<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:668</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-11T12:01:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-02-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-02-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 20/725</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:668">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:668</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-28T11:00:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:668 Rechtbank Midden-Nederland , 05-02-2021 / UTR 20/725</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:668:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zorgtoeslag en KGB. Inkomen blijkt hoger. Definitieve vaststelling door verweerder is juist. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:668:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 20/725</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 februari 2021 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Belastingdienst/Toeslagen, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: A.A. Wubs).<?linebreak?></para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 2 augustus 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder het recht van eiseres op zorgtoeslag en kindgebonden budget voor het jaar 2018 definitief vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 6 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 december 2020 via een Skype-verbinding. Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Verweerder heeft aan eiseres voorschotten zorgtoeslag en kindgebonden budget toegekend voor 2018. Het voorschot voor de zorgtoeslag bedroeg € 1.061 en voor het kindgebonden budget was dat € 1.599. Daarbij ging verweerder uit van een (geschat) gezamenlijk inkomen in 2018 van eiseres en haar echtgenoot van € 28.304. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Daarna is bij verweerder bekend geworden dat het gezamenlijke inkomen van eiseres en haar echtgenoot in 2018 een stuk hoger lag, namelijk € 37.125. Verweerder heeft vervolgens het recht op zorgtoeslag en kindgebonden budget voor 2018 opnieuw berekend en definitief vastgesteld. Omdat het gezamenlijke inkomen boven de maximale inkomensgrens van € 35.996 komt, hebben eiseres en haar echtgenoot geen recht meer op zorgtoeslag. Het recht op kindgebonden budget is door het hogere inkomen omlaag gegaan. Als gevolg hiervan moeten eiseres en haar echtgenoot € 1.661 terugbetalen.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Eiseres vraagt zich af of verweerder geen fouten heeft gemaakt, maar volgens de rechtbank is dat niet het geval. Verweerder heeft op de juiste manier berekend waar eiseres recht op heeft.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Eiseres zegt verder dat zij geen inkomen heeft om het bedrag van € 1.661 terug te betalen. De rechtbank vindt dat dit geen reden is voor verweerder om haar de schuld kwijt te schelden. De echtgenoot van eiseres heeft wel inkomen en ook hij is verantwoordelijk voor de terugbetaling van het bedrag. Als eiseres en haar echtgenoot het niet in één keer kunnen terug betalen, kunnen zij vragen om een betalingsregeling.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De rechtbank ziet tot slot geen reden om te denken dat eiseres wordt gediscrimineerd, zoals zij op de zitting heeft gesuggereerd. Het systeem van voorschotten en latere vaststelling van het definitieve recht geldt voor iedereen in Nederland, ongeacht zijn of haar achternaam.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 februari 2021 door mr. L.M. Reijnierse, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>