<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:6970</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-27T10:59:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/264342-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:6970">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:6970</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-27T10:59:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:6970 Rechtbank Midden-Nederland , 07-09-2021 / 16/264342-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:6970:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor poging tot doodslag door harde trappen tegen het hoofd. Vol opzet bewezen verklaard. Straf: GEV van 14 maanden en TBS met voorwaarden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:6970:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/264342-20 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 7 september 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] (Somalië),</para>
      <para>niet ingeschreven in de Basisregistratie personen,</para>
      <para>thans preventief gedetineerd in de [verblijfplaats] te [plaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2021. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. A.B.M. Nohl, advocaat te Den Haag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als deskundige was ter terechtzitting aanwezig mevrouw M.W.H. Slangen, reclasseringswerker te Den Bosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Benadeelde partij [slachtoffer] en zijn raadsvrouw, mr. D.A.J. Spierings, waren eveneens ter terechtzitting aanwezig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie <?linebreak?>mr. W.B. Gaasbeek en van wat verdachte, zijn raadsvrouw, de deskundige en de raadsvrouw van de benadeelde partij naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>zich op 19 oktober 2020 te Amersfoort schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag op [slachtoffer] , door hem meermalen met kracht tegen het hoofd te trappen en te slaan en meermalen op zijn hoofd te stampen en te springen. </para>
      <para>Deze handelingen zijn subsidiair ten laste gelegd als poging tot zware mishandeling en meer subsidiair als mishandeling; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>op 19 oktober 2020 te Amersfoort [aangever 1] heeft beledigd, door haar in of tegen het gezicht te spugen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>op 19 oktober 2020 te Amersfoort [aangever 2] heeft beledigd, door haar in of tegen het gezicht te spugen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van alle ten laste gelegde feiten, vanwege gebrek aan bewijs. </para>
        <para>Met betrekking tot het onder feit 1 ten laste gelegde heeft zij hiertoe aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte opzet had, ook niet in voorwaardelijke zin, om de aangever te doden of (zwaar) lichamelijk letsel toe te brengen. Verdachte ontkent het slachtoffer met geschoeide voet tegen het hoofd te hebben geschopt. Maar zelfs als dit wel zou zijn gebeurd, is niet aannemelijk geworden dat dit schoppen met zodanige kracht was, dat het tot de dood van aangever had kunnen leiden of dat aangever (zwaar) lichamelijk letsel had kunnen oplopen. Voorts vraagt de verdediging de rechtbank uiterst behoedzaam om te gaan met de getuigenverklaringen, nu deze discrepanties bevatten. </para>
        <para>Met betrekking tot feit 2 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat het opzet ontbreekt. </para>
        <para>Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat het opzet niet kan worden bewezen, nu er geen steunbewijs is voor de verklaring van aangeefster.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De bewijsmiddelen</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_06f828d9-dbf5-40d4-8df8-d0769243dae5" />
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Aangever [slachtoffer] heeft onder meer het volgende verklaard:</emphasis>
          </para>
          <para>Maandag 19 oktober 2020, tussen 17.00 en 18.00 uur, ben ik naar het [locatie] in Amersfoort gegaan. Ik zag een man op de fiets mij tegemoet komen rijden.<footnote-ref linkend="_599f1126-1b81-463c-8959-6c4c3035770a" /><?linebreak?>Ik zag dat de man plotseling van zijn fiets afsprong en naar mij toe kwam. Ik zag en voelde dat de man mij met zijn beide vuisten begon te slaan. Ik heb geprobeerd de man van mij af te duwen. Ik draaide mij om en wilde weglopen.<?linebreak?>Plotseling voelde ik een harde klap op mijn hoofd. Door deze klap ben ik buiten bewustzijn geraakt en op de grond gevallen.<?linebreak?>Toen ik weer bij kwam, zag ik dat de ambulance-medewerkers naast mij stonden. Ik werd meegenomen naar het ziekenhuis voor onderzoek. Ik heb de volgende verwondingen overgehouden:<?linebreak?>- gescheurde onderlip<?linebreak?>- 2 voortanden afgebroken<?linebreak?>- veel pijn aan de rechterkaak<?linebreak?>- blauwe plekken ter hoogte van mijn linkerslaap, naast mijn oog<?linebreak?>- pijnlijke neus.<footnote-ref linkend="_e180233f-1564-4eab-b68c-0c37e433c9f7" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Getuige [getuige 1] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard:</emphasis>
          </para>
          <para>Op maandag 19 oktober 2020 omstreeks 17.30 uur kwam ik de supermarkt aan het [locatie] te Amersfoort uit. Ik zag twee mannen vechten. Ik zag dat de mannen er als volgt uitzagen:<?linebreak?>- donkergetinte man.<?linebreak?>- gekleed in rode bovenkleding.<?linebreak?>Deze man noem ik verder in de verklaring “verdachte”.<?linebreak?>De ander zag er als volgt uit:<?linebreak?>- donkergetinte man.<?linebreak?>- gekleed in zwart/witte bovenkleding.<footnote-ref linkend="_bab8a400-fe3a-41a6-8a4e-1cfdf9e16785" /><?linebreak?>Deze noem ik verder in de verklaring “slachtoffer”.<?linebreak?>Ik zag dat het slachtoffer van de verdachte wegliep. Ik zag dat de verdachte het slachtoffer met een vuistslag knock-out sloeg. Ik zag dat het slachtoffer op de grond terechtkwam. Ik zag dat de verdachte het slachtoffer meerdere malen tegen zijn hoofd en lichaam aanschopte. Het was alsof hij een bal trapte.<footnote-ref linkend="_35f77147-83d8-4b5e-a331-3d399cc73525" /><?linebreak?></para>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Op vragen van de rechter-commissaris heeft getuige [getuige 1] onder meer het volgende verklaard:</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Was het meer dan een keer schoppen?</emphasis>
            <?linebreak?>Ja, het was meer dan twee keer. Hij bleef maar schoppen, totdat mensen begonnen te roepen.<?linebreak?><emphasis role="italic">Hoe ging het schoppen in zijn werk? Hoe vond u het eruit zien?</emphasis><?linebreak?>Hij schopte in zijn gezicht. <emphasis role="italic">De getuige maakt een stampbeweging met zijn voet</emphasis>. Het zag er dus uit als stampen.<footnote-ref linkend="_7563ebe3-302d-49f8-9260-94637e98b3cb" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Getuige [getuige 2] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard:</emphasis>
