<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:3868</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-16T14:44:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/312903-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:3868">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:3868</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-16T14:02:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:3868 Rechtbank Midden-Nederland , 16-08-2021 / 16/312903-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:3868:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Midden-Nederland heeft een man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 120 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 41 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, omdat hij 4 willekeurige vrouwen in Utrecht heeft mishandeld. Aan de proeftijd worden bijzondere voorwaarden gekoppeld, waaronder de verplichting zich te laten behandelen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:3868:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 16/312903-20 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 16 augustus 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold caps"> ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1991] te [geboorteplaats] (Groot-Brittanië),</para>
      <para>wonende aan de [adres] te [woonplaats] , </para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ONDERZOEK TER TERECHTZITTING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 augustus 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is niet ter zitting verschenen. De raadsman van verdachte, mr. W.J. Ausma, advocaat te Utrecht, heeft verklaard dat hij door verdachte bepaaldelijk is gemachtigd om hem te vertegenwoordigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie, mr. A.P. Altena, en van hetgeen de raadsman namens verdachte naar voren heeft gebracht. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>TENLASTELEGGING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>op 7 juli 2020 te Utrecht [slachtoffer 1] heeft mishandeld door met een elleboog in de buik van die [slachtoffer 1] te duwen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>op 4 augustus 2020 te Utrecht [slachtoffer 2] heeft mishandeld door in het gezicht van die [slachtoffer 2] te slaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>op 8 augustus 2020 te Utrecht [slachtoffer 3] heeft mishandeld door op het hoofd van die [slachtoffer 3] te slaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit 4</emphasis>
      </para>
      <para>op 22 augustus 2020 te Utrecht [slachtoffer 4] heeft mishandeld door op het hoofd van die [slachtoffer 4] te slaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit 5</emphasis>
      </para>
      <para>op 4 december 2020 te Utrecht [slachtoffer 5] heeft mishandeld door meermalen tegen een been van die [slachtoffer 5] te trappen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>VOORVRAGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>WAARDERING VAN HET BEWIJS</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1 en 3 ten laste gelegde. Verdachte heeft in het verhoor bij de rechter-commissaris weliswaar ‘ja’ geantwoord op de vraag of hij verantwoordelijk is voor de vijf mishandelingen, maar uit het dossier blijkt verder dat verdachte dit feit niet zozeer heeft bekend, maar alleen zegt dat hij door zijn psychische problematiek soms willekeurige mensen  slaat en dat dit meisje hier dan toevallig het slachtoffer van is geworden. Weliswaar zegt de moeder van het slachtoffer dat ze verdachte herkent op de beelden die zijn vrijgegeven aan de media maar dat is maanden nadat het feit heeft plaatsgevonden. Verder stelt de raadsman zich op het standpunt dat er voor feit 3 onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. Verdachte heeft wel verklaard dat dit gebeurd zou kunnen zijn door zijn psychische problematiek, maar hij heeft vanwege die problematiek ten onrechte belastende informatie gegeven. Hij dacht namelijk passende hulp te krijgen in ruil voor een bekentenis. Verder biedt het dossier geen ondersteunend bewijs, in de vorm van bijvoorbeeld camerabeelden of getuigenverklaringen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Vrijspraak feit 1</emphasis>
          </para>
          <para>Op 21 juli 2020 heeft [slachtoffer 1] (toen 13 jaar oud) aangifte gedaan van een incident op 7 juli 2020. [slachtoffer 1] liep met haar moeder over het Janskerkhof in Utrecht waarbij een man hen tegemoet kwam lopen. Hij maakte met zijn elleboog een beweging waardoor deze met kracht in haar buik terecht kwam. De moeder van aangeefster, die getuige was van het incident, heeft verklaard dat zij de persoon die haar dochter zou hebben mishandeld herkent op de beelden die in de media zijn vrijgegeven van het incident op de Nobelstraat (feit 2). Zij herkent hem aan ‘de stand van zijn ogen en de donkere blik van de man’. Bij de rechter-commissaris zegt verdachte ‘ja’ als hem wordt voorgehouden dat hij bij de politie zou hebben gezegd dat hij vijf mishandelingen heeft gepleegd. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank stelt vast dat het dossier daarmee voldoende wettig bewijs bevat tegen verdachte, maar heeft desondanks niet de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde feit  heeft begaan. De rechtbank overweegt daarbij dat bij de hierna te bespreken bewezen te verklaren feiten dezelfde werkwijze oftewel modus operandi is gebruikt. Verdachte zit telkens op zijn fiets als hij uit het niets willekeurige jonge vrouwen slaat. Deze vrouwen zitten in die gevallen ook op de fiets. Bij het onderhavige feit was dat niet het geval. Het betrof hier een jonger meisje en zowel het meisje als degene die de elleboogstoot uitdeelde waren te voet. De kenmerken waaraan de getuige verklaart verdachte te herkennen, zijn niet heel specifiek. Hetzelfde geldt voor de door verdachte bij de rechter-commissaris afgelegde verklaring. De rechtbank heeft dan ook niet de overtuiging bekomen dat het niet anders kan zijn dan dat het verdachte is geweest die aangeefster in haar buik heeft geduwd. Gelet op deze twijfel spreekt de rechtbank verdachte vrij van het onder feit 1 ten laste gelegde. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2.</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsmiddelen feit 2 tot en met 5</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 2, feit 4 en feit 5</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte heeft de ten laste gelegde feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met onderstaande opsomming van de bewijsmiddelen<footnote-ref linkend="_c915ca35-34a8-4102-91c7-ae0ab662116c" />:</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit 2</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>een proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 2] , van 10 augustus 2020, pagina 5 tot en met 7;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>een proces-verbaal van verhoor van verdachte, van 12 december 2020, pagina 66.</para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 4</emphasis>
        </para>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>een proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 4] , van 22 augustus 2020, pagina 123  en  124;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>een proces-verbaal van verhoor van verdachte, van 12 december 2020, pagina 74.</para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 5</emphasis>
        </para>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>een proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 5] , van 13 december 2020, pagina 98  en  99;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>een proces-verbaal van verhoor van verdachte, van 12 december 2020, pagina 74.</para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold italic">Feit 3</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_aacc2155-75b1-417f-b05f-9c6adbbd6e44" />
          </para>
          <para>
            <emphasis role="underline">De aangifte van [slachtoffer 3]</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_38f0c31c-fa65-466d-a849-0dc480a9be82" />
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…) . </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Op  zaterdag 8 augustus omstreeks 07.45 uur fietste ik op de Kanaalstraat te Utrecht(…)</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ter hoogte van de eetzaak ?Yunak? kwam er een onbekende man naast mij fietsen.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…)Tijdens de oversteek werd ik met vlakke hand tegen mijn achterhoofd geslagen, waarna de man snel linksaf de Amsterdamsestraatweg op fietste (…).</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">De klap gaf een scherpe pijn.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ik kan de man als volgt omschrijven </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Signalement : De man is, gebaseerd op de dames fiets waar hij op fietst, zeker niet </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">heel lang. Zijn leeftijd durf ik niet te schatten, maar hij is zeker niet oud. Het </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">gaat om een licht getinte man, dit zou zowel een lichtgekleurde buitenlandse afkomst </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">kunnen zijn, maar ook een behoorlijk gebruinde blanke man. Hij heeft zwart/donker </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">kort haar/ baardstoppels. Hij droeg een licht gekleurd gerafeld petje en was </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">gekleed in een dik vest met grijze mouwen en zwarte schoenen. De man fietste op een </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">donkere damesfiets met donkere fietstassen.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">De verklaring van verdachte bij de politie</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_82830ccb-340b-49ed-9a38-ab87eb05281c" />
