<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:5841</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-16T14:41:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 21 _ 2701</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:5841">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:5841</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-18T18:53:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:5841 Rechtbank Midden-Nederland , 22-11-2021 / AWB - 21 _ 2701</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:5841:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>PV mondelinge uitspraak. Pw. Regeling overbruggingsuitkeringen is verkeerd toegepast door verweerder. Eiseres kan hier geen verdere rechten aan ontlenen. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:5841:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 21/2701</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 november 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H. Kouw),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: P.J.M. Hendriks).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 27 november 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder besloten dat het restant van de overbruggingslening die was verstrekt op grond van de Participatiewet (Pw) kwijtgescholden wordt. Het bedrag dat eiser na 1 juli 2019 nog heeft betaald voor deze lening wordt verrekend met een andere lening voor inrichtingskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 7 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 november 2021, via een skypeverbinding. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dit betekent dat eiseres geen gelijk krijgt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    <para />
    <para>2. Eiseres voert aan dat de volledige overbruggingslening niet terugbetaald hoeft te worden. Uit gemeentelijk beleid blijkt namelijk dat die bijstand alleen om niet verstrekt kan worden. Omdat verweerder dit beleid toegepast heeft, mocht eiseres er op vertrouwen dat deze regeling op haar van toepassing was. Verweerder stelt zich hierover op het standpunt dat de beleidsregel over overbruggingsuitkeringen niet had mogen worden toegepast in deze zaak en het besluit dus een fout was. De regeling ziet alleen op de algemeen noodzakelijke kosten van bestaan en niet op de bijzondere bijstand. </para>
    <para />
    <para>3. In de beleidsregel Overbruggingsuitkeringen van 19 juli 2019 is bepaald dat geen overbruggingsuitkeringen voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan worden verstrekt. Mocht door bijzondere omstandigheden toch een overbruggingsuitkering hiervoor gegeven worden, dan wordt de bijstand verstrekt als algemene bijstand om niet.  </para>
    <para />
    <para>4. De beleidsregel van verweerder gaat alleen over het kwijtschelden van een bijstandslening, als deze lening voor de algemene noodzakelijke kosten van het bestaan is gegeven. Dit is bij eiseres niet het geval, omdat zij een renteloze lening in de vorm van bijzondere bijstand heeft gekregen om de eerste maand huur en de administratiekosten te kunnen betalen. Verweerder heeft in het geval van eiseres dus beleid toegepast waar dat niet had gemoeten. Nergens blijkt uit dat verweerder op basis van deze beleidsregel in soortgelijke situaties de (overbruggings)leningen voor bijzondere bijstand wel kwijtscheldt. Het was immers een fout van verweerder om deze beleidsregel te gebruiken in de situatie van eiseres. Daarnaast heeft verweerder in het primaire besluit al opgeschreven dat alleen een deel van het bedrag niet meer betaald hoefde te worden en heeft daarmee niet de indruk gewekt dat het volledige bedrag kwijtgescholden werd. Eiseres heeft door deze fout van verweerder een voordeel gekregen waar ze eigenlijk geen recht op had. De beroepsgrond slaagt niet.</para>
    <para />
    <para>5. Eiseres voert vervolgens aan dat de openstaande vordering niet verrekend mag worden met bijzondere bijstand. Een verrekening met een andere schuld is namelijk alleen mogelijk, wanneer deze uitkering vatbaar is voor beslag. Verweerder stelt zich hierover op het standpunt dat de lening ingehouden is op de bijstandsuitkering voor levensonderhoud en dat deze wel vatbaar is voor beslag. </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het overgebleven bedrag van de lening verrekend heeft met de andere lening van eiseres voor inrichtingskosten. Op basis van de artikel 48, vierde lid, van de Pw is verweerder bevoegd om de schuld van bijzondere bijstand te verrekenen met de algemene bijstand. Op 4 juli 2018 is bij besluit vastgesteld dat de lening van de bijzondere bijstand ingehouden wordt op de algemene bijstandsuitkering. Eiseres heeft geen bezwaar gemaakt tegen dit besluit, waardoor dit in rechte vaststaat. Verweerder mag daarom het resterende bedrag van de lening dat eiser al betaald heeft, gebruiken ter aflossing van de andere lening. De beroepsgrond slaagt niet.</para>
    <para />
    <para>7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Sneevliet, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. drs. N.L.K.J. Li, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op <?linebreak?>22 november 2021 en zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(de rechter is verhinderd deze uitspraak </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">te ondertekenen)		</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>