          </para>
          <para>Maandag 19 oktober 2020, omstreeks 17.30 uur, zag ik dat er twee mannen mijn richting op kwamen gerend. Ik kan de mannen als volgt omschrijven:<?linebreak?>Man 1 (hierna te noemen: slachtoffer): donkere huidskleur, donker gekleed<?linebreak?>Man 2 (hierna te noemen: verdachte): donkere huidskleur<footnote-ref linkend="_0ebe3091-147c-4a2f-8429-ba9b8b886ad9" />, bordeauxrode trui.  <?linebreak?>Ik zag dat de verdachte achter het slachtoffer aanrende. Ik zag dat de verdachte vol met zijn vuist uithaalde en het slachtoffer op zijn gezicht raakte. De verdachte deed dit met een krachtige maaiende beweging. Ik zag dat het slachtoffer direct naar achter op de grond viel. Ik zag dat het slachtoffer op zijn rug bleef liggen. Ik zag dat de verdachte met zijn vuisten op het hoofd van het slachtoffer ging slaan. Ik zag dat het slachtoffer niks deed om zich te verdedigen.<?linebreak?>Ik zag vervolgens dat de verdachte met zijn voet op het hoofd van het slachtoffer begon te trappen. Ik zag dat de verdachte echt met kracht trapte. Het leek alsof de verdachte een plank door midden probeerde te trappen. De verdachte hield niet in met zijn trappen.<?linebreak?>Ik ben vervolgens uitgestapt en riep dat ze moesten ophouden.<footnote-ref linkend="_2b1b0d7c-d34c-4f85-9171-642ef7c6c34d" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Op vragen van de rechter-commissaris heeft getuige [getuige 2] onder meer het volgende verklaard:</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Heeft u enig idee hoe vaak die ene meneer die andere meneer heeft geslagen en geschopt?</emphasis>
            <?linebreak?>Ik denk drie/vier keer slaan en drie keer schoppen<?linebreak?><emphasis role="italic">Kunt u het schoppen omschrijven, wat preciezer aangeven hoe dat ging?</emphasis><?linebreak?>Harder kon hij niet schoppen. Hij gebruikte al zijn kracht ervoor. Hij deed het met 1 voet en het was stampen.<footnote-ref linkend="_74a52db6-e788-48b2-a04b-3bd16b0cca98" /><?linebreak?></para>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Verbalisant [verbalisant] heeft onder meer het volgende gerelateerd:</emphasis>
          </para>
          <para>Op maandag 19 oktober 2020 omstreeks 17:30 uur kregen wij een melding van een vechtpartij op het [locatie] in Amersfoort. Ter plaatse zag ik een man op de grond zitten. Ik kan de man als volgt omschrijven; </para>
          <para>-Donkere huidskleur, </para>
          <para>-Bordeaux-rode sweater, </para>
          <para>Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] in Somalie.<footnote-ref linkend="_4c9c3fcc-0157-43ac-8811-630ed58db977" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Aangever [aangever 1] heeft onder meer het volgende verklaard:</emphasis>
          </para>
          <para>Op maandag 19 oktober 2020 omstreeks 17:30 uur fietste ik op de [straat] in<?linebreak?>Amersfoort. Ik zag een persoon mij tegemoet fietsen. Hij viel mij niet speciaal op, totdat ik zag en voelde, toen hij langs mij fietste, dat hij mij recht in mijn gezicht spuugde. Ik keek om, hij keek om. Ik zag toen dat deze persoon een smile op zijn gezicht had.<footnote-ref linkend="_fa064b82-d3bb-49cc-98b7-d1e6ceb07326" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Verbalisant [verbalisant] heeft onder meer het volgende gerelateerd:</emphasis>
          </para>
          <para>Op maandag 19 oktober 2020 omstreeks 17.35 uur werd ik op het [locatie] te Amersfoort aangesproken door een vrouw die mij opgaf te zijn genaamd: [aangever 1] . Zij deelde mij in het kort het volgende mede: “Ik fietste zojuist over de [straat] te Amersfoort. Ik zag en voelde toen een man met een rood jack of bodywarmer mij vol links in het gezicht spuugde”.<?linebreak?>Ik vroeg haar wie haar bespuugd had. Ik zag dat zij hierop verklaarde: “Hij, die donker getinte man met de rode jas bij, die bij uw collega’s staat”. Ik zag dat zij hierbij de later aangehouden verdachte [verdachte] aanwees..<footnote-ref linkend="_9745d1cc-be5f-40bf-8a51-ab7478161bb9" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Verdachte heeft bij de rechter-commissaris onder meer het volgende verklaard:</emphasis>
          </para>
          <para>Ik heb iemand geraakt toen ik spuugde naar links. Ik had oordopjes in, ik fietste hard. Toen heb ik dus tegen een vrouw aan gespuugd.<footnote-ref linkend="_6f3f84ba-d0c2-497c-a3d3-8d8c6598397a" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 3</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Aangever [aangever 2] heeft onder meer het volgende verklaard:</emphasis>
          </para>
          <para>Op dinsdag 19 oktober 2020, omstreeks 17.30 uur liep ik op de [straat] te Amersfoort. Ik zag een man aan komen fietsen. Ik kan deze man als volgt omschrijven:<?linebreak?>- donker getinte huid<?linebreak?>- bordeaux-rode jas. <?linebreak?>Op het moment dat de man mij passeerde, zag en voelde ik dat de man mij bespuugde. Ik voelde dat de spuug op mijn rechterwang terecht kwam.<footnote-ref linkend="_bb12d5f0-144f-4251-a00b-b65e56e9b26f" /><?linebreak?>Ik ben teruggerend naar [winkel] . Ik kreeg een tissue om mijn gezicht af te vegen. </para>
          <para>Ik keek om in de richting van de containers. Ik zag dat de man die mij bespuugd had, </para>
          <para>in gevecht was. Ik zag dat de man die mij bespuugd had, trappende bewegingen maakte in de richting van de bovenkant/hoofd van de man die tussen de containers lag.<footnote-ref linkend="_38dcd200-1f97-4701-80aa-205c9e264e3a" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Verbalisant [verbalisant] heeft onder meer het volgende gerelateerd:</emphasis>
          </para>
          <para>Op maandag 19 oktober 2020 is aangifte gedaan van zware mishandeling. Het feit is gedeeltelijk vastgelegd door de beveiligingscamera’s van de winkel [winkel] , gevestigd aan het [adres] te [plaats] . Hieronder treft u een weergave van de beeldopnamen.<footnote-ref linkend="_a74bf223-a58f-40cc-ba16-c4a08a712015" /><?linebreak?>- Het incident tussen verdachte en slachtoffer speelt zich rechts boven in beeld af. De steward wordt aangesproken door een passant en wijst in de richting van het incident.<?linebreak?>- De steward geeft een tissue aan de vrouw rechts in beeld <emphasis role="italic">(de rechtbank begrijpt: [aangever 2] )</emphasis>. <footnote-ref linkend="_a5b343ca-8f55-4eb6-b0f6-0aa4dc7d2951" /><?linebreak?>- De vrouw veegt haar gezicht af met de tissue.<footnote-ref linkend="_676271b8-e081-4333-a2e5-213872944462" /></para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Bewijsoverwegingen</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gelet op de redengevende feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals onder rubriek 5 zal worden weergegeven. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Opzet op doodslag</emphasis>
