<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBMNE:2021:3616</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-29T14:32:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Midden-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Midden-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">UTR - 21 _ 818</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:3616">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:3616</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-29T14:30:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:3616 Rechtbank Midden-Nederland , 30-07-2021 / UTR - 21 _ 818</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBMNE:2021:3616:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>PV mondelinge uitspraak; kindgebonden budget 2015; valt niet onder de werkingssfeer van de hersteloperatie om voor automatische toekenning kgb in aanmerking te komen; aanvraag is te laat ingediend; ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBMNE:2021:3616:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: UTR 21/818</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juli 2021 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] te [woonplaats] , eiseres</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Belastingdienst/Toeslagen, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigden: L.J.F. Peerdeman en A.R. Sheikchote ).<?linebreak?></para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 2 november 2020 (primair besluit) heeft verweerder het verzoek van eiseres om toekenning van kindgebonden budget over 2015 en het eerste kwartaal van 2016 gedeeltelijk toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 29 december 2020 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 30 juli 2021 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door de heer [A] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    <para />
    <para>2. Op 25 september 2020 heeft eiseres, naar aanleiding van een hersteloperatie kindgebonden budget van verweerder met betrekking tot de periode 2013 – 2017, een aanvraag ingediend om (ambtshalve) toekenning van het kindgebonden budget over 2015 en het eerste kwartaal van 2016. Deze zaak ziet uitsluitend op de aanvraag voor het kindgebonden budget over 2015. </para>
    <para />
    <para>3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de aanvraag van eiseres om toekenning van het kindgebonden budget over 2015 afgewezen. Eiseres valt niet binnen de kaders van de hersteloperatie van verweerder. Eiseres komt namelijk niet in aanmerking voor een automatische toekenning van het kindgebonden budget op grond van artikel 5, tweede lid, van de Wet op het kindgebonden budget (Wkgb). Daarnaast heeft eiseres te laat de aanvraag voor 2015 ingediend. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het verzoek van eiseres om toekenning van kindgebonden budget over 2015 terecht heeft afgewezen. </para>
    <para />
    <para>5. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres niet binnen de werkingssfeer van de hersteloperatie kindgebonden budget<footnote-ref linkend="_53a76afc-f2bd-43d7-bcf5-3e3732332d34" /> valt. Verweerder heeft met de door hem in de stukken en ter zitting genoemde kamerstukken en brieven<footnote-ref linkend="_14de63a0-1b4c-4971-82fe-dadae699d88a" /> aangetoond dat de hersteloperatie alleen is bedoeld voor mensen die over de berekeningsjaren 2013 tot en met 2017 recht hebben op automatische toekenning van kindgebonden budget. Om automatisch kindgebonden budget toegekend te krijgen is op grond van artikel 5, tweede lid, van de Wkgb vereist dat diegene over het betreffende berekeningsjaar aanspraak heeft op  kindgebonden budget (en dus onder meer verzekerde is in de zin van de wet Algemene Kinderbijslagwet) en over dat jaar in aanmerking komt voor een andere tegemoetkoming waarvan de uitvoering is opgedragen aan verweerder. Niet in geschil is dat eiseres over het berekeningsjaar 2015 niet in aanmerking kwam voor een andere tegemoetkoming. Daarmee staat vast dat eiseres niet aan de vereisten uit artikel 5, tweede lid, van de Wkgb voldeed en in het verlengde daarvan, dat zij niet onder de werkingssfeer van de hersteloperatie valt. </para>
    <para />
    <para>6. Verweerder heeft zich ook terecht op het standpunt gesteld dat de aanvraag van eiseres te laat is ingediend en dat zij ook daarom niet in aanmerking komt voor kindgebonden budget over 2015. Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Awir moet een aanvraag om een tegemoetkoming met betrekking tot een berekeningsjaar tot 1 september van het jaar volgend op het berekeningsjaar worden ingediend bij verweerder. Deze termijn is niet verlengd. In het geval van eiseres had zij dus voor 1 september 2016 een aanvraag moeten indienen. Eiseres heeft op 25 september 2020 een aanvraag ingediend en dat is dus te laat. </para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank volgt verweerder verder in zijn stelling dat er geen wettelijke informatieplicht bestaat op grond waarvan verweerder eiseres had moeten informeren over het doen van een aanvraag voor kindgebonden budget over 2015. Daarbij komt dat verweerder algemene informatie over de verschillende toeslagen, waaronder kindgebonden budget, verstrekt op zijn website. Dat eiseres geen DigiD-account heeft, maakt het voorgaande niet anders. Verweerder heeft op de zitting toegelicht dat hij via de DigiD-omgeving geen informatieberichten deelt, waarbij (potentieel) toeslaggerechtigden worden geattendeerd op het doen van een aanvraag. </para>
    <para />
    <para>8. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>9. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2021 door mr. J.H. Lange, rechter, in aanwezigheid van mr. R.P. Stehouwer, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
  </section>
  <footnote id="_53a76afc-f2bd-43d7-bcf5-3e3732332d34" label="1">
    <para> Kamerstukken II 2018/2019, 35 010, nr. 17.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_14de63a0-1b4c-4971-82fe-dadae699d88a" label="2">
    <para> Zie de brieven van de Minister van Sociale en Werkgelegenheid aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 4 juli 2019 (2019-0000074028) en van 11 februari 2021 (2020-0000155639). </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>