<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:5534</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-09T12:24:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 21 _ 1092</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:5534">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:5534</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-09T09:08:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:5534 Rechtbank Midden-Nederland , 11-11-2021 / AWB - 21 _ 1092</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:5534:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Participatiewet. Bijzondere bijstand voor een laptop. Het voldoen van kosten voor de aanvraag. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:5534:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 21/1092</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 november 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , te [woonplaats] , eiser</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigden: M. van Manen en I. Badrising).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 7 oktober 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser voor bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 26 januari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2021, via een skypeverbinding. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. Eiser heeft op 5 augustus 2020 een laptop, inktcartridges en een USB-stick gekocht en betaald. Op 31 augustus 2020 heeft eiser een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor deze kosten.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder verleent aan eiser geen bijzondere bijstand voor de genoemde kosten, omdat hij deze kosten al heeft gemaakt en voldaan voordat hij de aanvraag heeft ingediend. De kosten deden zich dus ten tijde van de aanvraag niet meer voor. </para>
    <para />
    <para>3. Eiser voert aan dat hij de kosten wegens bijzondere omstandigheden moest maken voordat hij de aanvraag om bijzondere bijstand kon indienen. Hij moest namelijk met spoed de laptop en bijbehorende spullen kopen, omdat hij in verband met een door verweerder opgelegde bijstandsverplichting zijn boedelscheiding moest regelen. Vanwege de coronamaatregelen kon eiser zelf niet naar buiten en moest die boedelscheiding, meer in het bijzonder het contact met zijn advocaat grotendeels digitaal plaatsvinden. Eisers zoon, die er tijdelijk was, heeft de spullen gekocht. </para>
    <para />
    <para>5. In artikel 35, eerste lid, van de Pw zijn de voorwaarden beschreven voor het recht op bijzondere bijstand. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) moet bij toepassing van dit artikel eerst beoordeeld worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de betrokkene noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Ten slotte dient de vraag te worden beantwoord of de kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.<footnote-ref linkend="_779b13dd-2cad-4d39-bb80-aa1fb35f29aa" /></para>
    <para />
    <para>6. Uit artikel 35, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 11, eerste lid, van de Pw, volgt dat in beginsel geen bijzondere bijstand kan worden verleend voor kosten waarin ten tijde van de aanvraag al is voorzien.  </para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht geen bijzondere bijstand heeft verleend aan eiser, omdat de kosten die hij heeft gemaakt zich ten tijde van de aanvraag niet meer voordeden. Eiser heeft de aanvraag immers op 31 augustus 2020 ingediend, terwijl de kosten zich hebben voorgedaan en door eiser zijn betaald op 5 augustus 2020. Volgens vaste rechtspraak van de CRvB heeft eiser dan geen recht op bijzondere bijstand voor deze kosten.<footnote-ref linkend="_79b0fc1b-37b9-4d98-8fbd-002bb17b5166" /> De omstandigheden die eiser heeft genoemd waardoor hij de kosten al moest maken voordat hij de aanvraag kon indienen, zijn niet relevant. Het gaat er namelijk om dat eiser zelf beschikte over de middelen om in de kosten te kunnen voorzien. </para>
    <para />
    <para>8. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Karman, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. drs. N.L.K.J. Li, griffier. De beslissing is uitgesproken op 11 november 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter		</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.</para>
  </section>
  <footnote id="_779b13dd-2cad-4d39-bb80-aa1fb35f29aa" label="1">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 27 januari 2015, ECLI:NL:CRvB:2015:168.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_79b0fc1b-37b9-4d98-8fbd-002bb17b5166" label="2">
    <para> Voetnoot 1. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>