          </para>
          <para>Op basis van de ten aanzien van feit 1 genoemde bewijsmiddelen staat voor de rechtbank vast dat verdachte meerdere malen met geschoeide voet en met veel kracht tegen het hoofd van het slachtoffer, [slachtoffer] , heeft getrapt en gestampt, terwijl deze bewusteloos op de grond lag. </para>
          <para>Het is een feit van algemene bekendheid dat het hoofd een zeer kwetsbaar lichaamsdeel is, en dat harde trappen tegen het hoofd kunnen leiden tot dodelijke hersenschade. Dat geldt in het bijzonder voor de slaap, waar eveneens letsel is geconstateerd. Omdat het slachtoffer bewusteloos op de grond lag, kon hij bovendien niet meer anticiperen op deze trappen door zich bijvoorbeeld af te wenden of zijn gezicht te beschermen. Verder is verdachte pas gestopt met trappen tegen het hoofd van het slachtoffer toen geschokte omstanders ingrepen. De hevigheid van het trappen en stampen blijkt uit de manier waarop de getuigen dit hebben beschreven.</para>
          <para>De rechtbank is dan ook van oordeel dat deze gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm moeten worden aangemerkt als zo zeer gericht op het toebrengen van dodelijk letsel, dat zij – bij het ontbreken van contra-indicaties – bewezen acht dat verdachtes opzet hier ten volle op was gericht. </para>
          <para>De rechtbank acht de andersluidende verklaring van de verdachte, die er in de kern op neerkomt dat het slachtoffer hem als eerste aanviel en hij hem niet in het gezicht heeft getrapt, niet geloofwaardig, omdat deze strijdig is met de gebezigde bewijsmiddelen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Opzet op belediging</emphasis>
          </para>
          <para>Op basis van de ten aanzien van feit 2 en 3 genoemde bewijsmiddelen staat voor de rechtbank vast dat verdachte bewust en gericht heeft gespuugd in of tegen het gezicht van de aangeefsters. Er zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden die leiden tot de conclusie dat het speeksel van verdachte de gezichten van beide aangeefster toevallig heeft geraakt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte opzet heeft gehad op de belediging van beide aangeefsters.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">1</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 19 oktober 2020 te Amersfoort ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- meermalen die [slachtoffer] met kracht tegen het hoofd heeft geschopt, getrapt, gestompt en geslagen, en</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- meermalen op het hoofd van die [slachtoffer] heeft gestampt,</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">2</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 19 oktober 2020 te Amersfoort opzettelijk [aangever 1] heeft beledigd, door die [aangever 1] in het gezicht te spugen;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">3</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 19 oktober 2020 te Amersfoort opzettelijk [aangever 2] heeft beledigd, door die [aangever 2] tegen het gezicht te spugen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">poging tot doodslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">eenvoudige belediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">eenvoudige belediging.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ten aanzien van de toerekenbaarheid aan verdachte</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Over verdachte zijn de volgende rapporten opgemaakt:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een NIFP-rapport van 10 februari 2021, opgemaakt door drs. T. Stoel, GZ-psycholoog, onder supervisie van drs. M.G.H. van Willigenburg, klinisch psycholoog;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een NIFP-rapport van 2 april 2021, opgemaakt door D.F. van Rappard, arts in opleiding tot specialist, onder supervisie van C.A.M. van der Meijs, psychiater.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze deskundigen concluderen dat verdachte lijdt aan schizofrenie en zwakbegaafdheid. De psychiatrisch rapporteurs constateren bij verdachte daarnaast een stoornis in het gebruik van cannabis. De psychologisch rapporteurs constateren bij verdachte bovendien kenmerken van een autismespectrumstoornis. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De psychologisch rapporteurs hebben, bij de beantwoording van de vraag of het ten laste gelegde aan verdachte kan worden toegerekend, opgemerkt dat er ten tijde van het ten laste gelegde sprake was van een psychotisch toestandsbeeld bij verdachte. Verdachte was als gevolg van een gestoorde realiteitstoetsing, onvermogen tot logisch redeneren en een verzwakte impulscontrole niet meer in staat om zijn gedrag te sturen en op de realiteit gebaseerde keuzes te maken. Verdachte was daardoor in hoge mate beperkt in de controle over zijn handelen. De tenlastegelegde feiten kunnen verdachte om deze reden, naar het oordeel van de psychologisch rapporteurs, niet worden toegerekend.<?linebreak?>De psychiatrisch rapporteurs hebben, bij de beantwoording van de vraag of het ten laste gelegde aan verdachte kan worden toegerekend, opgemerkt dat het aannemelijk is dat er bij verdachte ten tijde van het ten laste gelegde sprake was van een psychotische decompensatie in het kader van zijn schizofrenie. Naar het oordeel van de psychiatrisch rapporteurs is er echter te weinig zicht op de inhoud van de psychotische belevingen van verdachte ten tijde van het tenlastegelegde om te kunnen zeggen dat verdachte hier volledig naar handelde. Zo is het voor hen niet geheel duidelijk of verdachte vanuit een opdracht door akoestische hallucinaties of paranoïde wanen handelde, en in hoeverre zijn realiteitstoetsing verminderd was. De psychiatrisch rapporteurs adviseren de rechtbank daarom om verdachte het ten laste gelegde verminderd toe te rekenen.<?linebreak?></para>
        <para>De rechtbank is, op basis van bovenstaande rapporten gelezen in samenhang met de overige inhoud van het dossier, van oordeel dat het bewezenverklaarde in verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. </para>
        <para>Uit het dossier blijkt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegde volledig werd geleid door waanideeën als gevolg van een psychose. Verdachte heeft bij de politie, de rechter-commissaris, de rechtbank en de rapporteurs consistent verklaard dat de ruzie ontstond doordat de aangever hem boos aankeek, en dat het om een miscommunicatie ging, waarbij hij zijn emoties niet onder controle had en het uit de hand is gelopen. Zowel bij de politie als bij de rechtbank heeft verdachte verklaard dat hij die ochtend gefrustreerd was, omdat hij ruzie had gemaakt met zijn moeder. Bij deze verhoren, maar ook bij de rapporterende psycholoog en psychiater, geeft hij er geen blijk van dat het conflict met de aangever ontstond als gevolg van een waanidee of (akoestische) hallucinatie. Bij de reclassering heeft verdachte verklaard dat hij ten tijde van het ten laste gelegde wel kenmerken van een psychose vertoonde, maar dat het gevoel anders was dan tijdens zijn eerdere psychoses. Toen was er volgens hem meer sprake van waanideeën en paranoïde gedachten. Ten tijde van het ten laste gelegde was dat niet het geval, aldus verdachte. Hij noemt zijn toestand ten tijde van het ten laste gelegde eerder depressief dan psychotisch: hij voelde zich gewoon slecht en “reageerde zich af op de wereld”, hetgeen verdachte ook desgevraagd ter zitting heeft bevestigd. </para>
