<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:6381</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-05T09:34:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/4657-V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:6381">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:6381</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-05T09:33:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:6381 Rechtbank Midden-Nederland , 20-12-2021 / 20/4657-V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:6381:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet gegrond en beroep gegrond. Tijdens zitting hebben partijen aangegeven dat zij graag het bezwaar nogmaals willen toetsen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:6381:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 20 / 4657 -V</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 december 2021 op het verzet van </bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [opposant] en [opposante] , te [woonplaats] , opposanten,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.M. Poortvliet), </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Huizen</emphasis>, geopposeerde.</para>
      <para>(gemachtigde: M. Dickmann).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposanten hebben ingediend tegen het besluit van geopposeerde van 12 november 2020.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de uitspraak van 29 april 2021 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zitting heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2021. Opposanten en hun gemachtigde zijn verschenen. De gemachtigde van geopposeerde is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 29 april 2021 het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank was van oordeel dat opposanten geen geldige reden hadden om hun bezwaarschrift buiten de termijn in te dienen. Hierdoor heeft geopposeerde het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk verklaard. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
    <para />
    <para>2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was. </para>
    <para>De rechtbank kijkt (nog) niet of opposanten gelijk hebben met hun beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 29 april 2021 niet juist was. </para>
    <para />
    <para>3. Volgens opposanten is de uitspraak van de rechtbank van 29 april 2021 niet juist. In hun verzetschrift en ter zitting stellen opposanten dat geopposeerde hen bij besluit van 7 juli 2020 een last onder dwangsom heeft opgelegd. Omdat de gevolgen van het besluit verstrekkend zijn en de termijnoverschrijding verschoonbaar is, hebben opposanten belang bij een bespreking van het inhoudelijke bezwaar. </para>
    <para />
    <para>4. In zijn verweerschrift en ter zitting heeft geopposeerde zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding en dat hij in de gronden die opposanten aanvoeren, geen aanleiding ziet om een ander standpunt in te nemen. Wat betreft de last onder dwangsom is geopposeerde van mening dat deze in stand kan blijven, omdat opposanten niet diep ingaan op de gronden en de wijze van toetsing van de gemeente bij de totstandkoming van het handhavingsbesluit, maar dat er enkel algemeenheden worden aangevoerd waarbij de onderbouwing mist. In het verweerschrift schrijft geopposeerde ten slotte dat zij graag hadden gewild dat de adviescommissie, bij de totstandkoming van haar advies, tot een volledige toetsing van het handhavingsbesluit was gekomen. Verweerder had graag willen weten of dat zij ter goeder trouw achter hun besluit kunnen staan. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank stelt vast dat partijen ter zitting het gesprek hebben gevoerd en dat zij beiden feitelijk een inhoudelijke toetsing van het handhavingsbesluit door de adviescommissie wensen. Temeer, nu er ook discussie bestaat over het aantal vierkante meters terzake het  zwembad. Partijen wensen een inhoudelijke beoordeling van het besluit van 9 juli 2020 omdat een formele afdoening vanwege het niet tijdig instellen van bezwaar, geen recht doet aan hun zwaarwegende belangen. </para>
    <para>De rechtbank stelt dan ook vast dat geopposeerde feitelijk  de niet-ontvankelijk verklaring van het bezwaarschrift in het besluit van 12 november 2020 niet langer tegenwerpt aan opposanten.  </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank concludeert op grond van hetgeen hiervoor is overwogen onder 5. dat het verzet gegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van 29 april 2021 vervalt. </para>
    <para />
    <para>7. Gezien het debat op zitting oordeelt de rechtbank dat geen nader onderzoek meer nodig is zodat ook uitspraak kan worden gedaan op het beroep.</para>
    <para>Verweerder wenst de niet-ontvankelijk verklaring van het bezwaarschrift vanwege termijnoverschrijding niet langer aan opposanten tegen te werpen. Partijen wensen inhoudelijk het debat te voeren over het bezwaarschrift. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen. </para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank ziet geen aanleiding om zelf te voorzien omdat partijen het inhoudelijke debat in de bezwaarfase niet hebben gevoerd en verweerder het bezwaarschrift inhoudelijk dient te beoordelen. </para>
    <para />
    <para>8. Partijen hebben ter zitting medegedeeld dat zij af zien van een proceskostenveroordeling. De rechtbank ziet om deze reden dan ook af in een veroordeling van deze kosten. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het verzet gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het besluit van 12 november 2021;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Huizen op om binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is uitgesproken op 20 december 2021 en wordt openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier  rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel:</title>
    <para>Tegen de uitspraak over het beroep kan binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. U kunt daar ook om een voorlopige voorziening vragen. De datum van verzending ziet u op de stempel die hierboven staat. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>