<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:6873</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-09T08:25:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/004140-06 (vordering gijzeling)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:6873">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:6873</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-07T09:03:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:6873 Rechtbank Midden-Nederland , 24-11-2021 / 21/004140-06 (vordering gijzeling)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:6873:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzijng vordering gijzeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:6873:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</title>
    <para>Strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 21/004140-06 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie op grond van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [veroordeelde] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] (Marokko),</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] , [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de veroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten </title>
    <parablock>
      <para>Het gerechtshof Amsterdam heeft aan de veroordeelde bij arrest van 19 februari 2008 een ontnemingsmaatregel opgelegd, inhoudende de verplichting tot betaling aan de staat van </para>
      <para>€ 123.736,48. Op 8 december 2009 heeft de Hoge Raad de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting verminderd tot een bedrag van € 118.736,48.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze ontnemingsmaatregel is onherroepelijk geworden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde heeft tot 8 oktober 2021, zijnde de datum van indiening van de vordering, een bedrag van € 19.650,00 betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>De rechtbank heeft op 10 november 2021 de vordering op de openbare terechtzitting behandeld en kennisgenomen van het executieverloop zoals omschreven in de vordering. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de veroordeelde, de advocaat, mr. C.E. Hok-A-Hin, en de officier van justitie op zitting gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van het Openbaar Ministerie</title>
    <para>De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlenen van een machtiging tot toepassing van gijzeling voor de duur van 1080 subsidiair 540 dagen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting heeft de officier van justitie, gelet op het verhandelde ter terechtzitting en de persoonlijke omstandigheden van veroordeelde, verzocht de vordering af te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van de veroordeelde</title>
    <para>Namens de veroordeelde is bepleit de vordering af te wijzen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daartoe is aangevoerd dat de veroordeelde niet betalingsonwillig, maar betalingsonmachtig is geweest. Veroordeelde heeft al een deel afbetaald en is gedurende een langere tijd de getroffen betalingsregelingen nagekomen. Vanwege financiële omstandigheden kon veroordeelde echter enige tijd niet betalen. Inmiddels heeft veroordeelde weer een baan en heeft hij een nieuwe betalingsregeling met het CJIB getroffen. Veroordeelde geeft te kennen dat hij € 500,00 per maand kan aflossen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>Tussen 2010 en 2019 zijn met wisselend succes pogingen ondernomen om verhaal te halen bij de veroordeelde. Gebleken is dat er diverse betalingsregelingen zijn getroffen die door de veroordeelde niet of onvoldoende zijn nagekomen. Dit heeft ertoe geleid dat de veroordeelde niet geheel heeft voldaan aan de betalingsverplichting. Een bedrag van </para>
      <para>€ 99.086,48 moet immers nog betaald worden.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting is echter aannemelijk gemaakt dat de veroordeelde weer in staat en bereid is verder te gaan met aflossen. De veroordeelde heeft immers sinds september 2021 inkomsten uit arbeid en op 28 oktober 2021 is er een voorlopige betalingsregeling met het CJIB overeengekomen. Van betalingsonwil is geen sprake.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal daarom de vordering van de officier van justitie afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank wijst de vordering af.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. A. Bouteibi, voorzitter, mrs. A.J.P. Schotman en P.A. Buijs, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Neijenhuis, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2021. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>