<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:6337</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-05T13:59:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16-061124-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:6337">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:6337</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-05T13:53:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:6337 Rechtbank Midden-Nederland , 29-12-2021 / 16-061124-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:6337:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak voor mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad. Benadeelde partij is niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:6337:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16.061124.19 (P)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 29 december 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold caps"> ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [2000] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan de [adres] te [woonplaats] , <?linebreak?>hierna: verdachte.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 10 november 2021 en 15 december 2021. De zaak is op de laatstgenoemde datum inhoudelijk behandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. J.R.F. Esbir Wildeman en van hetgeen de gemachtigd raadsman, mr. J.J.J.L. Maalsté, advocaat te Utrecht, alsmede de raadsman, mr. C.C.J. de Koning, advocaat te Zeist, namens de benadeelde partij [slachtoffer] , naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is op de zitting van 15 december 2021 gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">op of omstreeks 13 januari 2019 te Zeist [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] een of meerdere malen in/op/tegen het lichaam en/of hoofd te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of (met kracht) te duwen, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten bloedingen in de hersenen en/of hersenletsel voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>VRIJSPRAAK</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Op basis van het dossier is volgens de officier van justitie voldoende duidelijk dat verdachte betrokken was bij de mishandeling als gevolg waarvan de heer [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Verdachte is van camerabeelden herkend door verbalisanten, zoals geverbaliseerd in op ambtseed opgemaakte processen-verbaal. Uit de camerabeelden is volgens de officier van justitie bovendien af te leiden dat verdachte de betreffende (fatale) klap geeft aan het slachtoffer. De officier van justitie realiseert zich dat hij daarmee de beelden wezenlijk anders interpreteert dan de verbalisanten die immers juist een andere verdachte aanwijzen die de fatale klap aan het slachtoffer heeft gegeven. De officier van justitie ziet op de beelden een korte snelle beweging die wordt gemaakt door verdachte, waarna het slachtoffer valt. Alhoewel de officier op de beelden niet het daadwerkelijke slaan door verdachte ziet, meent hij dat uit deze beweging wel af te leiden is dat verdachte de fatale klap heeft gegeven. Ook ziet de officier van justitie op de beelden dat het verdachte is die in het midden staat van de betreffende groep van drie personen in de directe nabijheid van verdachte, hetgeen in lijn zou zijn met de verklaring van getuigen die spreken van slaan door de middelste persoon, dan wel de persoon recht tegenover verdachte. Ten slotte betrekt de officier van justitie hierbij ook de verklaring van een getuige die van horen zeggen heeft dat verdachte degene is die de fatale klap heeft uitgedeeld. Uit de geneeskundige verklaring ten aanzien van het slachtoffer blijkt dat er sprake is van zwaar lichamelijk letsel.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het aan verdachte ten laste gelegde feit. Op basis van het dossier kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat verdachte de heer [slachtoffer] heeft gestompt, geslagen, geduwd of getrapt, als gevolg waarvan het slachtoffer ten val is gekomen. Bij twijfel dient vrijspraak te volgen. Uit de processen-verbaal van bevindingen over de camerabeelden blijkt dat de verbalisanten enkel opschrijven wat zij ‘met grote waarschijnlijkheid’ en ‘mogelijk’ denken te zien op de camerabeelden. De camerabeelden zelf zijn onduidelijk en daarop is niet te zien dat verdachte een duw of klap geeft. Wat wel duidelijk uit de processen-verbaal van bevindingen over de camerabeelden blijkt is dat de persoon met de meest donkere broek een slaande beweging richting het hoofd van het slachtoffer maakt. Uit de signalementen van de verdachten volgt dat dit juist niet verdachte is. Ten aanzien van de getuigenverklaringen heeft de verdediging opgemerkt dat op basis van hetgeen de getuigen verklaren over de positie van de jongen die sloeg, niet kan worden gesteld dat die persoon dus verdachte is geweest. Op basis van de camerabeelden is namelijk niet vast te stellen wie de middelste persoon van de groep was. De getuige [getuige] heeft enkel verklaard over wat zij van anderen heeft gehoord. De verdediging heeft ten slotte twijfel bij de herkenning van verdachte en heeft ook gesteld dat die herkenning onvoldoende is onderbouwd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Voor de rechtbank staat vast dat het slachtoffer [slachtoffer] als gevolg van mishandeling op 13 januari 2019 te Zeist zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. De vraag is echter of met voldoende zekerheid vaststaat dat verdachte dit letsel heeft veroorzaakt. De rechtbank komt tot de conclusie dat dit niet het geval is en spreekt verdachte daarom vrij van het aan hem ten laste gelegde. De rechtbank licht haar oordeel als volgt toe.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op de camerabeelden is te zien dat het slachtoffer als gevolg van een slaande beweging (een klap) richting zijn hoofd als een plank achterover valt en dat zijn achterhoofd daarna de straat raakt. Voorafgaand aan dat moment heeft (mogelijk) duw- en trekwerk plaatsgevonden, zo kan worden afgeleid uit de camerabeelden. De rechtbank volgt de lezing van de officier van justitie niet en let daarbij op de ambtsedig opgemaakte processen-verbaal van bevindingen van de verbalisanten. De rechtbank heeft zelf de camerabeelden bekeken en gaat uit van de juistheid van de processen-verbaal van bevindingen over de camerabeelden, waarin is geverbaliseerd dat de betreffende slaande beweging (een klap) richting het hoofd, als gevolg waarvan het slachtoffer ten val komt, juist wordt gegeven door een ander dan verdachte. De door verdachte gemaakte beweging naar voren, waar de officier van justitie aan refereert, is naar het oordeel van de rechtbank niet aan te merken als een significante bijdrage aan het uiteindelijke gevolg, te weten dat het slachtoffer achterover op straat valt. Omdat daarmee naar het oordeel van de rechtbank vaststaat dat verdachte niet degene is die de fatale klap heeft gegeven, en ook overigens niet is gebleken dat de ten laste gelegde gedragingen te bewijzen zijn, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BENADEELDE PARTIJ</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 393.416,47. Dit bedrag bestaat uit € 353.416,47 materiële schade en € 40.000,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>Primair heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vordering geheel toewijsbaar is. Subsidiair heeft de officier van justitie gesteld dat het gevorderde bedrag aan immateriële schade kan worden toegewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, voorzitter, mrs. C.A.M. van Straalen en A.J. Reitsma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.M. Dijkstra, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 december 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 13 januari 2019 te Zeist</para>
      <para>
        [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] een of meerdere </para>
      <para>malen in/op/tegen het lichaam en/of hoofd te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of </para>
      <para>(met kracht) te duwen,</para>
      <para>terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten bloedingen in de hersenen en/of </para>
      <para>hersenletsel voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 300 lid 2 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>