<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:6266</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-29T14:37:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 21-4347</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:6266">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:6266</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-29T14:37:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:6266 Rechtbank Midden-Nederland , 17-12-2021 / UTR 21-4347</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:6266:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bijstand, terugvordering, verrekenbare verliezen t/m 2015, belastingteruggave van 2019 terecht aangemerkt als inkomen, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:6266:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 21/4347</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2021 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M.J.M. Sanders),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder</emphasis>, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: de heer M. Wielandt).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 17 mei 2021 (primair besluit) heeft verweerder op grond van de Participatie (Pw) een bedrag van € 2.781,- van eiseres teruggevorderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 20 september 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 17 december 2021 via Skype op zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    <bridgehead role="italic">Inleiding</bridgehead>
    <para />
    <para>2. Eiseres ontvangt vanaf 26 maart 2016 een bijstandsuitkering. Zij heeft over 2019 een bedrag van € 2.781,- aan belastingteruggave ontvangen wegens verrekenbare verliezen van eiseres in de periode tot en met 2015. Verweerder heeft in 2019 loonheffing afgedragen over de aan eiseres uitbetaalde bijstandsuitkering. Verweerder heeft in 2021 besloten om de belastingteruggave van 2019 van eiseres terug te vorderen op basis van de Pw.<footnote-ref linkend="_44465957-a6b6-40f6-b8d3-e5eb6a915d21" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunten van partijen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft het bedrag van € 2.781,- van eiseres teruggevorderd, omdat de belastingteruggave volgens verweerder moet worden gezien als inkomen.<footnote-ref linkend="_4ab12039-5f32-494e-ad80-4df9ad67bef1" /></para>
    <para />
    <para>4. Eiseres is het hier niet mee eens en voert het volgende aan. Dat eiseres in 2019 een bedrag heeft teruggekregen van de Belastingdienst komt door verrekenbare verliezen in de periode tot en met 2015. Maar in 2015 ontving eiseres nog geen bijstandsuitkering en daarom moet verweerder de teruggave zien als vermogen.<footnote-ref linkend="_0b69b3e0-b239-42a6-b300-29f9dcab5303" /> Met het bedrag van € 2.781,-  blijft eiseres onder de vermogensgrens<footnote-ref linkend="_644271ca-550b-4c54-aa25-97ac9692ca26" /> van de Pw. Om haar stelling te onderbouwen dat verweerder de teruggave moet zien als vermogen, heeft eiseres verder verwezen naar een brief van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.<footnote-ref linkend="_37c68926-80f6-4bf0-8575-4b260f5ab854" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk. Zij zal hieronder uitleggen waarom. </para>
    <para />
    <para>6. Partijen zijn het er over eens dat de belastingteruggave wordt aangemerkt als middelen in de zin van Pw. Waar partijen het niet over eens zijn is of de belastingteruggave moet worden aangemerkt als inkomen of als vermogen in de zin van de Pw.</para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank oordeelt dat verweerder de teruggave terecht heeft gezien als inkomen. Anders dat wat eiseres heeft gesteld, is het niet van belang op welke periode de verrekenbare verliezen zien, maar gaat het erom dat eiseres in 2019 gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om verlies uit werk en woning<footnote-ref linkend="_47a5aaee-dc17-47c8-8ddf-966fc32fc68c" /> te verrekenen.. In dit geval gaat het dus om een teruggave van belasting over het jaar 2019 en de loonheffing die in datzelfde jaar is geheven. Eiseres heeft in heel 2019 een bijstandsuitkering ontvangen. Omdat de belastingteruggave ziet op in 2019 geheven loonheffing en eiseres in dat jaar bijstand ontving, heeft verweerder de teruggave terecht gezien als inkomen. Dit heeft de hoogste bestuursrechter<footnote-ref linkend="_2b7d6de3-b948-4b86-af9e-cefecb4252fb" /> in dit soort zaken ook al eerder geoordeeld.<footnote-ref linkend="_32b7d4f3-924a-47e0-b3d2-37cd21d9d137" /><?linebreak?></para>
    <para>8. Eiseres heeft nog verwezen naar antwoorden van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op Kamervragen, maar deze antwoorden veranderen het oordeel van de rechtbank niet. Deze antwoorden van de staatsecretaris zien namelijk op de vraag of een verrekenbaar verlies moet worden gezien als inkomen, maar hier gaat het over de vraag of de belastingteruggave die eiseres heeft ontvangen, moet worden gezien als inkomen.<footnote-ref linkend="_5317a7e8-6d62-4df6-a214-aa89f56a65d2" /><?linebreak?></para>
    <para>9. De rechtbank concludeert dat verweerder de belastingteruggave over 2019 terecht heeft aangemerkt als inkomen.<footnote-ref linkend="_82d22c33-16b9-4192-b57c-b1c09369df67" /> Verweerder mocht het bedrag van dan ook van eiseres terugvorderen.<footnote-ref linkend="_1bf49eec-1d80-4455-adf6-553064158844" /> Eiseres heeft geen dringende redenen naar voren gebracht op basis waarvan verweerder had moet besluiten om het bedrag niet terug te vorderen. Het is de rechtbank ook niet gebleken dat die dringende redenen aanwezig zijn. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>10. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 december 2021 door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier, en zal ook worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
  </section>
  <footnote id="_44465957-a6b6-40f6-b8d3-e5eb6a915d21" label="1">
    <para> op grond van artikel 58, tweede lid, aanhef en onder f, van de Pw.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4ab12039-5f32-494e-ad80-4df9ad67bef1" label="2">
    <para> als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Pw.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0b69b3e0-b239-42a6-b300-29f9dcab5303" label="3">
    <para> als bedoeld in artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, van de Pw.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_644271ca-550b-4c54-aa25-97ac9692ca26" label="4">
    <para> neergelegd in artikel 34, derde lid, onder a, van de Pw.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_37c68926-80f6-4bf0-8575-4b260f5ab854" label="5">
    <para> Kamerstukken II, vergaderjaar 2017-2018, 34950-XV, nr. 8, p. 23.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_47a5aaee-dc17-47c8-8ddf-966fc32fc68c" label="6">
    <para> uit de jaren tot en met 2015.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2b7d6de3-b948-4b86-af9e-cefecb4252fb" label="7">
    <para> Centrale Raad van Beroep.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_32b7d4f3-924a-47e0-b3d2-37cd21d9d137" label="8">
    <para> ECLI:NL:CRVB:2020:2442.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5317a7e8-6d62-4df6-a214-aa89f56a65d2" label="9">
    <para> ECLI:NL:CRVB:2020:2442, rechtsoverwegingen 4.4.1. en 4.4.2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_82d22c33-16b9-4192-b57c-b1c09369df67" label="10">
    <para> Artikel 32, eerste lid, van de Pw.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1bf49eec-1d80-4455-adf6-553064158844" label="11">
    <para> Artikel 58, tweede lid, aanhef en onder f, van de Pw.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>