<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2022:1100</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-25T15:12:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9677151 MV EXPL  22-24 PM/45352</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almere</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:1100">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:1100</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-25T07:59:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:1100 Rechtbank Midden-Nederland , 25-03-2022 / 9677151 MV EXPL  22-24 PM/45352</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2022:1100:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontruiming in kort geding toegewezen. Ernstige vervuiling, (geluids)overlast, en brandgevaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2022:1100:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Almere</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9677151 MV EXPL  22-24 PM/45352</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Kort geding vonnis van 25 maart 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING DE ALLIANTIE</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Hilversum,</para>
      <para>verder ook te noemen Alliantie,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.B. Blomberg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , in hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [onderbewindgestelde]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te gemeente [gemeente] ,</para>
      <para>verder ook te noemen [gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.J. Weldam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding, met producties, van 17 februari 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aanvullende producties 31 t/m 34 van Alliantie;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnota van Alliantie.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft via een MS Teamsverbinding plaatsgevonden. Namens Alliantie was mevrouw [A] ( [functie] ) aanwezig, vergezeld van de gemachtigde. [gedaagde] was aanwezig met zijn gemachtigde. Ook mevrouw [onderbewindgestelde] (hierna: [onderbewindgestelde] ) was erbij met een begeleider van haar tijdelijke woonplek.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil en de beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is er aan de hand?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Sinds 25 oktober 2005 huurt [onderbewindgestelde] de woning aan de [adres] in [plaatsnaam] van Alliantie. De afgelopen jaren heeft [onderbewindgestelde] de woning meermaals laten vervuilen. Ook op dit moment is de woning van [onderbewindgestelde] zeer vervuild en staat de woning vol met spullen. Daarnaast heeft [onderbewindgestelde] een brandgevaarlijke situatie laten ontstaan door op de houten ondervloer in de woonkamer vuurtjes te (laten) stoken. De woning zal eerst professioneel moeten worden gereinigd en (brand)veilig moet worden gemaakt voordat de woning weer bewoonbaar is. Bovendien is sprake geweest van ernstige geluidoverlast door [onderbewindgestelde] . De overlast bestond uit het draaien van harde muziek, (dronken) geschreeuw van de ex-vriend van [onderbewindgestelde] (hierna: [B] ) en gegil van [onderbewindgestelde] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Alliantie vordert daarom dat [gedaagde] , in hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [onderbewindgestelde] , wordt veroordeeld om de woonruimte aan de [adres] te [plaatsnaam] te ontruimen en ter algemene beschikking van Alliantie te stellen, zo nodig met behulp van de deurwaarder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter ziet in de omstandigheden die Alliantie naar voren heeft gebracht voldoende spoedeisend belang.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Voor toewijzing van een vordering in kort geding is vereist dat de aan die vordering ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden voldoende aannemelijk zijn geworden en dat het in voldoende mate waarschijnlijk is dat eenzelfde vordering ook zal worden toegewezen in een nog aanhangig te maken bodemprocedure, waarbij de rechter de bij het geding betrokken belangen van partijen moeten afwegen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tekortkoming </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de overlast in en rondom de woning van [onderbewindgestelde] niet betwist. Hij heeft aangevoerd dat niet [onderbewindgestelde] , maar [B] hieraan schuld heeft en dat die niet meer terug zal keren in de woning. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Hoewel de kantonrechter begrijpt dat (een deel van) de overlast door [B] werd veroorzaakt, is [onderbewindgestelde] daar ook verantwoordelijk voor. [onderbewindgestelde] moet ervoor zorgen dat er geen overlast wordt veroorzaakt, ook niet door inwonenden of bezoekers. Het ernstig laten vervuilen van de woning en het laten ontstaan van een brandgevaar levert voor omwonenden bovendien niet alleen overlast op maar schept ook een gevaarlijke situatie. [onderbewindgestelde] heeft zich daarmee dus niet als goed huurder gedragen; er is sprake van ernstige tekortkomingen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ontruiming</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>In beginsel kan iedere tekortkoming de ontbinding van een overeenkomst rechtvaardigen. De ernstige tekortkomingen uit het verleden kunnen niet meer ongedaan gemaakt worden. Bij de vraag of de ontbinding van een overeenkomst gerechtvaardigd is, kan ook worden meegewogen in hoeverre kan worden verwacht dat [onderbewindgestelde] in de nabije toekomst als goed huurder in de woning zou kunnen wonen. [gedaagde] heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlastsituatie vanwege het vertrek van [B] niet langer zal voortduren. Volgens [gedaagde] kan [onderbewindgestelde] , na reiniging, zelfstandig (met begeleiding) als goed huurder in de woning wonen. </para>