        <para>Gelet op het bovenstaande sluit de rechtbank zich aan bij de conclusie van de psychiatrisch rapporteurs, en rekent verdachte het ten laste gelegde in verminderde mate aan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ten aanzien van (extensief) noodweerexces</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte niet strafbaar is, omdat hij zijn handelingen heeft gepleegd in het kader van extensief noodweerexces. De handelingen van verdachte zijn immers het gevolg geweest van een heftige gemoedsbeweging, die is veroorzaakt door een wederrechtelijke aanranding door de aangever. Verdachte heeft verklaard dat hij als eerste is geslagen en er zijn aanwijzingen dat de aangever de fiets van verdachte naar hem heeft gegooid. Dat bepaalde handelingen van verdachte mogelijk zijn begaan nadat de noodweersituatie al was geëindigd, doet daar niet aan af, aldus de raadsvrouw. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank verwerpt het beroep op (extensief) noodweerexces en overweegt daartoe als volgt. Uit het dossier blijkt niet dat sprake is geweest van een wederrechtelijke aanranding van verdachte door de aangever. Verdachte heeft zelf verklaard dat hij het is geweest die de confrontatie met de aangever heeft gezocht, omdat deze hem boos zou hebben aangekeken. Er is daarom geen sprake geweest van een noodweersituatie, waardoor het beroep op (extensief) noodweerexces niet kan slagen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank concludeert dat verdachte strafbaar is, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid geheel uitsluit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot:</para>
      </parablock>
      <para>- een gevangenisstraf van 3 jaar, met aftrek van het voorarrest;</para>
      <para>- het opleggen van de maatregel terbeschikkingstelling en verpleging van overheidswege (hierna: de maatregel TBS met dwangverpleging).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft primair verzocht om bij een bewezenverklaring te volstaan met een gevangenisstraf die gelijk is aan het voorarrest. Subsidiair heeft zij verzocht om daarnaast een voorwaardelijk deel op te leggen, met als bijzondere voorwaarde een opname in een behandelkliniek. Meer subsidiair heeft zij verzocht de maatregel TBS met voorwaarden op te leggen, zoals door de NIFP-rapporteurs en de reclassering is geadviseerd.</para>
        <para>Ten slotte heeft de raadsvrouw verzocht artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht toe te passen, nu kort geleden een politierechterzitting heeft plaatsgevonden, waarbij vorderingen tot tenuitvoerlegging jegens verdachte zijn behandeld.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>8.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Inleidende opmerkingen met betrekking tot de strafoplegging</emphasis>
          </para>
          <para>Bij de oplegging van een straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>8.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">De ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder dit is gepleegd</emphasis>
          </para>
          <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag op [slachtoffer] , onder meer door hem meerdere malen met kracht tegen het hoofd te schoppen en te stampen, terwijl hij bewusteloos op de grond lag. De klaarblijkelijke aanleiding voor dit geweld was onbetekenend: het slachtoffer zou verdachte boos hebben aangekeken. Uit de verklaringen in het dossier van degenen die getuige waren van dit geweld, blijkt dat zij geraakt en ontzet waren door de intensiteit hiervan. </para>
          <para>Het slachtoffer heeft geluk gehad dat hij door het door verdachte uitgeoefende geweld niet is overleden. Wel heeft hij aanzienlijk lichamelijk letsel, waaronder twee afgebroken voortanden, opgelopen. Ter zitting heeft zijn raadsvrouw verklaard over de psychische gevolgen die het ondergane plotselinge geweld op hem heeft gehad en nog steeds heeft. </para>
          <para>Naast deze poging tot doodslag, kort daarvoor, heeft verdachte twee vrouwen, die hij niet kende, zonder aanwijsbare reden in het gezicht gespuugd. Zij zijn daardoor gekwetst en voelden zich smerig. Het gedrag van verdachte die dag is dan ook niet anders te omschrijven dan als conflictzoekend, onvoorspelbaar en, in het geval van [slachtoffer] , buitengewoon gewelddadig. Het brengt voor alle betrokkenen, ook de omstanders, gevoelens van onveiligheid met zich mee dat dergelijke gebeurtenissen zich van het één op het andere moment, op straat, zomaar kunnen voordoen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>8.3.3.</nr>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">De justitiële documentatie over verdachte</emphasis>
          </para>
          <para>Uit de justitiële documentatie over verdachte, d.d. 28 december 2020, blijkt dat verdachte eerder meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor geweldsdelicten.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Advies van de psychiatrisch rapporteurs</emphasis>
          </para>
          <para>Zoals onder 7.1. reeds is vermeld, bevindt zich in het dossier een rapport van 2 april 2021, opgemaakt door D.F. van Rappard, arts in opleiding, onder supervisie van C.A.M. van der Meijs, psychiater. Zij diagnosticeren verdachte als schizofreen, zwakbegaafd en lijdend aan een stoornis in het gebruik van cannabis.</para>
          <para>De psychiatrisch rapporteurs schatten de kans op recidive hoog in, indien verdachte in de toekomst weer psychotisch zou decompenseren. Wanneer verdachte adequaat met een antipsychoticum wordt behandeld en zich onthoudt van cannabisgebruik, is de kans op een psychotische decompensatie volgens hen echter klein. </para>
          <para>De rapporteurs achten daarom ter voorkoming van recidive een klinische behandeling, en aansluitend ambulante behandeling, noodzakelijk, waarbij de anti-psychotische medicatie wordt gecontinueerd. De behandeling dient verder te worden gericht op afname van de cannabisafhankelijkheid, omdat het gebruik van cannabis kan bijdragen aan psychotische decompensatie. Uiteindelijk is het wenselijk toe te werken naar een begeleid wonentraject en verdachte te begeleiden met het vinden van werk of een dagbesteding.  <?linebreak?>De rapporteurs adviseren deze behandeling van verdachte te laten plaatsvinden in het kader van een maatregel TBS met voorwaarden, waarmee verdachte geplaatst en behandeld kan worden in een FPK. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Advies van de psychologisch rapporteurs</emphasis>
