<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:5465</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-04T14:34:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 21/1876 t/m UTR 21/1882</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:5465">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:5465</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-04T08:51:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:5465 Rechtbank Midden-Nederland , 08-11-2021 / UTR 21/1876 t/m UTR 21/1882</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:5465:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bezwaren n-o. Rechtbank onderschrijft opvatting van partijen dat eiser d.m.v. overzichtslijst tijdig bezwaar heeft ingediend en dat verweerder te laat op bezwaren heeft beslist. Beroep gegrond, dwangsom wegens niet tijdig beslissen..</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:5465:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: UTR 21/1876, 21/1877, 21/1878, 21/1879, 21/1880, 21/1881, 21/1882</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 november 2021 in de zaak tussen</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [eiser] uit [woonplaats] , eiser</title>
    <para>(gemachtigde: G. Gieben)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten &amp; hoogheemraadschap Utrecht</emphasis>, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">1.</emphasis>De beroepen van eiser zijn gericht tegen de uitspraak op bezwaar van 9 maart 2021. Hierin heeft verweerder de bezwaren van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat ze te laat zijn  ingediend. Verweerder heeft in de uitspraak beslist dat de door eiser op 10 april 2020 verzonden overzichtslijst niet als een bezwaarschrift kan worden aangemerkt. Tevens heeft verweerder in zijn uitspraak beslist dat hij aan eiser, die hem bij brief van 23 februari 2021 in gebreke heeft gesteld, geen dwangsom is verschuldigd. </para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2. </emphasis>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">3.</emphasis>De meervoudige kamer van de rechtbank heeft de zaken geagendeerd op de zitting van 11 november 2021. Partijen hebben er echter schriftelijk mee ingestemd om de zaken zonder zitting af te doen. De rechtbank heeft daarop bepaald dat een zitting achterwege blijft en de zaken terugverwezen naar de enkelvoudige kamer. Het onderzoek is gesloten op 1 november 2021. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">4.</emphasis>De beschikkingen waartegen de bezwaren zijn gericht zijn gedateerd 29 februari 2020 en zijn op de voorgeschreven wijze aan eiser bekendgemaakt. Dat betekent dat de bezwaartermijn van zes weken op 1 maart 2020 is aangevangen en dat de laatste dag waarop eiser bezwaar kon maken 12 april 2020 is. Eiser heeft op 10 april 2020 aangetekend een pakket naar verweerder verzonden, waarin opgenomen een overzichtslijst van alle ingediende bezwaren. In die overzichtslijst werden ook de bezwaren van eiser vermeld.</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">5.</emphasis>Partijen zijn het er inmiddels over eens dat eiser door middel van de overzichtslijst tijdig bezwaar heeft ingediend en dat verweerder te laat op de bezwaren heeft beslist. De rechtbank onderschrijft die opvatting.</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">6.</emphasis>Het beroep is gegrond. De uitspraak op bezwaar moet worden vernietigd. Verweerder moet, met inachtneming van deze uitspraak, opnieuw op de bezwaren beslissen. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken die begint nadat de termijn om hoger beroep in te stellen ongebruikt is verstreken of, als hoger beroep wordt ingesteld, nadat op het hoger beroep is beslist.  </para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">7.</emphasis>Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt. </para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">8. </emphasis>De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 799,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift met een waarde per punt van € 265,- en 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 534,-, met wegingsfactor 1). </para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">9. </emphasis>Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op de bezwaren van € 161,-.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart de beroepen gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt de uitspraak op bezwaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op om binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak gezag van gewijsde heeft gekregen, opnieuw op de bezwaarschriften te beslissen met inachtneming van wat de rechtbank in deze uitspraak heeft overwogen.;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 799,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 49,- aan eiser te vergoeden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder tot het betalen aan eiser van een dwangsom van € 161,-.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. P.M.J.H. Muijlaert, griffier. De beslissing is uitgesproken op 8 november 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>de griffier is verhinderd om<?linebreak?>de uitspraak te ondertekenen</para>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag waarop de uitspraak is verzonden hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Deze uitspraak is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>