<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:4760</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-06T10:38:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/16/525000 / KL ZA 21-186 (kop-staartvonnis)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:4760">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:4760</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-06T10:22:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:4760 Rechtbank Midden-Nederland , 06-10-2021 / C/16/525000 / KL ZA 21-186 (kop-staartvonnis)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:4760:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Beëindiging maatschap, afwikkeling, ordemaatregel.</para>
        <para>Schriftelijke uitwerking zie ECLI:NL:RBMNE:2021:5056</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:4760:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ca6c0a54-a624-4698-9ea5-0e42c1e1e8bc" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f896bc05-830c-4609-8735-5971d941289b" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>handelskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/16/525000 / KL ZA 21-186</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 6 oktober 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser sub 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>2.	de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser sub 2] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eisers in conventie,</para>
      <para>verweerders in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. E.H.J. aan de Stegge te 's-Gravenhage,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiser in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. D.H.J. Hooreman te Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eisers c.s.] en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij dagvaarding, met producties, van 26 juli 2021 is [gedaagde] opgeroepen voor de terechtzitting van 5 augustus 2021. [gedaagde] heeft een conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ter zitting is [eiser sub 1] , in persoon en als bestuurder van [eiser sub 2] B.V., verschenen met zijn advocaat. [gedaagde] is in persoon verschenen met zijn advocaat. Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De behandeling ter zitting is aangehouden om een minnelijke regeling te beproeven. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal op gesteld. Dit proces-verbaal is op 9 augustus 2021 aangevuld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft op 8 september 2021 verzocht om voortzetting van de mondelinge behandeling. [eiser sub 1] heeft hier bezwaar tegen gemaakt.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling is voortgezet op 29 september 2021. Ter zitting is [eiser sub 1] , in persoon en als bestuurder van [eiser sub 2] B.V., verschenen met zijn advocaat. [gedaagde] is in persoon verschenen met zijn advocaat. Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>
        [eiser sub 1] heeft een akte vermeerdering van eis in conventie, met producties genomen. Op 28 september 2021 heeft hij aanvullende producties ingediend. [gedaagde] heeft een akte wijziging van eis in reconventie, met producties, genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8.</nr>
      <para>De beslissing luidt zoals hieronder is bepaald. Aan partijen is ter zitting meegedeeld dat de nadere schriftelijke uitwerking van dit vonnis op een termijn van uiterlijk twee weken zal volgen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>geeft de volgende onmiddellijke voorziening:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In conventie:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>verbiedt [gedaagde] om, nadat één dag na betekening van het vonnis zal zijn verstreken, gedurende een periode van drie maanden het praktijkpand van de Maatschap [maatschap] aan de [adres] te [vestigingsplaats] te betreden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per overtreding tot een maximum van € 25.000,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>verbiedt [gedaagde] om na betekening van het vonnis gedurende een periode van drie maanden direct of indirect, mondeling, schriftelijk, telefonisch, langs elektronische weg of langs welke weg ook, contact te onderhouden met medewerkers, patiënten en/of zakelijke relaties van de Maatschap [maatschap] , zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per overtreding tot een maximum van € 25.000,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten, aan de zijde van [eisers c.s.] tot op heden begroot op € 1.804,39, waaronder begrepen € 1.016,00 aan salaris advocaat;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten die zijn ontstaan na dit vonnis, begroot op</para>
      <para>- € 163,00 € 163,00 aan salaris advocaat, als niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis is voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na die aanschrijving tot de dag van betaling</para>
      <para>en</para>
      <para>- € 85,00 € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van dit vonnis, als er vervolgens betekening heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot de dag van betaling;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6</nr>
      <parablock>
        <para>wijst het meer of anders gevorderde af;</para>
        <para>In reconventie:</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten, aan de zijde van [eisers c.s.] tot op heden begroot op nihil.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. de Beaufort en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2021.<footnote-ref linkend="_b559e6f2-3765-42c9-9d68-ca3889946605" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_b559e6f2-3765-42c9-9d68-ca3889946605" label="1">
    <para>type: </para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>