<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:5934</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-02T18:46:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 21/3440</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2022082304</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2022-2379</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:5934">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:5934</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-22T09:43:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:5934 Rechtbank Midden-Nederland , 15-11-2021 / UTR 21/3440</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:5934:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>mondelinge usp, Tozo, aanvraag terecht afgewezen, feit dat eiser niet langer als zelfstandige werkt komt niet door de coronacrisis, eiser valt niet binnen de doelgroep van de Tozo, geen zelfstandige, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:5934:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 21/3440</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 november 2021 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , uit [woonplaats] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J. Sietsma),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mw. W. van Beveren).<?linebreak?></para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 21 januari 2021 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om algemene bijstand voor levensonderhoud op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 2 juli 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 15 november 2021 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    <para />
    <para />
    <para>2. Eiser heeft gevraagd om vrijstelling van het griffierecht. Dit wordt verzoek wordt toegewezen. </para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Eiser werkte als zelfstandige bij de [bedrijf] in Utrecht. Eiser ontving eerder bijstand op grond van de Tozo. Deze uitkering is echter ingetrokken, omdat eiser volgens de Basisregistratie Personen (BRP) sinds 6 november 2020 niet meer in Nederland woonde. Eiser was vertrokken naar Frankrijk om daar een nieuw leven op te bouwen. Dit was niet gelukt, omdat eisers huis in Frankrijk was afgebrand. Terug in Nederland heeft eiser opnieuw een aanvraag gedaan om bijstand voor levensonderhoud op grond van de Tozo. </para>
    <para />
    <para>4. Verweerder heeft deze aanvraag van eiser afgewezen, omdat eiser niet behoort tot de doelgroep van de Tozo.<footnote-ref linkend="_ddc37cfe-3984-48b4-b3f9-4ab07e1750c1" /> De reden daarvoor is dat eiser geen zelfstandige (meer) is in de zin van de Tozo.<footnote-ref linkend="_3bcc1226-c813-4163-93f7-c3abeeb06cee" /> Dat eiser is gestopt met zijn werkzaamheden als taxichauffeur is namelijk niet het gevolg van de coronacrisis, maar van de brand in Frankrijk. Bij deze brand zijn de persoonlijke spullen van eiser, waaronder zijn chauffeurspas en rijbewijs, verbrand. </para>
    <para />
    <para>5. Eiser is het niet eens met het besluit van verweerder. Eiser is aangewezen op zijn werk als zelfstandige om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Eiser kon alleen niet werken, omdat hij geen geld had om een nieuw rijbewijs aan te vragen. Daarnaast is het bestreden besluit in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Eiser wijst in het bijzonder op het zorgvuldigheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel.</para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank oordeelt dat het betoog van eiser niet slaagt. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering. </para>
    <para />
    <para>7. De reden dat eiser niet meer werkt als taxichauffeur is dat zijn rijbewijs verbrand is. Dit heeft eiser ook zelf verklaard. Verweerder stelt daarom terecht dat het feit dat eiser niet langer als zelfstandige werkt niet het gevolg is van de coronacrisis, maar van de brand in Frankrijk. Zoals blijkt uit de tekst van de Tozo en de nota van toelichting<footnote-ref linkend="_0a46a0d9-798e-4b68-9a38-9e00c38c3337" /> op de Tozo is de doelgroep van het besluit zelfstandigen, die worden geconfronteerd met financiële problemen als gevolg van de coronacrisis. Nu de financiële problemen van eiser niet zijn ontstaan als gevolg van de coronacrisis valt eiser niet binnen de doelgroep van de Tozo. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 21 juli 2021.<footnote-ref linkend="_514741ce-35f0-4d68-917f-4f79afe0f9fa" /></para>
    <para />
    <para>8. De stelling van eiser dat hij alleen niet kon werken omdat hij voorlopig geen geld had om een nieuw rijbewijs aan te vragen, leidt niet tot een ander oordeel. Uit deze verklaring blijkt namelijk niet dat eiser als gevolg van de coronacrisis geen geld had om een nieuw rijbewijs aan te vragen en daarom niet kon werken als zelfstandige. Dat eiser al die tijd wel stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, maakt het naar het oordeel van de rechtbank ook niet anders. </para>
    <para />
    <para>9. Het beroep van eiser op het vertrouwensbeginsel slaagt ook niet. Verweerder stelt daarover terecht dat het enkele feit dat tegen eiser is gezegd dat hij een nieuwe aanvraag moest indienen en een voorschot kreeg, niet kan leiden tot de conclusie dat sprake is van opgewekt vertrouwen. Het onderzoek naar het recht op bijstand op grond van de Tozo moest  nog plaatsvinden. Tot slot is het de rechtbank niet gebleken dat het besluit in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.</para>
    <para />
    <para>10. Concluderend is de rechtbank van oordeel dat verweerder eisers aanvraag om een uitkering op grond van de Tozo terecht heeft afgewezen. </para>
    <para />
    <para>11. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>12. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 november 2021 door mr. C.M. Dijksterhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>     griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>                          rechter</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
  </section>
  <footnote id="_ddc37cfe-3984-48b4-b3f9-4ab07e1750c1" label="1">
    <para> als bedoeld in artikel 2 van de Tozo.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3bcc1226-c813-4163-93f7-c3abeeb06cee" label="2">
    <para> als bedoeld in artikel 1 van de Tozo.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0a46a0d9-798e-4b68-9a38-9e00c38c3337" label="3">
    <para> Stb. 2020, 118.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_514741ce-35f0-4d68-917f-4f79afe0f9fa" label="4">
    <para>ECLI:NL:RBOBR:2021:3820.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>