<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:5156</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T16:33:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/527297 / KL ZA 21-236</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RBP 2022/7</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:5156">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:5156</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-26T10:25:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:5156 Rechtbank Midden-Nederland , 26-10-2021 / C/16/527297 / KL ZA 21-236</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:5156:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gelegde beslagen worden opgeheven. Gedaagde partij heeft niets meer van de eisende partij te vorderen, maar weigert de beslagen op te heffen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:5156:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e36d3696-0e41-4008-bfb9-13c62efb70c4" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="308c5a04-4197-41a9-a7b8-6d522dab2430" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>handelskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/16/527297 / KL ZA 21-236</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 26 oktober 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser sub 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>2. <emphasis role="bold">[eiseres sub 2]</emphasis>,</para>
      <para>    beiden wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisers, hierna tezamen te noemen: [eisers c.s.] ,</para>
      <para>advocaat mr. M.G. Blokziel te Almere,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BOSS COMPANY B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Hilversum,</para>
      <para>gedaagde, hierna te noemen: Boss Company,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 13 september 2021 met producties,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling op 19 oktober 2021,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het tijdens de behandeling tegen Boss Company verleende verstek.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar gaat het om?</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eisers c.s.] wenst - kort gezegd - opheffing van de medio 2018 door Boss Company ten laste van [eisers c.s.] gelegde beslagen. De beslagen vloeien voort uit een geschil tussen partijen over de vraag of de door [eisers c.s.] met ingang van 1 december 2016 van Boss Company gehuurde woning gelegen aan de [adres 1] te [woonplaats] gebreken vertoonde en of [eisers c.s.] om die reden aanspraak had op een korting op de huur. Partijen hebben daar gerechtelijke procedures over gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Gelet op de aard van de vorderingen heeft [eisers c.s.] een voldoende spoedeisend belang om zijn vorderingen in kort geding te laten beoordelen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het door de kantonrechter van deze rechtbank tussen partijen gewezen vonnis van 9 januari 2019 (6889064 / MC EXPL 18-3653) is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij arrest van 25 mei 2021 gedeeltelijk bekrachtigd en vernietigd (200.257.998/02). Partijen hebben geen cassatie ingesteld, zodat het arrest in kracht van gewijsde is gegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [eisers c.s.] stelt onweersproken en (door overlegging van beide uitspraken en een betalingsbewijs) onderbouwd dat hij aan alle uit de rechterlijke uitspraken voorvloeiende verplichtingen heeft voldaan en dat [eisers c.s.] meer aan Boss Company betaald heeft dan waar hij toe gehouden is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Ook maakt [eisers c.s.] (op grond van het als productie 13 overgelegde uittreksel van het kadaster van 3 augustus 2021) aannemelijk dat het op 15 mei 2018 door Boss Company gelegde beslag op het woonhuis van [eisers c.s.] ( [adres 2] te [woonplaats] ) nog steeds staat ingeschreven. Verder stelt [eisers c.s.] onweersproken dat Boss Company weigert de door haar gelegde beslagen op te (doen) heffen en dat de beslag leggende deurwaarder niet in opdracht van [eisers c.s.] de gelegde beslagen kan opheffen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande komt de voorzieningenrechter het gevorderde niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt de vordering als volgt toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Boss Company zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eisers c.s.] worden begroot op:</para>
      <para>- betekening oproeping	€ 	125,09</para>
      <para>- griffierecht		309,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	656,00</emphasis></para>
      <para>Totaal	€ 	1.090,09</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>heft op het op 29 juni 2018 ten laste van [eisers c.s.] gelegde beslag op de onroerende zaak, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres 2] ,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>heft op de op 28 juni 2018 ten laste van [eisers c.s.] gelegde beslagen onder Van Lanschot Bankiers N.V. gevestigd te Den Bosch, mede kantoorhoudende te Amsterdam aan de Appololaan 150,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>heft op de op 28 juni 2018 ten laste van [eisers c.s.] gelegde beslagen onder de Coöperatieve Rabobank UA., gevestigd te Utrecht en mede kantoorhoudende te Amsterdam aan het Amstelplein 8, meer speciaal doch niet beperkt tot de navolgende rekeningen: [rekeningnummer] , [rekeningnummer] en [rekeningnummer] ,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>veroordeelt Boss Company in de proceskosten, aan de zijde van [eisers c.s.] tot op heden begroot op € 1.090,09, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van vijftiende dag na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>veroordeelt Boss Company in de na dit vonnis ontstane kosten. Deze kosten worden begroot op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>€ 163,00 aan salaris advocaat, onder de voorwaarde dat Boss Company niet binnen 14 dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de voldoening,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>op € 85,00 aan salaris advocaat alsmede de explootkosten van betekening van dit vonnis, indien vervolgens betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de voldoening,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. F.C. Burgers en in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2021.<footnote-ref linkend="_4320be5a-11d0-4add-a0bf-a99a549138f2" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_4320be5a-11d0-4add-a0bf-a99a549138f2" label="1">
    <para>type: TS (4428)</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>