          </para>
          <para>Zoals eveneens onder 7.1. reeds is vermeld, bevindt zich in het dossier een rapport van 10 februari 2021, opgemaakt door drs. T. Stoel, GZ-psycholoog, onder supervisie van drs. M.G.H. van Willigenburg, klinisch psycholoog. Zij diagnosticeren verdachte als schizofreen en zwakbegaafd en zien aanwijzing voor een autismespectrumstoornis. </para>
          <para>De psychologisch rapporteurs schatten de kans op recidive hoog in, wanneer verdachte zonder verdere behandeling detentie verlaat, omdat hij zich hoogstwaarschijnlijk niet zelfstandig tot hulpverlening zal wenden wanneer hij psychisch destabiliseert. </para>
          <para>De rapporteurs achten daarom ter voorkoming van recidive een klinische behandeling nodig waar structuur en regelmaat is en de medicamenteuze behandeling kan worden voortgezet en gemonitord. Ingeschat wordt dat er een langerdurende klinische behandeling nodig is, waarbij gedacht wordt aan tenminste beveiligingsniveau 3 (bijvoorbeeld een FPK). </para>
          <para>Deze klinische opname kan volgens de psychologisch rapporteurs het beste worden vormgegeven binnen het kader van een maatregel TBS met voorwaarden.<?linebreak?>Met betrekking tot de voorwaarden denken de rapporteurs aan een langerdurende klinische behandeling, medicamenteuze behandeling, inspanning om abstinent van middelen/alcohol te blijven en een stapsgewijze resocialisatie. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Advies van de reclassering</emphasis>
          </para>
          <para>In het dossier bevindt zich verder een reclasseringsrapport d.d. 14 juni 2021, opgemaakt door M.W.H. Slangen, reclasseringswerker. Zij schrijft dat er bij verdachte sprake is van een delictpatroon voor wat betreft geweldsdelicten. Dit delictpatroon is vermoedelijk gerelateerd aan zijn psychische conditie, waarbij het gebruik van verdovende middelen decompensatie kan uitlokken. </para>
          <para>Het recidiverisico wordt door de reclassering hoog ingeschat indien verdachte niet klinisch wordt behandeld. Om het hoge recidiverisico in te perken, is er een langdurige forensisch klinische, medicamenteuze behandeling noodzakelijk, met na de klinische fase een gefaseerde resocialisatie, waarbij voldoende structuur wordt geboden, maar ook controle, toezicht en begeleiding op medicatie-inname en abstinentie van middelengebruik, met indien nodig een time-out plaatsing bij oplopende risico’s.     </para>
          <para>De reclassering adviseert voorzichtig positief over de maatregel TBS met voorwaarden. Verdachte heeft zich bereid verklaard tot medewerking aan onderstaande voorwaarden. De reclassering kan het toezicht hierop uitoefenen.   </para>
        </parablock>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>geen strafbaar feit plegen </para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>meewerken aan reclasseringstoezicht </para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>meewerken aan time-out </para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>niet naar het buitenland </para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>opname in een zorginstelling </para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>ambulante behandeling </para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>begeleid wonen of maatschappelijke opvang </para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>meewerken aan schuldhulpverlening </para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>richtlijn alcohol en drugs.</para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>8.3.4</nr>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De op te leggen straf</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gelet op de ernst van het feit, zoals uiteengezet onder 8.3.2., en omdat het handelen van verdachte, zoals onder 7.1 uiteengezet, naar het oordeel van de rechtbank niet geheel door zijn geestelijke ziekte is veroorzaakt, ziet de rechtbank reden om een gevangenisstraf van aanzienlijke duur op te leggen. De rechtbank houdt hierbij rekening met straffen zoals die in de rechtspraak voor vergelijkbare feiten worden opgelegd, met de kanttekening dat de rechtbank bij iedere zaak de specifieke omstandigheden van het geval dient te wegen. In de onderhavige zaak weegt de rechtbank als strafverzwarend mee dat verdachte eerder is veroordeeld voor geweldsdelicten. Als strafverminderend heeft de rechtbank meegewogen dat het bewezen verklaarde handelen van verdachte niet helemaal, maar wel voor een groot deel door zijn geestelijke ziekte is bepaald. De rechtbank acht, alles overwegende, een gevangenisstraf van 14 maanden passend en geboden.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Daarnaast zal de rechtbank, ter voorkoming van recidive, de maatregel TBS met voorwaarden opleggen. De rechtbank heeft vastgesteld dat aan de wettelijke voorwaarden voor het opleggen van een TBS-maatregel is voldaan: het onder feit 1 bewezen geachte feit is een misdrijf waarop de wet een gevangenisstraf van vier jaren of meer stelt, tijdens het begaan van het feit bestond bij verdachte een ziekelijke stoornis van de geestvermogens en de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist het opleggen van deze maatregel.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit de justitiële documentatie over verdachte, zijn behandelgeschiedenis en de bevindingen van de deskundigen blijkt dat de kans dat verdachte in de toekomst wederom een geweldsdelict zal plegen, zonder verdere behandeling groot is. De rechtbank is met de deskundigen van oordeel dat de noodzakelijke behandeling van verdachte zal moeten plaatsvinden in het kader van de maatregel TBS met voorwaarden, waarbij de voorwaarden zullen worden ingevuld op de wijze zoals door de reclassering is geadviseerd. De rechtbank is van oordeel dat door het stellen van deze voorwaarden de kans op recidive tot een verantwoord niveau kan worden teruggebracht en ziet op dit moment nog geen aanleiding om de maatregel TBS met dwangverpleging op te leggen, zoals door de officier van justitie is geëist. De rechtbank volgt daarmee dus ook niet het standpunt van de verdediging, dat zou kunnen worden volstaan met een strafoplegging waarbij als bijzondere voorwaarde behandeling in een kliniek wordt opgenomen, juist nu de deskundigen deze mogelijkheid als kader in hun rapportages expliciet hebben benoemd en weerlegd.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ongemaximeerde TBS</emphasis>
          </para>