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…)O: Op zaterdag 8 augustus 2020 rond 07:45 uur fietst er een meisje over de </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Kanaalstraat in Utrecht. Zij geeft aan dat er een onbekende man naast haar komt </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">fietsen en haar uit het niets op haar achterhoofd slaat. Ze geeft hierbij een </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">signalement op dat overeen komt met jouw signalement. </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">V: Wat kun je hierop verklaren? </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">A: Ja, door mijn psychische ziekte.(…)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.3.</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsoverweging feit 3</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat dat uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte degene is geweest die aangeefster [slachtoffer 3] heeft mishandeld op 8 augustus 2020. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            [slachtoffer 3] heeft aangifte gedaan en daarbij een signalement gegeven van de dader. Het door [slachtoffer 3] opgegeven signalement  komt op essentiële punten overeen met het signalement (van verdachte) bij de feiten 2, 4 en 5en er is sprake van een zelfde modus operandi. Willekeurige jonge vrouwen worden al fietsend uit het niets geslagen of geschopt door een man op een damesfiets met twee fietstassen. Dat ook aangeefster [slachtoffer 3] spreekt van ‘een man op een donkere damesfiets met donkere fietstassen’, draagt dan ook bij aan de overtuiging dat het verdachte is geweest die haar heeft geslagen. Verdachte heeft bij de politie ook bekend dat hij [slachtoffer 3] heeft mishandeld. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze bekennende verklaring van verdachte te twijfelen. Uit het dossier blijkt – anders dan de raadsman suggereert – niet dat deze verklaring van verdachte onder dwang of misleiding is afgelegd. De rechtbank gebruikt deze bekentenis van verdachte daarom ook voor het bewijs.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>BEWEZENVERKLARING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>op 4 augustus 2020 te Utrecht  [slachtoffer 2] heeft mishandeld door tegen het gezicht van die [slachtoffer 2] te slaan</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>op 8 augustus 2020 te Utrecht  [slachtoffer 3] heeft mishandeld door tegen het achterhoofd van die [slachtoffer 3] te slaan</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 4</emphasis>
      </para>
      <para>op 22 augustus 2020 te Utrecht  [slachtoffer 4] heeft mishandeld door tegen het voorhoofd van die [slachtoffer 4] te slaan</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 5</emphasis>
      </para>
      <para>op 4 december 2020 te Utrecht  [slachtoffer 5] heeft mishandeld door meermalen tegen een  been van die [slachtoffer 5] te trappen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 2 tot en met 5: <emphasis role="italic">telkens mishandeling</emphasis></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>OPLEGGING VAN STRAF </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:</para>
        <para>-	een gevangenisstraf van 5 maanden, met aftrek van het voorarrest, onder opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft de rechtbank verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de psychische achtergrond van verdachte, ongeacht het uiteindelijke aantal bewezenverklaarde mishandelingen. Verdachte heeft te kampen met onder andere sociaal isolement, stress gerelateerde klachten en hij heeft een zwakke emotionele gesteldheid. Dit duidt op mentale problematiek en die problematiek heeft invloed op het handelen van verdachte. De verdediging stelt daarom dat verdachte (licht) verminderd toerekeningsvatbaar is en dat zou van invloed moeten zijn op de eventueel op te leggen straf. Bovendien heeft verdachte spijt betuigd en is hij vooral gebaat bij passende zorg en hulp. De verdediging verzoekt de rechtbank, gezien bovengenoemde factoren, een gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest met daarnaast een  voorwaardelijke deel met daarbij reclasseringstoezicht en een behandelverplichting bij de Waag om recidive te voorkomen. De raadsman vraagt om opheffing van de voorlopige hechtenis bij einduitspraak </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ernst van het feit </emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich in de periode tussen 4 augustus 2020 en 4 december 2020 schuldig gemaakt aan mishandeling van meerdere vrouwen. De slachtoffers zijn telkens willekeurige vrouwen en er bestond geen enkele aanleiding voor het begaan van deze feiten. Verdachte heeft met dit gewelddadig handelen een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Naast de impact die ieder incident op het slachtoffer en de directe omstanders zal hebben gehad, wakkeren dergelijke feiten ook gevoelens van onveiligheid en onrust in de samenleving aan, nu deze mishandelingen hebben plaatsgevonden op klaarlichte dag, op de openbare weg en er geen enkele aanleiding was om juist deze slachtoffers te mishandelen. De rechtbank rekent dit alles verdachte aan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De persoon van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft kennis genomen van het op naam van verdachte staand uittreksel justitiële documentatie van 28 juni 2021, waaruit blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder  is veroordeeld. Ook heeft de rechtbank kennis genomen van het uittreksel uit het European Criminal Records Information System (ECRIS) van 22 december 2020, waaruit blijkt dat verdachte in Groot-Brittannië  herhaaldelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij haar beslissing heeft de rechtbank verder rekening gehouden met het rapport van het psychologisch onderzoek van 27 mei 2021, opgesteld door psycholoog J.M. Oudejans en het reclasseringsrapport van 14 juli 2021, opgesteld door reclasseringswerker M. van der Spek. Uit het psychologisch onderzoek komt onder meer naar voren dat verdachte zichzelf van meet af aan als psychiatrisch patiënt presenteert en vindt dat hij niet (volledig) verantwoordelijk kan worden gehouden voor de tenlastegelegde feiten. Zijn houding en handelingen roepen voor de psycholoog wel de vraag op of verdachte een ziekte simuleert dan wel de ernst daarvan overdrijft. Uit de forensisch-psychologische beschouwing blijkt  dat de antwoorden van verdachte op vragen van de psycholoog naar de ziektebeelden summier waren en weinig verdieping en inzicht gaven in de aandoening waaraan hij zegt te lijden. Het onderzoek is daardoor te beperkt  gebleven om een uitspraak te kunnen doen over de aanwezigheid van een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens. Daarom zijn er geen gronden om enige vermindering van de toerekenbaarheid vast te stellen en kan de psycholoog  geen uitspraak doen over het recidiverisico of  over een mogelijke behandeling. Uit het reclasseringsrapport blijkt dat verdachte gemotiveerd is voor begeleiding en behandeling en tot op heden medewerking aan het vanaf de schorsing van zijn voorlopige hechtenis ingezette traject. Inmiddels heeft een intake plaatsgevonden bij De Waag. De reclassering adviseert daarom een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden in de vorm van een meldplicht bij de Reclassering en een ambulante behandeling bij De Waag of soortgelijke zorgverlener. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De straf</emphasis>
        </para>
        <para>Het feit dat willekeurige slachtoffers vanuit het niets werden geslagen of getrapt bracht zoveel maatschappelijke onrust en angst met zich mee dat de politie zich genoodzaakt zag een oproep te doen in de media en de beelden van verdachte te publiceren. Dat maakt dat de mishandelingen in deze zaak een heel ander karakter hebben dan de mishandelingen waar de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) op zien. Om die reden zal de rechtbank deze in dit geval niet  als uitgangspunt nemen bij het bepalen van de straf. De rechtbank acht aan de hand van het psychologisch onderzoek verdachte volledig toerekeningsvatbaar. Hoewel het gedrag van verdachte vreemd te noemen is heeft de rechtbank niet vast kunnen stellen dat een ziekte of gebrekkige ontwikkeling daarvan de oorzaak is en de feiten daardoor niet of in verminderde mate aan verdachte kunnen worden toegerekend. Gezien de ernst van de feiten en de documentatie van verdachte vindt de rechtbank een taakstraf niet passend en is een (deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Alles afwegende veroordeelt de rechtbank verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 41 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren waaraan bijzondere voorwaarden zijn verbonden. Met het voorwaardelijk strafdeel beoogt de rechtbank niet alleen verdachte ervan te weerhouden nogmaals strafbare feiten te plegen, maar ook een passende behandeling voor verdachte zodat hij meer inzicht krijgt in zijn gedrag en vaardigheden aanleert om in de toekomst anders te handelen. De bijzondere voorwaarden bestaan uit een meldplicht bij de Reclassering en een ambulante behandeling. Het voorgaande betekent dat, gelet op het voorarrest, verdachte op dit moment geen verdere gevangenisstraf hoeft te ondergaan. De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis daarom af. </para>
        <para>Het - al geschorste - bevel voorlopige hechtenis wordt opgeheven. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>BESLAG</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat het paar handschoenen en de jas teruggegeven worden aan verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft geen opmerkingen gemaakt over het beslag.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal bevelen dat het paar handschoenen en de jas worden teruggegeven aan de rechthebbende, te weten verdachte. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>BESLISSING</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- Spreekt verdachte vrij van het onder feit 1 tenlastegelegde;</para>
    <bridgehead role="italic">Bewezenverklaring </bridgehead>
    <para>- verklaart het onder feit 2 tot en met feit 5 ten laste gelegde feit bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; </para>
    <para>- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; </para>
    <bridgehead role="italic">Strafbaarheid</bridgehead>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde feit strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; </para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar; </para>
