<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:74</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-25T14:30:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-01-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 20/1023</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:74">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:74</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-25T14:27:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:74 Rechtbank Midden-Nederland , 15-01-2021 / UTR 20/1023</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:74:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenuitspraak. De beschoeiingen, tuinvlonders en steigers passen binnen de bestemming Wonen. Het deel van de beschoeiingen wat binnen de bestemming Water valt is in strijd met het bestemmingsplan. Dat heeft het college niet onderkend. Bestuurlijke lus.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:74:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 20/1023 T</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 januari 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] uit [woonplaats] , eiser</title>
    <para>(gemachtigde: R. Scholten),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen</emphasis>, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: E. Schaap Enterman - Drent).<?linebreak?></para>
      <para>Als derde-partij neemt aan het geding deel: <emphasis role="bold">[vastgoedontwikkelaar]</emphasis>, gevestigd te [plaats]</para>
      <para>(gemachtigde: H. Filipsen).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. [vastgoedontwikkelaar] (vergunninghouder) bouwt aan de [adres] in [plaats] 9 woningen. Daarvoor heeft het college in 2015 een omgevingsvergunning verleend. Vergunninghouder heeft nu bij het college een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd voor de aanleg van beschoeiing, tuinvlonders en steigers bij de woningen. </para>
    <para />
    <para>2. Het college heeft in het besluit van 8 augustus 2019 de omgevingsvergunning verleend. Eiser heeft als omwonende bezwaar gemaakt tegen dat besluit. In de beslissing op bezwaar van 28 januari 2020 heeft het college zijn bezwaar ongegrond verklaard. Eiser is in beroep gegaan tegen die beslissing op bezwaar.</para>
    <para />
    <para>3. Het beroep is behandeld op de zitting van 4 december 2020. Eiser was daarbij aanwezig, samen met zijn gemachtigde. Ook een buurman van eiser, [A] , was aanwezig. Het college en vergunninghouder zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigden.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>4. Op het bouwplan is het bestemmingsplan Kom Vinkeveen van toepassing. Op de zitting is besproken en door partijen erkend dat het bouwplan bijna helemaal binnen de bestemming Wonen valt. Alleen een deel van de beschoeiing aan de zuidkant van [adres] valt binnen de bestemming Water.</para>
    <para />
    <para>5. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de beschoeiingen, tuinvlonders en steigers in overeenstemming met de planregels voor de bestemming Wonen. De beschoeiing aan de zuidkant van [adres] met de bestemming Water mag niet vergunningvrij gebouwd worden en is niet in overeenstemming met de planregels. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot deze conclusie is gekomen en welke gevolgen dat heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beschoeiing, tuinvlonders en steigers binnen de bestemming Wonen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Eiser voert aan dat het college ten onrechte heeft aangenomen dat het bouwplan in overeenstemming is met de planregels voor de bestemming Wonen. Met de vergunning uit 2015 is de bouw en het gebruik van 9 woningen op het perceel toegestaan. Maar bij het toetsen van nieuwe aanvragen geldt het bestemmingsplan als toetsingskader. Volgens eiser staat het bestemmingsplan maar één woning toe, met een daarbij horend erf of tuin. Omdat de tuinvlonders en steigers duidelijk bedoeld zijn voor 9 woningen zijn die in strijd met de planregels. Beschoeiingen vallen volgens eiser niet binnen de bestemmingsomschrijving. Omdat het bouwplan niet binnen het bestemmingsplan past, had het getoetst moeten worden aan het afwijkingsbeleid van de gemeente en hadden de belangen van eiser en de andere omwonenden meegewogen moeten worden.</para>
    <para />
    <para>7. Naar het oordeel van de rechtbank is het bouwplan wel in overeenstemming met de planregels voor de bestemming Wonen. In de planregels staat niet dat er maar één woning gebouwd mag worden. In de bestemmingsomschrijving staat dat de gronden bestemd zijn voor onder meer ‘het wonen in de vorm van (half-)vrijstaande, aaneengebouwde en gestapelde woningen inclusief bijgebouwen’, met daarbij behorende erven en tuinen. Op de plankaart staat één bouwvlak ingetekend, maar de bouwregels sluiten niet uit dat er meerdere woningen gebouwd worden. De bijbehorende tuinen of erven zijn dus ook niet beperkt tot één woning. Met de vergunning uit 2015 is de bouw van 9 woningen, voor het merendeel buiten het bouwvlak, toegestaan. Dat de tuinvlonders en steigers feitelijk gebruikt zullen worden voor die 9 woningen is niet in strijd met het bestemmingsplan. In de bouwregels is ook geen maximaal oppervlak gegeven voor ‘bouwwerken, geen gebouw zijnde’. De beschoeiingen maken onderdeel uit van de erven en tuinen en vallen daarom onder de bestemmingsomschrijving. Van strijd met het bestemmingsplan is dus geen sprake.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beschoeiing binnen de bestemming Water</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Eiser voert aan dat de beschoeiing aan de zuidkant van [adres] niet in overeenstemming is met de planregels voor de bestemming Water. Volgens eiser is de beschoeiing in strijd met de bestemmingsomschrijving en de bouwregels.</para>
    <para />
    <para>9. De beschoeiing is een bouwwerk, geen gebouw zijde, dat niet vergunningvrij gebouwd kan worden. Uit de detailtekening bij de omgevingsvergunning blijkt namelijk dat het hoogteverschil dat overbrugd wordt tussen de waterkant en de waterbodem groter is dan 1 meter, de maximale hoogte uit artikel 2, dertiende lid, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor).</para>
    <para />
    <para>10. Het college heeft de beschoeiing getoetst aan de planregels voor de bestemming Wonen. Op de zitting is vastgesteld en door het college erkend dat de beschoeiing aan de zuidkant van [adres] binnen de bestemming Water valt. Naar het oordeel van de rechtbank is de beschoeiing in strijd met de planregels voor de bestemming Water. Beschoeiing van een tuin past niet binnen de bestemmingsomschrijving. Door het college is in de beslissing op bezwaar niet onderkend dat dit deel van de beschoeiing in strijd is met het bestemmingsplan. Daardoor is ten onrechte niet getoetst aan de vereisten voor gebruik in strijd met het bestemmingsplan en heeft er geen belangenafweging plaatsgevonden. De beslissing op bezwaar is op dat punt onzorgvuldig voorbereid en gemotiveerd. De beroepsgrond slaagt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Gevolgen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>11. De rechtbank ziet aanleiding om het college in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen. Herstellen kan met een aanvullende motivering of voor zover nodig met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met intrekking van de huidige beslissing op bezwaar. De afwijkingsmogelijkheden uit artikel 4 van bijlage II bij het Bor bieden een mogelijke grondslag voor herstel van het gebrek. Het college moet afwegen of het van die mogelijkheid gebruik wil maken. Daarbij moet ook een afweging van belangen plaatsvinden. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het college het gebrek kan herstellen op acht weken na verzending van deze tussenuitspraak.</para>
    <para />
    <para>12. Het college moet zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of het gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als het college gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiser in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het college. In beginsel, ook in de situatie dat het college de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.</para>
    <para />
    <para>13. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- draagt het college op binnen twee weken aan de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid om het gebrek te herstellen;</para>
    <para>- stelt het college in de gelegenheid om binnen acht weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak; </para>
    <para>- houdt iedere verdere beslissing aan.<?linebreak?></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. M. van der Knijff, griffier. De beslissing is gedaan op 15 januari 2021 en wordt openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>Nog geen hoger beroep mogelijk</title>
    <para>Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>