<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:1137</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-31T12:00:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 19/3895</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:1137">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:1137</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-31T12:00:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:1137 Rechtbank Midden-Nederland , 08-03-2022 / UTR 19/3895</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:1137:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wlz, eiseres is overleden, geen erfgenamen die de procedure willen voortzetten, de derde belanghebbende heeft zich onttrokken. Beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:1137:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 19/3895 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 maart 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">wijlen mevrouw [eiseres]</emphasis>, in leven laatstelijk gewoond hebbende te [plaats] , eiseres</para>
      <para>(gemachtigde: mr. T.M.J. Oosterhuis-Putter),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Zilveren Kruis Zorgkantoor, verweerder</bridgehead>
    <parablock>
      <para>(gemachtigde: mr. S Gezer).<?linebreak?></para>
      <para>Verder nemen als partij aan het geding deel: </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [belanghebbende] , uit [plaats]</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. T.M.J. Oosterhuis-Putter) en </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. A.P.G. Gielen</emphasis>, in de hoedanigheid van curator van <emphasis role="bold">Dolia Thuiszorg B.V.</emphasis>, gevestigd in Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <para>1. Op 19 juli 2018 heeft verweerder het aan eiseres verleende persoonsgebonden budget (pgb) over 2017 en over januari 2018 tot en met maart 2018 ingetrokken, wat heeft geleid tot een terugvordering van totaal € 35.640,-.</para>
    <para />
    <para>2. Het bezwaar van eiseres tegen dit besluit heeft verweerder op 3 september 2019 ongegrond verklaard. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 3 september 2019.</para>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>4. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 maart 2021 via een beeldverbinding. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.</para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank heeft het onderzoek op 6 april 2021 heropend en mevrouw [belanghebbende] in haar hoedanigheid van gewaarborgde hulp in de gelegenheid gesteld om deel te nemen aan de procedure.</para>
    <para />
    <para>6. Op 28 mei 2021 heeft gemachtigde de rechtbank bericht dat eiseres is overleden. </para>
    <para />
    <para>7. Op 29 november 2021 heeft de gemachtigde van eiseres de rechtbank bericht dat de familieleden van wijlen eiseres de erfenis hebben verworpen.</para>
    <para />
    <para>8. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van hun recht om op een nadere zitting te worden gehoord. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten op 22 februari 2022.<?linebreak?></para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>9. Eiseres is overleden. De gemachtigde van eiseres heeft op 29 november 2021 een akte nalatenschap overgelegd inhoudende dat de nalatenschap van eiseres door haar familie (kinderen en kleinkinderen) is verworpen. Deze akte is op 23 juli 2021 ingeschreven in het boedelregister van deze rechtbank. Ook overigens is het de rechtbank niet gebleken dat overige erfgenamen eiseres als partij in deze procedure wensen op te volgen  en het beroep zouden willen voortzetten. </para>
    <parablock>
      <para>Verder blijkt uit de hiervoor genoemde brief van 29 november 2021 dat belanghebbende mevrouw [belanghebbende] zich wenst te onttrekken van de zaak. Uit de brieven van de gemachtigde van 18 januari 2022 en 21 januari 2022 blijkt niet dat zij daarop wenst terug te komen of dat zij zich weer als belanghebbende stelt. </para>
      <para>Ook belanghebbende mr. A.P.G. Gielen heeft op 13 december 2021 schriftelijk verklaard dat er geen belang meer bestaat bij voortzetting van deze procedure.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>10. Uit het voorgaande volgt dat het processuele belang aan de beoordeling van het beroep is komen te ontvallen. Het beroep van eiseres zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. N.R. Hoogenberk, griffier. De beslissing is uitgesproken op 8 maart 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>