    <bridgehead role="italic">Oplegging straf</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- 	</emphasis>veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 120 (honderdtwintig) dagen;</emphasis></para>
    <para>- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht</para>
    <para>- bepaalt dat van de gevangenisstraf <emphasis role="bold">een gedeelte van 41 (éénenveertig) dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd</emphasis>, tenzij de rechter anders gelast op grond van het feit dat verdachte de voorwaarden niet heeft nageleefd;</para>
    <para>- heft op het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis;</para>
    <para>- stelt voor de hierna te noemen voorwaarden een proeftijd van 2 jaren vast;</para>
    <para>- als <emphasis role="underline">algemene voorwaarden</emphasis> gelden dat verdachte: </para>
    <parablock>
      <para>* 	zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
      <para>* 	ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
      <para>* 	medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen; </para>
    </parablock>
    <para>- stelt als <emphasis role="underline">bijzondere voorwaarden</emphasis> dat verdachte gedurende de proeftijd:</para>
    <parablock>
      <para>*   <emphasis role="underline">meldplicht bij de reclassering</emphasis></para>
      <para>zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland op het adres Zwarte Woud 2 te Utrecht meldt. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;</para>
      <para>*   <emphasis role="underline">ambulante behandeling</emphasis></para>
      <para>zich laat behandelen door De Waag Utrecht of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- beveelt de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten 2 STK Handschoenen (één paar) en 1 STK jas aan de rechthebbende, te weten verdachte.  </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.P. Schotman, voorzitter, mrs. I.J.B. Corbeij en N.M. Spelt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.V.S. Adriaanse, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 augustus 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">mrs. I.J.B. Corbeij en N.M. Spelt zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> 1 </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 7 juli 2020 te Utrecht </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [slachtoffer 1] heeft mishandeld door (met kracht) met een elleboog in/tegen de buik, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">althans tegen het lichaam, van die [slachtoffer 1] te duwen en/of slaan; </emphasis>
      </para>
      <para>( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2 </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 4 augustus 2020 te Utrecht </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [slachtoffer 2] heeft mishandeld door in/tegen het gezicht van die [slachtoffer 2] te </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">stompen/slaan;  </emphasis>
      </para>
      <para>( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3 </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 8 augustus 2020 te Utrecht </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [slachtoffer 3] heeft mishandeld door op/tegen het (achter)hoofd van die [slachtoffer 3] te </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">slaan;  </emphasis>
      </para>
      <para>( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4 </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 22 augustus 2020 te Utrecht </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [slachtoffer 4] heeft mishandeld door op/tegen het (voor)hoofd van die [slachtoffer 4] te </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">stompen/slaan;  </emphasis>
      </para>
      <para>( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5 </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 4 december 2020 te Utrecht </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [slachtoffer 5] heeft mishandeld door meermalen, althans eenmaal, tegen een </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">been van die [slachtoffer 5] te schoppen/trappen;  </emphasis>
      </para>
      <para>( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_c915ca35-34a8-4102-91c7-ae0ab662116c" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0900-2020252959, PL0900-2020272923 en PL0900-2020395262 opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 130. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aacc2155-75b1-417f-b05f-9c6adbbd6e44" label="2">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0900-2020396678, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 130. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_38f0c31c-fa65-466d-a849-0dc480a9be82" label="3">
    <para> Een proces-verbaal van aangifte van 8 december 2020, pagina 127 tot en met129.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_82830ccb-340b-49ed-9a38-ab87eb05281c" label="4">
    <para>Een proces-verbaal van verhoor van verdachte van 12 december 2020, pagina 74.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>