienlijk aantal bevragingen gedaan in de computersystemen van de politie, zonder dat daartoe vanuit de uitoefening van de politietaak enige aanleiding bestond. Hiermee heeft verdachte ernstig inbreuk gemaakt op de privacy van de personen die hij heeft opgezocht, juist of ook als dat familieleden betrof. Dergelijke handelingen schaden het vertrouwen van de samenleving in de werkzaamheden van de politie. Van iedere medewerker van de politie mag worden verwacht dat hij altijd integer handelt en de systemen die hem ter beschikking staan niet gebruikt voor privéaangelegenheden, maar slechts gebruikt voor de werkzaamheden waarvoor ze zijn bedoeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De persoon van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft kennis genomen van het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 6 december 2021, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De straf</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf neemt de rechtbank in het voordeel van verdachte mee dat verdachte al nadelige gevolgen van zijn handelen heeft ondervonden omdat hij als gevolg van zijn handelen is ontslagen bij de politie. Daarnaast houdt de rechtbank in strafverminderende zin rekening met de omstandigheid dat op de dag van het vonnis al enige tijd is verstreken sinds de verdachte door de politie is verhoord. De rechtbank ziet geen aanleiding een gedeelte van de straf voorwaardelijk op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende acht de rechtbank de oplegging van een taakstraf van 80 uren (te vervangen door 40 dagen hechtenis indien verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht) passend en geboden. Deze straf is lager dan door de officier van justitie is geëist, omdat de rechtbank verdachte heeft vrijgesproken van het onder feit 2 ten laste gelegde. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d en 138ab van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder feit 2 primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder feit 1 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;</para>
    <para>- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder feit 1 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; </para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging straf </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf van 80 uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 40 dagen hechtenis. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Brouwer, voorzitter, mrs. C.S.K. Fung Fen Chung en A. Maas, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Broere, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 maart 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 4/1/2018 tot en met 18 december 2019 te Amersfoort en/of Woerden en/of Hilversum, in ieder geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, door tussenkomst van een openbaar telecommunicatienetwerk (T-mobile) (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in een of meer (delen van) servers van de politie, met behulp van valse signalen of een valse sleutel, en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid door zich (telkens) onbevoegd met een gebruikersnaam en/of wachtwoord voor de applicatie Meer Effectief op Straat (MEOS) en/of de/het syste(e)m(en) Basis Voorziening Informatie Integrale Bevragingen (BVI-IB) en/of de daaraan gekoppelde systemen en/of Basis Voorziening Handhaving (BVH) en/of BlueSpot en zich daarmee de toegang te verschaffen tot (delen van) servers van de politie (waarop het/de syste(e)m(en) Basis Voorziening Informatie Integrale Bevragingen (BVI IB) en/of de daaraan gekoppelde systemen en/of Basis Voorziening handhaving (BVH) en/of BlueSpot waren geplaatst) (telkens) met een ander doel dan waarvoor haar die toegang was verleend en daarmee de toegang heeft verworven tot (een deel van) een geautomatiseerd werk van een derde, te weten: de Basisregistratie Voertuigen (BRV) van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) en/of de Basisregistratie Personen (BRP) van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 138 ab, lid 3 na b en na uitstrepen art 138 ab WvSr.lid 1 na c en/of d</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>Primair</para>
      <para>hij in of omstreeks 15 mei 2017 tot en met 18 december 2019 te Woerden en/of Amersfoort, in ieder gwevla in Nederland, opzettelijk twee (2) busjes pepperspray, in elk geval enig goed, dat / die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de Nationale Politie en/of de politie eenheid Midden-Nederland, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als po1itieaxn1tenaar/medewerker [.] , in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 321 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 322 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair</para>
      <para>hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 juli 2019 tot en met 18 december 2019 te Amersfoort, in ieder geval in Nederland, twee althans een wapen(s) van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten busje(s) pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen, voorhanden heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 26 lid 1 Wet wapens en munitie</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>