<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:6613</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-12T09:33:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/2697</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:6613">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:6613</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-12T09:32:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:6613 Rechtbank Midden-Nederland , 23-12-2021 / 20/2697</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:6613:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Proceskostenveroordeling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:6613:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 20/2697</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. W. de Klein), </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de directeur van Politieacademie, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 19 april 2021 en op 15 december 2021 gereageerd op dit verzoek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>De directeur van de Politieacademie vertegenwoordigt de Politieacademie in rechte en is daarom verweerder in deze procedure. Het Sectorhoofd Basis Politieonderwijs (het sectorhoofd) heeft op 19 november 2019 een bindend negatief studieadvies aan verzoeker gegeven en bericht dat zijn opleiding aan de politieacademie beëindigd wordt. De reden daarvoor is dat verzoeker de Prof-fit toets niet op tijd heeft gehaald. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Verzoeker heeft hiertegen administratief beroep ingesteld. De Commissie van Beroep voor de Examens heeft het beroep van verzoeker gegrond verklaard en het sectorhoofd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar uitspraak van 26 februari 2020. Het sectorhoofd heeft op 14 juli 2020 opnieuw beslist en heeft het bindend studieadvies gehandhaafd en daarmee kan verzoeker de opleiding dus niet vervolgen.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Verzoeker is hiertegen in beroep gegaan. Op 14 december 2020 heeft verweerder medegedeeld dat verzoeker tot 30 januari 2021 in de gelegenheid wordt gesteld om alsnog de vereiste Prof-fit toets te halen. De opleiding van verzoeker is bij besluit van 5 februari 2021 verlengd. De rechtbank gaat ervan uit dat verweerder daarmee het besluit van 14 juli 2020 niet langer handhaaft.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Omdat verzoeker een blessure had, is de termijn waarbinnen hij alsnog de toets kon halen verlengd tot en met 22 februari 2021. Verzoeker heeft de Prof-fit toets echter niet binnen deze nieuwe termijn gehaald. Het sectorhoofd heeft vervolgens in zijn besluit van 22 februari 2021 alsnog de opleiding van verzoeker beëindigd.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten. </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para>6. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).</para>
    <para />
    <para>7. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en aanvankelijk aangegeven dat hij geen proceskosten aan verzoeker wil betalen. De rechtbank heeft verweerder verzocht om een toelichting op dit standpunt. Verweerder heeft vervolgens laten weten dat hij zich toch niet verzet tegen een veroordeling in de proceskosten. </para>
    <para>8. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op € 748,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 748,- en een wegingsfactor 1).   <?linebreak?></para>
    <para>9. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoeker betalen (artikel 8:41, zevende lid, van de Awb). De reden hiervoor is dat hij het besluit van 14 juli 2020 waartegen het beroep van verzoeker was gericht, niet heeft gehandhaafd. Hij heeft verzoeker immers nog een nieuwe kans gegeven om de vereiste toets te halen en heeft, nadat dit verzoeker niet was gelukt, alsnog de opleiding beëindigd. Door deze gang van zaken is verweerder verzoeker (gedeeltelijk) tegemoet gekomen in beroep en volgt uit de wet dat hij het griffierecht moet vergoeden.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
      <para>-     veroordeelt verweerder tot betaling van € 748,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is uitgesproken op 23 december 2021 en openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven. </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>