<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:5113</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-20T09:05:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR 21/2490</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:5113">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:5113</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-19T10:45:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:5113 Rechtbank Midden-Nederland , 18-10-2021 / UTR 21/2490</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:5113:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd. Vergunningvoorschriften. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:5113:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
      <para>zaaknummers: UTR 21/2490</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 oktober 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , uit [woonplaats] , eiser,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten &amp; hoogheemraadschap Utrecht, </emphasis>verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting ( de naheffingsaanslag) ten bedrage van € 63,50 opgelegd wegens het parkeren met een auto, kenteken [kenteken] ,  op 25 januari 2021 om 21:32 uur op een zogenaamde gefiscaliseerde parkeerplaats in de [locatie] te [plaats] , zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de uitspraak van 26 april 2021 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben er schriftelijk mee ingestemd om de zaak zonder zitting af te doen. De rechtbank heeft bepaald dat een zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten op 18 oktober 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser op de datum en het tijdstip waarop de naheffingsaanslag betrekking heeft, stond geparkeerd op een zogenaamde gefiscaliseerde parkeerplaats.</para>
    <para />
    <para>2. Eiser voert aan dat hij over een parkeervergunning beschikt. Op 25 januari 2021 was zijn auto naar de garage en beschikte hij over een vervangende auto. Hij had een briefje achter de voorruit gelegd met de mededeling dat er sprake was van een vervangende auto en dat hij beschikte over een parkeervergunning voor zijn eigen auto, met vermelding van het kenteken.</para>
    <para />
    <para>3. Verweerder voert aan dat in de vergunningvoorschriften voor de parkeervergunning is aangegeven dat bij een vervangende auto het kenteken moet worden aangepast. Dit kan zowel digitaal als telefonisch. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de gebruiker van de parkeervergunning om het juiste kenteken tijdig te registreren.  </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht heeft opgelegd. Eiser heeft verzuimd om het kenteken van de vervangende auto door te geven. Daarmee heeft hij niet voldaan aan de vergunningvoorschriften en is de verschuldigde parkeerbelasting niet voldaan. Eiser vindt dat van hem niet kan worden verwacht dat hij er zich telkens van vergewist of er veranderingen zijn in de gemeentewet of het parkeerbeleid. De rechtbank is van oordeel dat van hem wel kan worden verwacht dat hij zich op de hoogte stelt van de voorwaarden die zijn verbonden aan de door hem aangevraagde parkeervergunning.</para>
    <para />
    <para>5. Eiser verzoekt de rechtbank om kwijtschelding van de naheffingsaanslag of in ieder geval een significante vermindering. Anders dan eiser veronderstelt is de rechtbank niet bevoegd de naheffingsaanslag kwijt te schelden of te verminderen. De rechtbank is slechts bevoegd om de rechtmatigheid van de naheffingsaanslag te toetsen. </para>
    <para />
    <para>6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <?linebreak?>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr. P.M.J.H. Muijlaert, griffier. De beslissing is uitgesproken op 18 oktober 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. <?linebreak?>de griffier is verhinderd om<?linebreak?>de uitspraak te ondertekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>