<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:5071</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-22T10:31:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-03-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr"> UTR 19/5033-V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:5071">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:5071</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-22T10:30:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:5071 Rechtbank Midden-Nederland , 25-03-2021 /  UTR 19/5033-V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:5071:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:5071:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND </bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 19/5033-V </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2021 op het verzet van </bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [opposant], te [woonplaats], opposant,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: J.A. Dijst).  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposant heeft beroep ingediend op 13 november 2019 tegen het besluit op bezwaar van </para>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere (het college). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de uitspraak van 27 oktober 2020 heeft de rechtbank verklaard het beroep </para>
      <para>niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposant heeft tegen deze uitspraak een verzetschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zitting heeft plaatsgevonden op 17 maart 2021. Opposant is verschenen, samen met zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college is niet verschenen met bericht van verhindering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank heeft de uitspraak van 27 oktober 2020 gedaan zonder dat zij een zitting heeft gehouden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is. </para>
    <para />
    <para>2. In deze verzetsprocedure is de beoordeling van de rechtbank beperkt tot de vraag of de uitspraak van de rechtbank van 27 oktober 2020 in stand kan blijven. Zo ja, dan is het verzet ongegrond en blijft de eerdere uitspraak in stand. Zo nee, dan is het verzet gegrond en vervalt de eerdere uitspraak. </para>
    <para />
    <para>3. Opposant geeft in zijn verzetschrift en ter zitting aan dat hij het niet eens is met de uitspraak van de rechtbank van 27 oktober 2020 omdat er geen zitting is gehouden. Verder stelt opposant dat het college tot op heden nooit inhoudelijk heeft gereageerd op de verzoeken van opposant van 2 november 2018 en 17 december 2018. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank geeft opposant geen gelijk. Zoals in rechtsoverweging 1 van deze uitspraak staat kan de rechtbank, als er over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is, zonder een zitting te houden uitspraak doen. Dat is hier het geval. De rechtbank legt hierna uit waarom zij dat vindt. </para>
    <para />
    <para>5. Opposant heeft op de zitting toegelicht dat hij met zijn verzet wil bereiken dat de rechtbank zijn zaken over de bijstandsuitkering en de uitschrijving uit het bevolkingsregister alsnog inhoudelijk behandelt. Zoals op de zitting besproken kan de rechtbank een zaak alleen inhoudelijk behandelen als er op tijd beroep is ingesteld tegen een voor beroep vatbaar besluit. Om vast te kunnen stellen dat er sprake is van zo’n besluit, moet iemand die in beroep gaat het besluit waar hij het niet mee eens is aan de rechtbank sturen. Opposant heeft dit niet gedaan toen de rechtbank daarom vroeg. Bovendien heeft hij op de zitting verklaard dat hij niet weet of die besluiten er wel zijn. Hij heeft inmiddels wel een reactie gekregen op de brieven van 2 november 2018 en 17 december 2018, maar dat zijn geen besluiten waartegen opposant in beroep kan bij de rechtbank. De rechtbank weet dus niet met welke besluiten opposant het niet een is. Dit was ook al het geval toen de rechtbank de beslissing op 27 oktober 2020 nam. De rechtbank heeft daarom terecht geen zitting gehouden en het beroep van opposant niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    <para />
    <para>6. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van </para>
    <para>27 oktober 2020 in stand blijft. </para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>K.F.K. Hoogbruin, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is uitgesproken op 25 maart 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep. </title>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>