          <para>Nu de maatregel wordt opgelegd ter zake van een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten: poging tot doodslag, kan de totale duur van de maatregel een periode van vier jaar te boven gaan. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Dadelijke uitvoerbaarheid </emphasis>
          </para>
          <para>Er moet rekening mee worden gehouden, dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, indien hij niet behandeld wordt. De rechtbank zal om die reden de maatregel van TBS met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaren op grond van artikel 38 lid 6 van het Wetboek van Strafrecht. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Anders dan de raadsvrouw heeft gesteld doet de situatie als bedoeld in artikel 63 van het Wetboek van strafrecht zich niet voor.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>BENADEELDE PARTIJ</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en een bedrag van </para>
      <para>€ 6.418,92 gevorderd. Dit bedrag bestaat uit € 3.168,92 als vergoeding voor materiële schade en € 3.250,- als vergoeding voor immateriële schade, die hij stelt te hebben geleden ten gevolge van het aan verdachte onder feit 1 ten laste gelegde feit.</para>
      <para>De vordering tot vergoeding van materiële schade is onderverdeeld in de volgende posten:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>eigen risico  (€ 385,-)</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>kapotte jas (€ 79,99)</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>kapotte broek (€ 49,95)</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>kapotte bril (€ 199,-)</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>reparatie kapotte telefoon (€ 279,-)</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>reparatie afgebroken tanden (€ 1.152,42)</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>gemiste inkomsten (€ 520,-)</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>reis van ziekenhuis naar huis (€ 1,16)</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>reis naar het politiebureau voor aangifte (€ 2,40)</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>EMDR-therapie (€ 500,-).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast vordert benadeelde partij [slachtoffer] een bedrag van € 1.616,70 als vergoeding van door hem gemaakte proceskosten. </para>
      <para>De vordering tot vergoeding van proceskosten is onderverdeeld in de volgende posten:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>advocaatkosten (€ 1.500,-)</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>reiskosten naar rechtbank (€ 12,70)</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vrije dag (€ 104,-).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen ten aanzien van de posten: </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>eigen risico </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>kapotte bril</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>reparatie afgebroken tanden</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>gemiste inkomsten</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>reis van ziekenhuis naar huis.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>De officier van justitie heeft verzocht de vordering af  te wijzen ten aanzien van de post: </para>
      <para>- reis naar het politiebureau voor aangifte</para>
      <para>De officier van justitie heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren met betrekking tot de posten:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>kapotte jas</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>kapotte broek</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>reparatie kapotte telefoon</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>EMDR-therapie.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Met betrekking tot de proceskosten verzoekt de officier van justitie met betrekking tot de post “advocaatkosten” zoals te doen gebruikelijk het liquidatietarief kanton toe te passen. Verder verzoekt zij de post “reiskosten naar de rechtbank” niet voor vergoeding in aanmerking te laten komen, omdat de benadeelde partij ter zitting is bijgestaan door een raadsvrouw. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft primair bepleit de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, nu verdachte van het onder feit 1 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Subsidiair heeft zij bepleit de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, omdat de posten onvoldoende zijn onderbouwd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Materiële schade</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder feit 1 bewezen verklaarde feit rechtstreeks materiële schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 1.867,52 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 19 oktober 2020. </para>
        <para>Bij de bepaling van het schadebedrag heeft de rechtbank het volgende overwogen.</para>
        <para>Met betrekking tot de schadeposten:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>eigen risico  (€ 385,-)</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>kapotte jas (€ 79,99)</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>kapotte broek (€ 49,95)</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>kapotte bril (€ 199,-)</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>reparatie afgebroken tanden (€ 1.152,42)</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>reis van ziekenhuis naar huis (€ 1,16)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>geldt dat de benadeelde partij voldoende heeft onderbouwd dat deze schadeposten een rechtstreeks gevolg zijn van hetgeen onder feit 1 bewezen is verklaard. Deze posten komen dan ook voor vergoeding in aanmerking. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de schadeposten:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>gemiste inkomsten</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>reparatie kapotte telefoon</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>EMDR-therapie</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>geldt dat de benadeelde partij onvoldoende heeft onderbouwd dat hij deze gestelde schade heeft geleden. Uit een enkel overzicht (productie 7) valt niet op te maken dat dit gemiste inkomsten zijn. Het screenshot (productie 5) geeft een onvoldoende onderbouwing van de (daadwerkelijke) kosten die gemoeid zouden zijn met reparatie van de telefoon. Tot slot is er nog geen start gemaakt met de EDMR-therapie en zonder een deugdelijke onderbouwing hiervan komen deze (geschatte en toekomstige) kosten op dit moment niet voor vergoeding in aanmerking. De benadeelde partij zal daarom met betrekking tot deze posten niet-ontvankelijk worden verklaard. Deze posten kunnen eventueel bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de schadepost</para>
      </parablock>
      <para>- reis naar het politiebureau voor aangifte</para>
      <parablock>
