<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:730</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-09T08:12:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-02-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/516272 / JE RK 21-136</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:730">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:730</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-09T08:12:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:730 Rechtbank Midden-Nederland , 11-02-2021 / C/16/516272 / JE RK 21-136</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:730:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedeeltelijke gezagsuitoefening aanmelding onderwijsinstelling (artikel 1:265 e, lid 1, sub a BW). Problemen met de financiering van het leerlingenvervoer zijn onvoldoende reden om kind van school te laten wisselen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:730:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familierecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaakgegevens: C/16/516272 / JE RK 21-136</para>
      <para>
        <?linebreak?>Datum uitspraak: 11 februari 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking gedeeltelijke gezagsbelasting</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samen Veilig Midden-Nederland</emphasis>, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI),</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam van minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [belanghebbende 1] , hierna te noemen de vader,</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [belanghebbende 2] , hierna te noemen de moeder,</bridgehead>
    <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para>- het verzoek met bijlagen van de GI van 21 januari 2021, ingekomen bij de griffie op <?linebreak?>25 januari 2021.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 11 februari 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn:</para>
    </parablock>
    <para>- de vader (telefonisch),<?linebreak?>- de heer [A] , namens de GI.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel behoorlijk opgeroepen is de moeder niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten<?linebreak?></title>
    <para>Het ouderlijk gezag over [voornaam van minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 8 januari 2021 is de ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige] verlengd tot <?linebreak?>7 december 2021. De kinderrechter heeft bij beschikking van 8 januari 2021 ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] in een accommodatie zorgaanbieder 24-uurs verlengd en aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing in een gezinshuis verleend tot </para>
      <para>7 december 2021. [voornaam van minderjarige] verblijft inmiddels in een gezinshuis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De GI verzoekt te bepalen dat het gezag over [voornaam van minderjarige] wordt uitgeoefend door de GI met betrekking tot de aanmelding bij een onderwijsinstelling. <?linebreak?></para>
      <para>De GI legt aan het verzoek ten grondslag dat de GI gezocht heeft naar een passende, perspectiefbiedende vervolgplek voor [voornaam van minderjarige] . Er is moeite gedaan om een plek te vinden in de regio van voorkeur van de ouders en waar [voornaam van minderjarige] op haar huidige school in [plaatsnaam 1] zou kunnen blijven. Helaas was er geen plek te vinden in de regio van Utrecht. Vervolgens heeft de GI de passende plek gevonden in de vorm van een gezinshuis bij [naam organisatie] in [plaatsnaam 2] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De GI gunt [voornaam van minderjarige] om haar basisschooltijd op haar huidige school af te sluiten. Maar vanuit het gezinshuis zou [voornaam van minderjarige] echter een uur heen en een uur terug moeten, waarbij het niet gelukt is om het vervoer te financieren. In [plaatsnaam 2] is een basisschool gevonden voor [voornaam van minderjarige] . De overplaatsing naar de nieuwe basisschool past bij de nieuwe woonomgeving van [voornaam van minderjarige] . De GI vindt dat een overplaatsing naar de nieuwe basisschool in het belang van [voornaam van minderjarige] is. Zo kan zij kennismaken met haar nieuwe klasgenoten, waarbij een deel van die klasgenoten net als [voornaam van minderjarige] na de zomervakantie naar de middelbare school zal gaan en de mogelijk opgebouwde vriendschappen behouden kunnen blijven.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>De standpunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader is het niet eens met het verzoek. Hij had graag gezien dat [voornaam van minderjarige] zou doorstromen naar een vervolgplek in de regio zodat zij op haar huidige school zou kunnen blijven. Volgens de vader is vorig jaar met alle betrokkenen afgesproken dat [voornaam van minderjarige] de basisschooltijd in [plaatsnaam 1] zou afsluiten. Voor [voornaam van minderjarige] is het een hele omschakeling. Daar komt bij dat [voornaam van minderjarige] het goed kan vinden met haar huidige leerkrachten van groep 8. Bovendien vindt de vader dat het vervoer geen probleem kan zijn, omdat [voornaam van minderjarige] vanuit [plaatsnaam 3] ook naar haar school in [plaatsnaam 1] vervoerd werd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het standpunt van de moeder is onbekend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter wijst het verzoek van de GI af. Hieronder legt de kinderrechter uit waarom zij deze beslissing neemt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter kan op grond van artikel 1:265e, eerste lid, sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW), bij of na verlening van een machtiging tot uithuisplaatsing bepalen dat het gezag gedeeltelijk wordt uitgeoefend door de GI voor de aanmelding van een minderjarige bij een onderwijsinstelling, voor zover dit noodzakelijk is in verband met de uitvoering van de ondertoezichtstelling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter vindt dat het belang van [voornaam van minderjarige] om op haar vertrouwde basisschool groep 8 af te ronden heel zwaar weegt. Iedereen weet dat dat een bijzonder jaar is voor kinderen. <?linebreak?>Het is fijn voor kinderen om samen met de vertrouwde klas afscheid te kunnen nemen van het basisonderwijs. Daarnaast moet een schooladvies worden gegeven. De GI lijkt dit belang van [voornaam van minderjarige] niet te hebben meegewogen. De GI heeft aan de kinderrechter geen informatie gegeven van de huidige school in [plaatsnaam 1] over hoe het voor [voornaam van minderjarige] zou zijn om afscheid te moeten nemen. De vader heeft verteld dat vorig jaar is afgesproken dat [voornaam van minderjarige] in [plaatsnaam 1] haar school zal afmaken. De GI heeft dat niet betwist. Daarbij past ook dat de GI kennelijk eerst heeft geprobeerd om vervoer van [plaatsnaam 2] naar [plaatsnaam 1] te regelen. De GI schrijft immers in het verzoekschrift dat het helaas niet lukt om de financiering voor het vervoer rond te krijgen. Dat het niet lukt, betekent dus dat het is geprobeerd, waaruit de kinderrechter afleidt dat het ook de voorkeur van de GI had dat [voornaam van minderjarige] de basisschool in [plaatsnaam 1] zou afmaken. Al met al lijkt het erop dat het probleem om het vervoer te regelen doorslaggevend is geweest voor het verzoek van de GI. Vervolgens wordt er in het verzoekschrift wel op een aantal voordelen gewezen, maar een afweging van de voor- en nadelen heeft de GI niet gemaakt. De kinderrechter maakt die afweging wel. De conclusie daarvan is dat voor [voornaam van minderjarige] de voordelen om in [plaatsnaam 1] op school te blijven zwaarder wegen dan de nadelen. Het probleem rondom het vervoer zal dan op een andere manier moeten worden opgelost. [plaatsnaam 2] is weliswaar iets verder van [plaatsnaam 1] dan [plaatsnaam 3] , maar niet zoveel verder dat dit voor die paar maanden onoverkomelijk is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tenslotte merkt de kinderrechter op dat zij het opvallend vindt dat de GI op deze beslissing vooruit is gelopen door [voornaam van minderjarige] al een week thuis te houden van school en al een afscheidsmoment te plannen. De GI wijst wel op het belang van een warme overdracht, maar lijkt dit niet in de praktijk te brengen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De kinderrechter wijst het verzoek van de GI af.</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2021 door mr. I.L. Rijnbout, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D.B.T. Koster als griffier.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
              <para>-	door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>-	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof<?linebreak?>Arnhem-Leeuwarden </para>
              <para />
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 22 februari 2021 en ondertekend door de kinderrechter en mr. D. Dijs als griffier</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>