        <para>De kantonrechter is daar niet van overtuigd. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten dat de persoonlijke situatie van [onderbewindgestelde] momenteel dusdanig stabiel is dat dergelijke vormen van vervuiling, overlast en brandgevaar zich niet opnieuw zullen voordoen. De kantonrechter weegt mee dat [onderbewindgestelde] door de jaren heen verschillende vormen van begeleiding heeft gekregen en dat die hulp de overlast, het brandgevaar en de vervuiling van de woning niet heeft kunnen voorkomen. [onderbewindgestelde] heeft de begeleiders ook niet altijd binnengelaten en heeft zich periodes aan de zorg onttrokken. Uit de brief van [instelling] (productie 34 van Alliantie) blijkt dat de begeleiding niet heeft geleid tot aantoonbare verbetering in de zelfredzaamheid en zelfstandigheid van [onderbewindgestelde] . [gedaagde] en [onderbewindgestelde] hebben op de zitting bevestigd dat [onderbewindgestelde] in het verleden vaker last heeft gehad van verzamelwoede. De aanwezigheid van [B] zal zonder meer een negatieve invloed hebben gehad op [onderbewindgestelde] en de overlast, maar gelet op de brief van [instelling] zijn er ook zonder [B] grote zorgen over de zelfredzaamheid van [onderbewindgestelde] (zoals het innemen van medicatie, zich verschonen en voldoende en gezond eten). [onderbewindgestelde] beschikt inmiddels ook over een WLZ-indicatie en daarmee heeft zij recht op een beschermde woonvoorziening met intensieve begeleiding en verzorging.  </para>
        <para>Onder die omstandigheden kan niet van Alliantie – die al veel inspanningen heeft verricht en ook voor de veiligheid en het woongenot van haar andere huurders heeft te zorgen – worden verwacht dat zij [onderbewindgestelde] nog langer in het genot van het gehuurde laat. De kantonrechter is van oordeel dat de ernstige tekortkomingen de ontbinding van de overeenkomst in dit geval kunnen rechtvaardigen en dat een belangenafweging ook in het voordeel van de Alliantie moet uitvallen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De gevorderde ontruiming is toewijsbaar. De termijn van de ontruiming zal worden bepaald op de gebruikelijke veertien dagen na betekening van dit vonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Als [gedaagde] niet zelf tot ontruiming van de woning van [onderbewindgestelde] overgaat, kan de ontruiming zo nodig door de deurwaarder worden bewerkstelligd, conform artikel 555 en verder in verbinding met artikel 444 Rechtsvordering (Rv). In dat geval dienen de kosten voor de gerechtelijke ontruiming door [gedaagde] aan Alliantie vergoed te worden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>
        [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van Alliantie worden begroot op: </para>
      <para>- dagvaarding		€	133,57</para>
      <para>- griffierecht		€	128,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde	<emphasis role="underline">€	498,00 </emphasis></para>
      <parablock>
        <para>Totaal			€	759,57</para>
        <para>De gevorderde nakosten zijn ook toewijsbaar en zullen onder de beslissing worden begroot. De wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten zal als hierna vermeld worden toegewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter, rechtdoende in kort geding: </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] , in hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [onderbewindgestelde] , de woonruimte aan de [adres] ( [postcode] ) in [plaatsnaam] met aan- en toebehoren, dus met inbegrip van de eventueel bij de woning behorende berging en tuin, met al het hare binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en de woning met aan- en toebehoren ter vrije beschikking van Alliantie te stellen, onder afgifte van de sleutels, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder kan worden bewerkstelligd;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] , in hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [onderbewindgestelde] , indien hij niet vrijwillig aan de hiervoor gegeven veroordeling voldoet en Alliantie de ontruiming zelf bewerkstelligt door inschakeling van een gerechtsdeurwaarder, aan Alliantie de kosten van de ontruiming te voldoen op vertoning van en conform de specificatie van de kosten in het proces-verbaal van ontruiming; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] , in hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [onderbewindgestelde] , tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Alliantie, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 759,57, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] , in hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [onderbewindgestelde] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door Alliantie volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>€ 124,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de voldoening,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de voldoening;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. K.G.F. van der Kraats, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2022.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>