        <para>geldt dat deze post, gelet op jurisprudentie van de Hoge Raad<footnote-ref linkend="_2728cd97-5339-4c14-a18f-c8bf97010a1b" />, niet voor vergoeding in aanmerking komt. Van deze kosten kan namelijk niet worden gezegd dat zij gemaakt zijn ‘ter vaststelling van aansprakelijkheid of schade’, zoals bedoeld in artikel 6:96, tweede lid en onder b van het Burgerlijk Wetboek. Zij strekken ertoe strafrechtelijke opsporing en vervolging van de dader te bewerkstelligen. De enkele omstandigheid dat een eventuele daarop volgende strafrechtelijke veroordeling de grondslag kan bieden voor schadevergoeding (en dit vaak mededoelstelling van het slachtoffer is), maakt niet dat gezegd kan worden dat die reiskosten met dat doel zijn gemaakt. Deze reiskosten kunnen daarom niet als schade ten laste van verdachte worden gebracht. De vordering zal met betrekking tot deze post dan ook worden afgewezen. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Immateriële schade</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij, als gevolg van hetgeen onder feit 1 bewezen is verklaard, rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. De benadeelde partij heeft als gevolg van dit feit immers lichamelijk letsel opgelopen, waardoor hij op grond van artikel 6:106 aanhef en b van het Burgerlijk Wetboek recht heeft op een vergoeding hiervoor. Gelet op de ernst van dit letsel en de bedragen die doorgaans als schadevergoeding voor dergelijk letsel worden toegekend, waardeert de rechtbank deze immateriële schade op € 1.500,-, en zal de vordering in zoverre toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 19 oktober 2020. </para>
        <para>Voor het overige deel van de vordering met betrekking tot immateriële schade zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel kan eventueel bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
        </para>
        <para>Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank, ten behoeve van [slachtoffer] , aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.367,52, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 19 oktober 2020. </para>
        <para>Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 43 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] in mindering gebracht. Dit geldt ook andersom indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte zal verder worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op € 726,-. Bij de bepaling van dit bedrag heeft de rechtbank het volgende overwogen.</para>
        <para>Met betrekking tot de gevorderde post “advocaatkosten” geldt dat in de rechtspraak, bij het bepalen van de vergoeding voor kosten voor rechtsbijstand, in beginsel het liquidatietarief kanton wordt toegepast. In dit geval betekent dit dat een bedrag van € 311,- per punt wordt toegekend, met toepassing van 2 punten. Deze post zal dan ook worden toegewezen tot een bedrag van € 622,-. Voor het overige wordt deze post afgewezen.</para>
        <para>Met betrekking tot de gevorderde post “reiskosten naar de rechtbank” geldt dat deze post niet voor vergoeding in aanmerking komt, omdat de benadeelde partij op de inhoudelijke zitting is bijgestaan door een gemachtigde (vgl. art. 238 leden 1 en 2, bezien in samenhang met art. 239 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Deze post zal dan ook worden afgewezen. De gevorderde post “vrije dag” (€ 104,-) zal worden toegewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 36f, 37a, 38, 38a, 38d, 45, 57, 266 en 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan zoals in rubriek 5 bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart verdachte strafbaar;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oplegging straf en maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf van 14 maanden</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;</para>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld</emphasis> en stelt daarbij de volgende <emphasis role="bold">voorwaarden</emphasis> betreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde:</para>
    <parablock>
      <para> verdachte maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit; </para>
      <para> verdachte werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:</para>
      <para>o verdachte meldt zich op afspraken bij de reclassering of op een ander door de reclassering bepaalde locatie. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is; </para>
      <para>o verdachte laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit;</para>
      <para>o verdachte houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om betrokkene te helpen bij het naleven van de voorwaarden;</para>
      <para>o verdachte helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is, ten behoeve van opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;</para>
      <para>o verdachte werkt mee aan huisbezoeken; </para>
      <para>o verdachte geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners; </para>
      <para>o verdachte vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering; </para>
      <para>o verdachte werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met verdachte, als dat van belang is voor het toezicht; </para>
      <para>o als de reclassering dat nodig acht, werkt verdachte mee aan een time-out in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC), een Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK), een Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) of een soortgelijke instelling. Deze time-out duurt maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal 14 weken per jaar; </para>
      <para>o verdachte begeeft zich niet zonder toestemming van de reclassering en het Openbaar Ministerie buiten het Europese deel van de landsgrenzen van Nederland;  </para>
      <para> verdachte laat zich opnemen in een forensische zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname start aansluitend aan detentie. De opname duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;</para>
      <para> verdachte laat zich behandelen door een forensisch ambulante zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start aansluitend aan de klinische opname. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;</para>
      <para> verdachte verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend aan de klinische opname. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;</para>
      <para> verdachte werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden en werkt mee aan aanmelding voor bewindvoering;</para>
      <para> verdachte werkt mee aan de richtlijn voor wat betreft alcohol- en druggebruik, te bepalen door de reclassering, ook als dit abstinentie inhoudt. Verdachte werkt mee aan controle hierop. De controle gebeurt met urineonderzoek en/of ademonderzoek (blaastest). De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- geeft opdracht aan de Reclassering Nederland de ter beschikking gestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen; </para>
