<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:5167</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T04:37:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9356939 UC EXPL 21-5373</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>S&amp;E HW 2021/25, UDH:S&amp;E HW/51933 met annotatie van Suzanne Faber</rdf:li>
          <rdf:li>RVR 2022/7</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:5167">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:5167</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-19T10:25:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:5167 Rechtbank Midden-Nederland , 25-10-2021 / 9356939 UC EXPL 21-5373</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:5167:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Art. 7:253 BW: Wie moet er bij huurverhoging naar de huurcommissie?</para>
        <para>Huurder heeft sinds juli 2020 de huurprijsverhoging niet betaald. Hij heeft wel gereageerd op het voorstel tot huurverhoging maar geen bezwaar hiertegen gemaakt. De verhuurder heeft geen aangetekende herinnering gestuurd (lid 2 sub b van 7:253 BW). Volgens de verhuurder was dit niet nodig omdat vaststond dat het voorstel is ontvangen. Dat had kunnen leiden tot toepassing van lid 5 jo. lid 2 sub a van 7:253 BW, maar dan had de verhuurder binnen zes weken de huurcommissie om een uitspraak kunnen vragen. Omdat de verhuurder dit niet heeft gedaan, is de huurprijsverhoging niet tot stand gekomen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:5167:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9356939 UC EXPL  21-5373 PP/1211</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 3 november 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eisende partij] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>verder ook te noemen [eisende partij] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde partij]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verder ook te noemen [gedaagde partij] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de zaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eisende partij] heeft [gedaagde partij] gedagvaard voor de kantonrechter. [gedaagde partij] heeft op de dagvaarding gereageerd. De kantonrechter heeft besloten dat de zaak op een zitting verder besproken moet worden. [eisende partij] heeft, vóórdat de zaak met de kantonrechter is besproken, nog nadere stukken opgestuurd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zaak is bij de kantonrechter besproken op 18 oktober 2021. Daarvan heeft de griffier aantekeningen gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar het in deze procedure om gaat </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] huurt van [eisende partij] de woning aan de [adres] in [woonplaats] . De huur is (op dit moment) € 974,72 per maand en moet worden vooruitbetaald. [gedaagde partij] heeft een huurachterstand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eisende partij] vordert  kort gezegd betaling van de huurachterstand met rente en kosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] is het niet eens met de vordering omdat hij vindt dat er geen juridische grondslag is voor de huurverhoging per 1 juli 2020. [gedaagde partij] legt bewijzen over dat hij de huur zonder de verhoging wel steeds tijdig heeft voldaan. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eisende partij] noemt in de nagestuurde documenten een huurachterstand van € 395,18. Deze huurachterstand is berekend tot en met de maand oktober 2021. Partijen zijn het er over eens dat [eisende partij] de huur steeds tijdig heeft betaald en dat de gevorderde achterstand in zijn geheel bestaat uit niet-betaalde huurverhoging vanaf 1 juli 2020. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Artikel 7:253 van het Burgerlijk Wetboek (BW) regelt de gevolgen wanneer de huurder niet schriftelijk instemt met het door de verhuurder gedane huurverhogingsvoorstel. Afhankelijk van de omstandigheden is het de huurder of de verhuurder die het initiatief moet nemen om de huurverhoging voor te leggen aan de huurcommissie. In deze zaak heeft geen van beiden dat gedaan. Het antwoord op de vraag of de huurverhoging is ingegaan hangt in deze zaak af van wie de stap naar de huurcommissie had moeten zetten. De kantonrechter is van oordeel dat [eisende partij] dat had moeten doen. Omdat [eisende partij] dat niet heeft gedaan, is de huurverhoging niet ingegaan en wordt haar vordering afgewezen. De kantonrechter legt hierna uit waarom dat zo is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Op het huurverhogingsvoorstel van 28 april 2020 heeft [gedaagde partij] op 14 mei 2020 gereageerd. Die reactie kan volgens de kantonrechter niet gezien worden als bezwaar tegen de verhoging van de huur van [gedaagde partij] en is door [eisende partij] ook niet zo opgevat. De brief begint namelijk met de opmerking van [gedaagde partij] dat hij blij is dat de huur niet maximaal wordt verhoogd, waarna [gedaagde partij] zijn onvrede uit over de gevolgen van het politieke beleid met betrekking tot de huurprijzen. In deze procedure staat dus vast dat [gedaagde partij] geen schriftelijk bezwaar heeft gemaakt en de huurverhoging niet heeft betaald. Op grond van lid 2 van artikel 7:253 BW had [eisende partij] een aangetekende herinnering aan [gedaagde partij] moeten sturen, waarna het aan [gedaagde partij] was geweest om de huurcommissie om een uitspraak te vragen. Volgens [eisende partij] was een aangetekende herinnering niet nodig omdat vaststaat dat [gedaagde partij] het huurverhogingsvoorstel tijdig heeft ontvangen en gelezen. De kantonrechter volgt [eisende partij] daarin niet. Zonder aangetekende brief, wordt immers niet voldaan aan de voorwaarden van lid 3 dat bepaalt dat een huurverhogingsvoorstel waar niet mee wordt ingestemd, als overeengekomen kan worden beschouwd als een huurder daar tenminste een (aangetekende) herinnering voor heeft gekregen en de huurder dan niet zelf een verzoek doet bij de huurcommissie.</para>
        <para>Omdat vaststaat dat [gedaagde partij] het eerste voorstel heeft ontvangen, zou dit als aangetekend verzonden kunnen worden beschouwd. Maar in dat geval was het op grond van lid 5 jo. lid 2 sub a alsnog aan [eisende partij] om binnen 6 weken de huurcommissie om een uitspraak te vragen.  Nu zij dat niet heeft gedaan, is de huurprijsverhoging niet tot stand gekomen, zodat de vordering zal worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [eisende partij] moet de proceskosten van [gedaagde partij] betalen, omdat zij ongelijk heeft gekregen. De kosten van [gedaagde partij] worden begroot op nihil.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eisende partij] tot betaling van de proceskosten van [gedaagde partij] , begroot op nihil.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 november 2021, in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>