    <para />
    <para>- beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk uitvoerbaar zijn;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst de vordering toe tot een bedrag van € 3.367,52;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte tot betaling ten behoeve van [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2020 tot de dag van volledige betaling;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst de vordering voor wat betreft de posten “reis naar het politiebureau voor aangifte” en “reiskosten naar rechtbank” af; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>€ 726,-.</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat een bedrag van € 3.367,52 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 43 dagen gijzeling;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Spee, voorzitter, mr. E.H.M. Druijf en mr. A.J. Reitsma, rechters, in tegenwoordigheid van A. van der Zwan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 september 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>hij op of omstreeks 19 oktober 2020 te Amersfoort ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven,</para>
    </parablock>
    <para>- meermalen die [slachtoffer] (met kracht) op/tegen het gezicht, althans het hoofd heeft geschopt, getrapt, gestompt en/of geslagen, en/of</para>
    <para>- meermalen met beide voeten op het hoofd van die [slachtoffer] heeft gestampt en/of gesprongen,</para>
    <parablock>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
      <para>(art 287 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 19 oktober 2020 te Amersfoort ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,</para>
    </parablock>
    <para>- meermalen die [slachtoffer] (met kracht) op/tegen het gezicht, althans het hoofd heeft geschopt, getrapt, gestompt en/of geslagen, en/of</para>
    <para>- meermalen met beide voeten op het hoofd van die [slachtoffer] heeft gestampt en/of gesprongen,</para>
    <parablock>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
      <para>(art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 19 oktober 2020 te Amersfoort [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] ,</para>
    </parablock>
    <para>- meermalen (met kracht) op/tegen het gezicht, althans het hoofd te schoppen, trappen, stompen en/of te slaan, en/of</para>
    <para>- meermalen met beide voeten op het hoofd van die [slachtoffer] te stampen en/of springen;</para>
    <para>(art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>hij op of omstreeks 19 oktober 2020 te Amersfoort opzettelijk [aangever 1] , in haar tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door die [aangever 1] in/tegen het gezicht te spugen;</para>
      <para>(art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3</para>
      <para>hij op of omstreeks 19 oktober 2020 te Amersfoort opzettelijk [aangever 2] , in haar tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door die [aangever 2] in/tegen het gezicht te spugen;</para>
      <para>(art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_06f828d9-dbf5-40d4-8df8-d0769243dae5" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers, zijn dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 30 oktober 2020 met nummer PL0900-2020340964, doorgenummerd pagina 1 tot en met 74, opgemaakt door de politie, Eenheid Midden-Nederland, District Oost-Utrecht. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De bewijsmiddelen zijn zakelijk weergegeven.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_599f1126-1b81-463c-8959-6c4c3035770a" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte d.d. 20 oktober 2020, pagina 5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e180233f-1564-4eab-b68c-0c37e433c9f7" label="3">
    <para> Proces-verbaal van aangifte d.d. 20 oktober 2020, pagina 6.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bab8a400-fe3a-41a6-8a4e-1cfdf9e16785" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 19 oktober 2020, pagina 16.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_35f77147-83d8-4b5e-a331-3d399cc73525" label="5">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 19 oktober 2020, pagina 17.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7563ebe3-302d-49f8-9260-94637e98b3cb" label="6">
    <para> Proces-verbaal (verhoor van getuige) door de rechter-commissaris, d.d. 14 juni 2021.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0ebe3091-147c-4a2f-8429-ba9b8b886ad9" label="7">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 19 oktober 2020, pagina 20.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2b1b0d7c-d34c-4f85-9171-642ef7c6c34d" label="8">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 19 oktober 2020, pagina 21.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_74a52db6-e788-48b2-a04b-3bd16b0cca98" label="9">
    <para> Proces-verbaal (verhoor van getuige) door de rechter-commissaris, d.d. 14 juni 2021.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4c9c3fcc-0157-43ac-8811-630ed58db977" label="10">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 oktober 2020, pagina 27.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fa064b82-d3bb-49cc-98b7-d1e6ceb07326" label="11">
    <para> Proces-verbaal van aangifte d.d. 19 oktober 2020, pagina 11.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9745d1cc-be5f-40bf-8a51-ab7478161bb9" label="12">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 oktober 2020, pagina 25.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6f3f84ba-d0c2-497c-a3d3-8d8c6598397a" label="13">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte, door de rechter-commissaris, d.d. 23 oktober 2020.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bb12d5f0-144f-4251-a00b-b65e56e9b26f" label="14">
    <para> Proces-verbaal van aangifte d.d. 25 oktober 2020, pagina 69.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_38dcd200-1f97-4701-80aa-205c9e264e3a" label="15">
    <para> Proces-verbaal van aangifte d.d. 25 oktober 2020, pagina 70.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a74bf223-a58f-40cc-ba16-c4a08a712015" label="16">
    <para> Proces-verbaal camerabeelden d.d. 21 oktober 2020, pagina 35.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a5b343ca-8f55-4eb6-b0f6-0aa4dc7d2951" label="17">
    <para> Proces-verbaal camerabeelden d.d. 21 oktober 2020, pagina 46.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_676271b8-e081-4333-a2e5-213872944462" label="18">
    <para> Proces-verbaal camerabeelden d.d. 21 oktober 2020, pagina 47.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2728cd97-5339-4c14-a18f-c8bf97010a1b" label="19">
    <para>Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0690.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>